Resten uit verleden moeten worden opgeruimd

De kadaverdiscipline lijkt haar langste tijd te hebben gehad in de turnwereld. Een gevolg van de verhalen over wangedrag van trainers die de laatste jaren naar buiten kwamen. 'Het kind staat centraal, niet de sporter.'

Het zilver van Noël van Klaveren bij de EK in Moskou bood vorige week een inkijkje in de richtingenstrijd in het Nederlandse turnen. De trainers van Van Klaveren, Wolther Kooistra en Claudia Werkhoven, pleiten vanuit hun Amsterdamse basis al sinds 1987 hartstochtelijk voor hun 'duurzame' aanpak. Hun adagium: 'Niet de sporter staat centraal, maar het kind.'


De aanpak van altijd geconcentreerd zijn, en nooit afleiding, is de andere richting in het Nederlandse turnen. Het is de van Oost-Europa afgekeken kadaverdiscipline die autodidact Gerrit Beltman in de jaren negentig in Nederland introduceerde. Zijn jonge assistent Frank Louter kopieerde de aanpak.


Die doctrine was aan de winnende hand sinds Frank Louter in 2001 met zijn vrouwenploeg als derde uit de eerste ronde van de WK-landenwedstrijd in Gent kwam. Geveld door zenuwen werd het team uiteindelijk vijfde, maar de prestatie haalde de voorpagina van de Volkskrant. Het was het sprookje van de poldermeiden die de ballerina's uit Oost-Europa versteld deden staan.


Het succes van Gent, en daarna dat van Debrecen en Patras, vormde de legitimatie van Louters aanpak. Zijn peetvader, tv-commentator Hans van Zetten, wilde het vorig jaar nog eens gezegd hebben: 'Turnen heeft een koninklijke uitstraling, maar vereist een spartaanse training.'


Turnsters zijn meestal kinderen. Ergens rond hun 15de bereiken ze hun top. Het soms voorzichtig uitgehongerde lichaam is nog prepuberaal. Het is nog licht, roteert gemakkelijk en is leniger dan het ooit zal worden. Wie ouder wordt, gaat menstrueren, krijgt heupen, billen en borsten, is minder geschikt voor de sport van unieke en sierlijke beweeglijkheid. Op 18-jarige leeftijd zijn de meeste turnsters afgeschreven.


Het doet pijn zo dun en sierlijk, zo beweeglijk en explosief te blijven. Nergens is het regime zo hard. De prangende vraag in de turnwereld is nu: heiligt het doel de middelen?


Tal van turnsters oordelen met terugwerkende kracht van niet. Renske Endel, Verona van de Leur, Suzanne Harmes en Gabriella Wammes deden hun verhaal in het magazine Helden. Stasja Köhler en Simone Heitinga schreven er een boek over: De onvrije oefening. Danila Koster wordt daarin ruim geciteerd. 'Ik dacht: als ik nu echt voor mezelf wil opkomen, als ik zelfrespect wil, dan moet ik meewerken aan dat boek. Anders verandert er nooit iets in het turnen', zegt ze daar nu over.


Ze noemen het 'turnterrorisme' en vertellen over isolatie, intimidatie, getreiter, in de hoek staan, opgezet worden tegen je ouders, van angst in je turnpak plassen, driemaal daags wegen, een gewicht van 35 kilo te zwaar noemen en boulimia-aanvallen. En niemand die er iets tegen deed.


En doet. Of kan doen.


Turnbestuurders wijzen naar elkaar. De voormalige voorzitter van de gymnastiekbond KNGU, Frans Koffrie (75), zegt dat de huidige reeks opzienbarende verhalen over vermeend wangedrag van Louter en Beltman te laat komen. 'De verhalen komen 25 jaar na dato naar buiten. Tja, dat is nog van voor mijn tijd als voorzitter. Ik ben in 1993 begonnen. En de verhalen over Louter komen pas sinds 2011 in de publiciteit.'


Beltman, Louter en verwante zielen wonnen lange tijd de richtingenstrijd. Nooit werd hardop gesproken over hun onhebbelijkheden. Als die al opvielen, stapte de KNGU eroverheen of betoogde de bond dat het niet zijn verantwoordelijkheid was.


Er rommelde volgens oud-voorzitter Koffrie weleens iets in de wandelgangen. 'Maar meisjes als Verona van de Leur hebben nooit geklaagd. Zij waren nog minderjarige kinderen. Hun ouders waren vaak nog fanatieker dan zij. Wij hebben nooit een officiële klacht gehad.'


Koffrie zegt dat de KNGU Beltman met opzet een kantoorbaan gaf. Zijn opvolgers waren zo onhandig hem in 2009 een baan bij het talentencentrum in Almelo te geven. 'Louter hebben we in 2007 gevraagd, maar niet als coach van turnsters. Hij moest andere coaches gaan coachen. Hij wilde niet. Hij was nog niet klaar met zijn club Pro Patria.'


Koffrie zegt de rug recht gehouden te hebben in de kwesties met Louter. 'Wij weken niet voor hem. Hij wilde in 2008 Verona van de Leur en Suzanne Harmes van het EK in Clermont-Ferrand wegsturen. Wij zeiden: gebeurt niet. We hebben er een halve nacht over vergaderd. Daarna vertrouwde Verona nog maar twee mensen in de turnwereld, collega- bestuurder Wil Uylenbroek en mij.'


Vaagheden

In dat woud van vaagheden trof Koffrie's opvolger Jos Geukers niets aan waarmee hij het onrecht uit het verleden te lijf kon gaan. Veel was verjaard, veel was onduidelijk.


Geukers: 'Er was geen dossier 'netelige gevallen', als je het zo wilt noemen. Alleen een mondelinge overdracht, over Yuri van Gelder en diens problematiek. Dat was op de tribune bij de NK van 2009. Een paar dagen later bleek hij positief te zijn en te hebben bekend.'


De resten uit het verleden moeten worden opgeruimd, dat is iedereen duidelijk. Er is een juridische strijd gaande tussen de bond en de grootste club, het 2.600 leden tellende Pro Patria van Frank Louter. De twee staan al meer dan een jaar recht tegenover elkaar.


De KNGU mag van de rechter geen kwaad meer spreken over Louter, ook al schilderen de turnsters hun voormalige trainer af als een bullebak. De bond is in hoger beroep gegaan tegen de uitspraak. De eigen tuchtcommissie kan niets betekenen omdat de aantijgingen zijn verjaard.


Een poging om een commissie te vormen om de waarheid te achterhalen aan de hand van getuigenissen van alle betrokkenen, stuit op verzet bij Louter en diens werkgever Pro Patria. KNGU-voorzitter Geukers heeft de hoop echter nog niet opgegeven. Maar zolang de tegenpartij blijft weigeren, kan hij weinig voor de (ex-) turnsters doen.


Wat die willen? 'Het liefst zou ik willen dat Frank Louter nooit meer in een zaal mag staan. Laat hem desnoods coaches opleiden, maar zeker geen kinderen meer', zei Tess Moonen, die vorig jaar als een van de laatste topturnsters bij Louter vertrok, begin deze maand in het AD.


In 2012 werd de trainer lange tijd de verlenging van zijn licentie onthouden. Omdat er geen juridische gronden voor waren ging de KNGU noodgedwongen toch overstag. Geukers streeft nu naar een nieuw klimaat. 'Samen naar een veilig sportklimaat' heet de campagne. Het succes van Noël van Klaveren, pupil uit de pedagogisch verantwoorde aanpak van Turning Spirit in Amsterdam, past daarin.


Henriët van der Weg is aangesteld om de campagne in het veld ten uitvoer te brengen. Zij spreekt met clubs en met trainers over het veilige sportklimaat, dat mede namens het ministerie van Sport wordt gepropageerd. Den Haag heeft een paar ton beschikbaar gesteld.


Het gaat om bewustwording, zegt Van der Weg. Het is nu gemakkelijker. Het rumoer in de media over vroegere trainerspraktijken is een 'hot topic', ook bij de KNGU. 'Hoe kunnen we dit in de toekomst voorkomen? De cultuur is er rijp voor. Tien jaar geleden zouden ze je met glazige ogen hebben aangekeken. Nu is het kwartje gevallen.'


Er wordt nog steeds veel getraind in de top. 'Maar 33 uur? Je kunt je afvragen of dat voor ieder kind de gewenste route is. De oude garde was van hoe meer, hoe beter. Er is een kentering. Rust inbouwen, van het kind uitgaan. Dat proces is ingezet.'


Danila Koster, Nederlands jeugdkampioen van 2004, is er blij mee. Ze krijgt al drie jaar psychologische begeleiding. Dit jaar krijgt ze extra zorg: ze is drie dagen per week onder behandeling. In juni moet ze weer op de been zijn. Ze is van haar generatie niet de enige met geestelijk problemen.


Koster (23) wil met terugwerkende kracht geen watje zijn en zegt: 'Topsport gaat niet over rozen.' Daarom had ze in de vier jaar bij Louter ook niet geklaagd over de trainer die ze ooit als een grootheid zag. Hij stond ook zo bekend: de kampioenenmaker.


'Maar', zegt Koster, nu tot andere inzichten gekomen, 'is het nou nodig zo met jonge meisjes zo om te springen als Frank deed? Ik wist niet hoe het anders kon. Ik was jong, had geen ervaring. Ik dacht dat het zo hoorde.'


Robotje

Ze redde het bij Louter, in Zoetermeer, door 'als een robotje' haar oefeningen te doen. Als ze zichzelf op filmpjes terugziet, met leeftijdgenootjes als Lichelle Wong en Sherine El Zeiny, dan ziet ze een meisje 'zonder emoties'. 'We kijken elkaar niet aan, er wordt niet gekwebbeld. Het was volkomen stil die zaal. High five? Ben je gek.'


Koster zou bij een 'waarheidscommissie' graag willen getuigen. 'Als het de toekomst van de sport helpt, dan doe ik het. Niet voor de sensatie. Ik houd nog altijd van turnen. De kick van turnen zal ik in geen enkele andere sport meer vinden.'


Passages van Danila Koster uithet boek De Onvrije Oefening.

Zeker het laatste jaar werd ik constant de turnzaal uit gestuurd. Ik had echt een abonnement op de kleedkamer. Een keer belde ik stiekem mijn vader toen ik weer eens de turnzaal uitgestuurd was. Toen Frank daarachter kwam, werd hij daar kwaad om en ik moest direct de turnzaal weer in. Dat was nog nooit eerder voorgekomen, want doorgaans moest ik de hele training in de kleedkamer blijven. Maar nu ik mijn vader had gebeld, had hij volgens mij het idee dat hij geen controle meer over mij had. Hij wilde het liefst dat wij turnsters weinig contact hadden met onze ouders. Mijn moeder en vader zag ik trouwens sowieso weinig, want ik woonde, net als veel van mijn medeturnsters, niet meer thuis, maar in een gastgezin.


De volgende dag had ik een heel grote bult op mijn dijbeen. Ik voelde de bult heen en weer gaan als ik bewoog. Maar ik moest doortrainen en Frank zei zelfs dat het wel meeviel. 'Mijn been is wel heel erg dik, hoor', antwoordde ik. 'Jouw benen zijn toch altijd dik?' was zijn reactie. Toen ben ik voor hem gaan staan en heb gezegd: 'Kijk eens goed hoe het eruitziet! Zo kan ik toch niet trainen?' Toen schrok hij volgens mij wel een beetje. Volgens hem had ik geluk, want de bondsarts zou drie dagen later bij ons in de turnzaal zijn. 'Kun je het laten nakijken.'


Frank was ook goed in negeren, soms wekenlang. Ik kreeg dan geen enkele aanwijzing van hem op de training. Dat was erg verwarrend, want ik wist nooit wat de reden was. Soms deed ik expres alle oefeningen fout. Dan boeide het mij niet of Frank wel of niet tegen mij zou praten. Ik vond het af en toe ook wel fijn om even met rust gelaten te worden. Maar meestal wilde ik juist heel graag dat hij mij weer aandacht zou geven. Dus dan deed ik heel hard mijn best. En dan was ik al blij als hij ineens weer na de training 'doei' tegen mij zei.


Op de trainingen mochten we geen emoties tonen of elkaar steun bieden. Een medeturnster viel op de training zo hard van een toestel dat ze op de grond bleef liggen en zich nog amper kon bewegen. Ik wilde haar helpen, maar wist dat dat niet mocht van Frank. De turnster bleef liggen, maar Frank keek niet naar haar om. Hij nam niet de moeite om te kijken wat er aan de hand was. Na een tijdje strompelde ze naar de kleedkamer en hield zich op de weg daarnaartoe vast aan de muur, omdat ze van de pijn niet meer goed kon lopen. Iedereen bleef gewoon doorgaan met de training.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden