Restanten van een kosmos

Elias Canetti (1905-1994) verpersoonlijkte de wereld van het bovenmatig beschaafde Centraal-Europese jodendom. Van het glanzende aura dat hem omringt, blijft in een pas verschenen biografie weinig over....

Wat bezielt de biograaf die het levensverhaal schrijft van iemand die een van de mooiste autobiografieën van de 20ste eeuw op zijn naam heeft staan?

Wil hij de hoofdfiguur van zijn boek verbeteren? De schrijver van die autobiografie ontmaskeren? Hem duiden?

De nog betrekkelijk jonge Duitse 'publicist' Sven Hanuschek – hij is net veertig – stond in elk geval de mogelijkheid open verder te gaan vanaf het punt waar zijn auteur gestopt is, zo'n beetje halverwege diens leven. Maar zelfs dat zou van een hachelijke, ja, belachelijke ambitie hebben getuigd. Materiaal genoeg, daar niet van: de Zwitserse bibliotheek die de nalatenschap van Elias Canetti beheert heeft diens vele duizenden boeken en een adembenemende hoeveelheid beschreven papier, kennelijk keurig geordend, in bewaring gekregen.

Hij is oud geworden, Canetti, hij was bijna negentig toen hij in 1994 stierf en hij heeft tijdens zijn leven maatregelen genomen. Er zullen weinig schrijvers zijn die hun eigen Nachleben zo straf en stelselmatig hebben voorbereid.

'Ingericht', zou je beter kunnen zeggen. Canetti bepaalde zelfs het tijdstip waarop de eerste archiefdozen open mochten ten behoeve van een mogelijke biograaf en hij liet bindend vastleggen wanneer de laatste geheimen ontsluierd mochten worden: tien jaar na zijn dood zou een biograaf enige ruimte krijgen, op een hele reeks nadere bijzonderheden zullen we ten minste nog tien jaar moeten wachten. 'Als het werk dan nog gelezen wordt', liet hij er, tamelijk koket, bij zetten. Vanuit het graf houdt hij zijn zaakjes goed in de gaten.

En dat deed hij des te vinniger toen hij daar zelf nog het beheer over had, ten tijde van het schrijven van Die gerettete Zunge, Die Fackel im Ohr en Augen-spiel, de drie delen van zijn autobiografie waarmee hij, eind jaren zeventig, begin jaren tachtig van de afgelopen eeuw, wereldfaam verwierf. Zelden zal iemand zo meticuleus hebben geregisseerd hoe hij herdacht wilde worden, welk beeld er van hem, zijn leven en zijn werk moest overblijven: een politicus met een pen eerder nog dan een schrijver. Zijn autobiografie is geen bekentenis, maar een compositie; we lezen daarin niet zozeer wat er écht gebeurd is, maar een levensverhaal zoals het de auteur ervan voor ogen stond.

Dat zal iedere autobiograaf doen, natuurlijk. Doorslaggevend is de mate waarin – en in het geval van Canetti heeft die iets absurds. Dat konden we al weten toen wij indertijd zijn verleidelijke boeken zelf lazen, dat weten we nu des te beter, nu de biograaf onder meer blootlegt hoezeer Canetti de eindredactie over zijn eigen leven wenste te voeren. Alleen al de opzetjes en de schema's voor die autobiografie zijn een openbaring: hier was iemand aan het werk die een idee had over de autobiografie als genre, als literair genre, een schrijver die zijn levensverhaal niet beschouwde als een nawoord bij zijn reeds bestaande oeuvre, maar als een sleutelstuk daarin, misschien zelfs het hoofdwerk. Essays, toneelstukken en een roman, ze vormden allemaal op gelijk niveau fragmenten van een mozaïek, maar de autobiografie doet daar niet voor onder. Aan de weergave van het verhaal van zijn leven besteedde Canetti evenveel zorg als aan zijn sociaal-wetenschappelijke studie Masse und Macht.

Een leven als een plaatjesboek, een autobiografie als de bijna volmaakte invulling van wat bij Stefan Zweig kernachtig 'Die Welt von Gestern' heette, de wereld van het bovenmatig beschaafde Centraal-Europese jodendom. Verdwenen, uitgeroeid en sedertdien mateloos beweend en geïdealiseerd: Canetti's autobiografie verscheen toen 'het Wenen van Wittgenstein' in de mode kwam en de tragedie van Centraal-Europa door middel van opstellen en tentoonstellingen allerwegen onder onze aandacht werd gebracht. In het fotoalbum dat tegelijkertijd met de biografie verscheen is de breuk te zien in het licht en de toon van de foto's: je hebt 'voor' en je hebt 'na' de oorlog. Enkele generaties hebben hun geschiedenis met behulp van die cesuur geordend, historici zullen dat nog wel geruime tijd blijven doen.

Bij Canetti was die wereld van het vooroorlogse, gebildete, tot het kosmopolitisme geneigde jodendom bovendien nog die van de sefardim van het Iberisch schiereiland, niet die van de Centraal-Europese asjkenazim. Zijn verre voorouders waren Spanje ontvlucht en via Italië in Turkije en ten slotte in Bulgarije beland, toentertijd nog binnen de grenzen van het Turkse rijk.

De oude Donauhaven 'Rustschuk', tegenwoordig 'Rousse', was het centrum van de wereld, het soort centrum dat de hele kosmos weerspiegelde. In die spiegel is het eerste en het laatste dat men ziet Wenen – het Wenen van filosofie, psychologie en theater, het Wenen van Wittgenstein, Freud, Schnitzler en, in het geval van Canetti, bovenal Karl Kraus, die eenmansfabriek van meningen, artikelen, tijdschriften, boeken over zowat alles. De wereld van de geest is er nog alomvattend, kent er nog een streven naar eenheid, naar samenhang en inzicht daarin.

Het is de smeltkroes waarin alle ingrediënten voor een heel mensenleven al aanwezig zijn, totdat de opkomst van Adolf Hitler in Duitsland de kroes aan scherven gooit en de ingrediënten over de aardbodem verspreid raken.

In zijn autobiografie heeft Canetti die wereld gereconstrueerd, gewogen en een enorme betekenis verleend. In zijn biografie moet de Sven Hanuscek daarop reageren: als een concurrent, als een journalist die ontmaskeren wil, of als een Germanist die er de diepere lagen in wil aanboren.

Het mooie is dat hij dat geen van drieën doet, juist doordat hij die drie metiers goed aanvoelt. Hij corrigeert Canetti waar die zich in zijn autobiografie kennelijk vergist heeft, hij laat zien dat, vooral waar het om de tweede helft van diens leven gaat, de meningen over zijn optreden er bij derden stukken minder gunstig voorstaan dan de autobiograaf en diens lezers lief geweest zou zijn, en hij bespreekt de individuele werken een voor een en legt waar mogelijk verbanden. Als hij al getobd heeft over een houding, dan heeft hij niet gekozen: hij is betweter, onmaskeraar en duider ineen, maar hij is dat op een bescheiden en rustige manier.

En op een intelligente. Hij is secuur en op het overdrevene af bezorgd voor wat hij met Canetti doet: geen uitspraak of hij wordt van alle kanten belicht, gewogen en gemotiveerd. Geen correctie of er zijn ten minste zes bewijsplaatsen die het gelijk van de biograaf staven. Geen duiding of er wordt een halve faculteit Germanisten opgetrommeld om à charge te getuigen. En, ja, dan wordt zo'n boek algauw dik – te dik ook stellig.

Maar ondertussen gebeurt er wel iets opmerkelijks in al die honderden bladzijden. En dat is dat het eigenlijk een tamelijk treurig beeld is dat er van Canetti overblijft – niet in de zin van een ontmaskering, maar in die van een nauwgezette beschrijving. In feite is dat al af te lezen uit diens bibliografie: tot zijn vijfenzeventigste, tachtigste, tot het moment waarop hij zijn autobiografie schreef en daarmee wereldberoemd werd, ja, zelfs de Nobelprijs voor literatuur verwierf, behelst die niet veel meer dan een handvol zeer uiteenlopende boeken. Van een oeuvre is welbeschouwd geen sprake.

Een roman: Die Blendung, geschreven rond zijn dertigste. Indertijd heette die het eerste deel van een cyclus te zullen zijn, gaandeweg gaf de auteur te verstaan dat het niet bij die ene cyclus zou blijven, maar dat er nog enkele andere reeksen romans zouden volgen. De bibliotheek die in het boek de eigenlijke hoofdfiguur vormt, zou alsnog geschreven worden.

't Is niet gebeurd: 't is bij plannen, aankondigingen en absurd veel ontwerpen, schetsen en aantekeningen gebleven. Canetti's nalatenschap is een goudmijn van onvoltooid werk: tot op de huidige dag wordt er door zijn uitgevers uit geput. Maar wat moet al die niet verwezenlijkte plannenmakerij bij leven een kwelling hebben gevormd.

Zijn omvangrijke studie Masse und Ma ch t vormt het tweede grote werk op de lijst van boeken die hij bij zijn leven aan de openbaarheid heeft prijsgegeven. Dat wil zeggen: het eerste deel – het beloofde tweede deel is nooit verschenen. Aan Masse und Macht is Canetti begonnen toen hij, als jongeman, halverwege de jaren twintig aan den lijve ervoer hoe een massa zich beweegt en gedraagt. Pas tientallen jaren van haast groteske leeswoede later verscheen dat eerste deel.

Toneelstukken: idem dito. Enkele geschreven, vele besteld en nog meer beloofd – maar het is bij die paar teksten gebleven. Een reputatie, een verwachting, een ontgoocheling.

Wie dat optelt en, vooral, uitsmeert over de tientallen jaren van Canetti's leven, ziet wat diens biograaf ziet: een leven vol vertwijfeling, geworstel, vol vrees te mislukken of al mislukt te zijn. Vooral in zijn Londense periode, de jaren vanaf zijn emigratie in 1939, waarin hij steeds meer belangrijke auteurs leerde kennen maar zelf het fossiel van een grote belofte dreigde te worden, moet dat absurd zijn geweest. Canetti's onverzadigbare veroveringsdrang, bekend uit biografieën van anderen (onder meer die van Iris Murdoch), en zijn geschamper op zijn elitair-intellectuele Britse kennissenkring, zoals dat tot uitdrukking komt in het vierde, onvoltooide deel van zijn herinneringen, Party im Blitz, worden er ineens begrijpelijk van. Frustratie, opgekropte energie, woede over het eigen falen.

Hanuschek brengt die emoties in kaart, gedocumenteerd en wel – en wijzigt zo, door het licht dat er op het tweede, ongeredigeerde deel van Canetti's leven valt, het totaalbeeld. Niet het even weemoedig herinnerde als gepolitoerd vomgegeven leven uit de memoires, maar het alledaagse bestaan van iemand die eigenlijk bijna zijn hele leven heeft geleefd vanuit het idee op het punt te staan te falen.

Hij doet nog iets interessants. Behalve toneelstukken, essays en een roman heeft Canetti vele bundels 'gedachten' nagelaten. Dat is een link genre. De parmantige spitsvondigheid van het aforisme ligt daarin steevast op de loer. Bij Canetti gaat het echter om iets anders, om de boekstaving van wat een aanhoudend en ononderbroken denken is, een stelselmatig waarnemen en reageren. Nog altijd komen er uit zijn nalatenschap cahiers naar boven met dergelijke invallen, zeer onlangs nog het kladblokje met 'gedachten' dat hij, begin jaren veertig, zijn vriendin de schilderes Marie-Louise von Motesicky schonk, Au f -zeihnungen für Marie-Louise.

Het zijn brokstukken van een alomvattend wereldbeeld, de overgeleverde restanten van een kosmos, als meteorieten in het papier geslagen. Van dat wereldbeeld en die kosmos hebben we niets anders dan deze fragmenten – en het wonderlijke is dat ze soms meer zeggen dan die autobiografieën. Canetti moet, bij die schijnbare openhartigheid, een intens idee van teruggetrokkenheid gekoesterd hebben.

In de biografie wordt verteld hoe zijn vriendschap met Claudio Magris op de klippen liep toen Magris het bestaan had zélf in Canetti's geboortestad een kijkje te gaan nemen: zoveel indringerschap verdroeg hij niet. In de onlangs verschenen bundel met stukken over zijn leven in Zürich staan vraaggesprekken waarin hij in het geheel niets loslaat.

'Het Centraal Massief' noemt Canetti's biograaf diens stelselmatig genoteerde invallen en gedachten, de aantekeningen waarvan nog maar een zeer beperkt gedeelte gepubliceerd is. Canetti zag ze, zo vreemd als het klinkt, als de kern van zijn werk. De aanduiding 'Centraal Massief' is raak: zo hard en ontoegankelijk als een rotsgebergte, zo omvangrijk ook. Wat we te zien krijgen zijn de splinters, het ware denken kennen we niet in al zijn samenhang. Dan blijkt ook hoe de autobiografie een vertekening heeft bewerkstelligd: het ging Canetti om het onvermoeibare nadenken, niet om het herinneren en boekstaven van belevenissen.

Wie zo in het leven staat is iedere biograaf te slim af. Het denken laat zich betrappen noch ontmaskeren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden