Respect voor Roffa

Er is in Rotterdam een nieuwe culturele voorhoede actief, die de stad een pril maar onmiskenbaar elan verschaft, constateert Wim de Jong. Hij peilde het Rotterdamgevoel van invloedrijke inwoners en onderzocht de nuchtere ondernemingsdrift die door de havenstad waait.

Zeven jaar geleden had Femke Snijders (29) de hele wereld in het vizier, toen ze als studente aan de hogere hotelschool in Leeuwarden op zoek ging naar een stageplek. Boven aan haar lijstje stonden Melbourne, San Francisco, Antwerpen en Amsterdam. Maar het lot beschikte anders en tot haar eigen stomme verbazing kwam de frêle Twentse in Rotterdam terecht. Uitgerekend de stad die op geen enkele manier tot haar verbeelding sprak, want: kaal, grauw en proletarisch. Een culturele woestenij waarin het nieuwkomers jaren kon kosten om zich met hun Rotterdammer-zijn te verzoenen. Om over het opbloeien van een ware hartstocht voor de stad nog maar te zwijgen.


Maar binnen de kortste keren was Snijders straalverliefd op de stad. Voor haar bleek Rotterdam de juiste plaats op het juiste moment, met dank aan de cliëntèle van tosti-bar Toaster aan de Pannekoekstraat. Daar zat het elke dag vol met generatiegenoten die over niets anders discussieerden dan hún Rotterdam. 'Het was een grote verzameling jonge Rotterdammers met hetzelfde dna. Creatief, talentvol, hoogopgeleid, trots op de stad en met één gedeelde ambitie: het kan hier wél.'


Inmiddels wemelt het in Rotterdam van de podia waarop het reilen en zeilen van de stad het enige gespreksonderwerp is. Online zijn dat onder meer de actieve en drukbezochte websites VersBeton, Bogue en Stadslog. Op locatie zijn er de debatavonden in Arminius, een voormalige remonstrantse kerk aan het Museumpark, de talkshows van schrijver Ernest van der Kwast in W.O.R.M., die van Lokaal 010 in het Bibliotheektheater, van VersBeton in BAR in het Schieblock, van DeMakersvanRotterdam in het Oude Westen, en binnenkort die van Ari Deelder in theater Walhalla op Katendrecht.


Dat zijn dan alleen nog maar de vaste adresjes waar de aanloeiende liefde voor de stad wordt bezongen. Het nieuwe Rotterdamgevoel is veel wijder vertakt. Groos, een winkel met exclusief Rotterdamse kunst, literatuur, mode en design, is er een uitvloeisel van. Net als het glossy magazine Gers, de kledinglijn 010 isn't just a code ('alleen voor echte Rotterdammers'), de grote stadstentoonstelling Echte Rotterdammers, en evenementen als Roffa mon amour en Rotterdamse Oogst.


Helemaal uit de lucht vallen komt het verschijnsel natuurlijk niet. De lotsverbondenheid met de eigen stad, en het daarmee samenhangende maakbaarheidsgeloof, wordt al decennialang nergens zo intens uitgedragen als in Rotterdam. Is het niet met pure passie of met rechttoe rechtaan chauvinisme dan toch met eindeloos 'opbouwend' gekanker en chagrijn. 'Die betrokkenheid, daar zijn we hier altijd uniek in geweest. Het is onze motor', zegt Lodewijk Ouwens, dichter, docent, adviseur en, zoals hij op zijn cv heeft staan, 'Rotterdammer uit overtuiging'.


Maar nieuw is wel dat er in Rotterdam voor het eerst sinds jaren weer een culturele voorhoede actief is die de stad als geheel een pril maar onmiskenbaar nieuw elan verschaft. Twintigers en dertigers vooral, die volop de ruimte nemen (en van het stadhuis vaak ook krijgen) om smoel en inhoud te geven aan hun Rotterdam.


De stad sluit daarmee aan bij de mondiale trend waarin de door socioloog Richard Florida omschreven 'creatieve klasse' bezit neemt van oude industriesteden en die van een nieuwe 'hyperlokale' dynamiek voorziet, met Seattle, Berlijn, Hamburg, Brooklyn en Williamsburg in New York als sprekende voorbeelden. Enkele in het oog springende Rotterdamse equivalenten ervan zijn het stadslandbouwproject annex restaurant Uit Je Eigen Stad in het havengebied, broedplaats het Schieblock bij het Hofplein en de Hofbogen, ooit veelal ongebruikte gewelven onder het voormalige luchtspoor van de NS en nu een bedrijvencluster voor startende ondernemers.


Zeker, het is die creatieve klasse van Rotterdam niet ontgaan dat wijken en industrieterreinen in Amsterdam (Westergasfabriek, Stork) en Eindhoven (Strijp-S) soortgelijke transities hebben doorgemaakt. Maar, zo luidt aan de oevers van de nieuwe Maas het weerwoord, bij ons gebeurt het bottom-up, op grotere schaal en met die collectieve, rauwe pioniersdrift die de stad altijd heeft gekenmerkt.


'Wat er hier nu aan de hand is, doet me terugdenken aan mijn punktijd', zegt Derk Jan Wooldrik, chef-kok van jazzclub Bird in de Hofbogen. 'Geld is er net als begin jaren tachtig ook nu niet in de stad, maar dat maakt niet uit. Het is hier: húp, met z'n allen de schouders eronder en kijken wat je met elkaar wél van de grond krijgt. En dan staat er binnen de kortste keren ook iets. Overal bruist fris ondernemerschap.'


'De cijfers mogen dan misschien anders zeggen, maar in Rotterdam wordt de crisis het hardst gevoeld', zegt Elma van Boxel van architectenbureau ZUS. 'En het blijft zeer de vraag of al dat verdwenen kapitaal uit de oude economie ooit weer naar de stad terugvloeit. Doordat het gemeentebestuur zelf niet zo visionair is als het gaat om het schetsen van de toekomst van de stad, liggen er voor de inwoners veel kansen om er zelf het beste van te maken. Waarbij het dan niet meer om geld gaat, maar om het hebben van een leuk leven met elkaar. Daarvoor eigenen we ons het publieke domein toe. In allerlei wijken werken mensen met elkaar samen.'


In een interview op VersBeton vergeleek architectuurhistoricus Wouter Vanstiphout al die hyperlokale Rotterdamse activiteit met het 'rondscharrelen van kleine zoogdiertjes' in een territorium waar tot voor kort de dinosauriërs het nog voor het zeggen hadden. Het tijdperk waarin Rotterdam haar imago ontleende aan 'top-down-gericht beleid van stoere wethouders, architecten en grote ondernemers' is volgens Vanstiphout definitief voorbij.


De stad is volgens hem genoodzaakt haar aloude 'simplistische bouwputtenheroïek' in te wisselen voor een ander zelfbeeld. Er moet niet meer worden gedacht in 'brute kwantiteiten van het grootste gebouw of de meeste containers', maar in het potentieel van de Rotterdammers zelf. Een 'international advisory board' van wijze mannen onder leiding van Jan Peter Balkenende bracht onlangs hetzelfde advies uit aan het stadbestuur.


'Van de liefde voor een mannelijke stad naar de liefde voor de stad als vrouw: de overgang van een industriële naar een post-industriële stad', zo vatte socioloog Willem Schinkel van de Erasmus Universiteit in zijn Rotterdam-lezing in mei de mentaliteitsverandering samen. Waarna hij eraan toevoegde dat Rotterdam ook in die hoedanigheid altijd wel een lastig te beminnen vrouwtje zal blijven: 'Amsterdam is een te gewillige geliefde, op het prostituante af.' Rotterdam is daarentegen 'hard to get' omdat ze zich nooit helemaal overgeeft en je op afstand houdt. Maar juist die onbeschikbaarheid maakt de weg vrij voor een creatieve liefdesverhouding, vindt Schinkel, eentje waarvoor je continu moeite moet blijven doen.


Inge Janse (32), die in Utrecht studeerde en voorheen ook veel in Amsterdam te vinden was, voelt zich 'extreem' op zijn plek in de stad waar hij zeven jaar geleden kwam wonen. Hij vindt er veel, zo niet alles, 'superkicken', 'cool' en 'het allercoolst'. Met de fiets aan de hand over de roltrappen de 'fokking' Maastunnel in, wonen in het multi-etnische Delfshaven, de vele kleine muziek- en dj-netwerken die de stad telt, de onmiddellijke aanwezigheid van die immense haven - Janse gaat er iedere dag 'hard van'. En hij laat geen kans voorbijgaan om ervan te getuigen. Als een van de stadscommentatoren van VersBeton en debatleider van Arminius, maar ook tegen zijn Utrechtse en Amsterdamse vrienden die er geen hout van begrijpen.


'In Utrecht merkte ik dat het geen moeite kostte mijn plek te veroveren', vervolgt Janse. 'Net als in Amsterdam is het er altijd vreselijk gezellig, zijn er altijd leuke feestjes en ligt je bestaan als student of hipster ook voor het overige wel zo'n beetje vast. In Rotterdam mag je het zelf lekker uitzoeken. Je kunt op niemands vleugels gaan zitten, maar je moet alles, met hooguit een paar gelijkgestemden, zelf op poten zetten. Als je die uitdaging aan wil gaan, is dit een geweldige plek om te zijn. En als je iets bereikt hebt, is het helemaal van jou.'


Dat is ook de ervaring van Elma van Boxel en Femke Snijders. Landschapsarchitecte Van Boxel (37) kwam in 1999 als studente naar Rotterdam, vond antikraak onderdak in het leegstaande Schieblock-kantoorpand, en is nu, veertien jaar later, 'mede-eigenaresse' van een centrumgebied dat in oostelijke richting loopt, van het Centraal Station tot aan de Hofbogen. In dat 'Central District', zoals het in Rotterdam kosmopolitisch is gedoopt, zitten projectontwikkelaars, gemeente, ProRail en investeringsfondsen om de tafel met stadsboeren, clubeigenaren, architecten en andere representanten van de creatieve klasse om over de toekomst ervan te praten.


Van Boxels inzet is om er een zogenaamde 'glocal city' te verwezenlijken. Een stukje stad waarin het 'oude' bedrijfsleven en de nieuwe do it yourself-economie zich samen sterk maken voor de publieke ruimte die ze delen. Die inspanning leidde in het Central District al tot een opmerkelijke mix van mede-gebiedseigenaren. Zo heeft het wereldwijde hoofdkantoor van Unilever onder meer het Hiphophuis en de uit schroothout opgetrokken Biergarten als buren. Ook achter de gevels zijn er cross-overs. In juni mocht hip Rotterdam een etmaal lang zijn gang gaan in de Hofpoort aan het Hofplein, ooit de kantoortoren van Shell en nu in beheer van een beleggingsfonds. 5.200 bezoekers konden er rolschaatsen, winkelen, dansen, concerten bijwonen, borrelen en eten.


Op haar beurt werd opkomend horeca-onderneemster Femke Snijders mede-eigenaresse van het eveneens leegstaande Tropicana. Doordat de vastgoedmarkt ernstig in het slop zit, wisten de eigenaren na de sluiting in 2010 niet wat ze met het tropisch zwemparadijs aan de Maasboulevard of zelfs maar de grond aan moesten. Via Vincent Taapken van het bureau New Industry, dat zich richt op duurzame herontwikkeling van industrieel en cultureel erfgoed, kreeg Snijders eind augustus de sleutel om er bar en zomerterras Aloha te beginnen. Ze heeft een huurcontract voor vijf jaar, met een optie op verlenging. In het zwembad zijn ook een bio-pizzeria, een oesterzwammenteler, een koffiebranderij en een stadskwekerij gehuisvest.


Snijders, die in de stad eerder naam maakte met haar ontbijt- en lunchzaakje Picknick Rotterdam, het mobiele restaurant Sticky Fingers en het koninginnedagfestival Oranjebitter, wil van Tropicana allerminst de zoveelste hipsterhotspot maken die Rotterdam op dit punt in het spoor van Berlijn of, vooruit , Amsterdam kunnen brengen. Zo werkt het niet in haar stad, meent ze. 'De typisch Rotterdamse component is dat er emotie en nostalgie moeten meespelen, wil een initiatief hier slagen. Een evenement of een blijvende aanwinst voor de stad moet intrinsiek over Rotterdam gaan en aan het Rotterdamgevoel appelleren. Pas dan toont de Rotterdammer zich loyaal, en dat dan ook over een lange periode, voorbij alle trends. Dat verklaart ook het blijvende, grote succes van Hotel New York.'


De jongere Rotterdammer wil zijn Rotterdamgevoel niet conceptmatig opgelegd krijgen. In dat opzicht kunnen de stadsmarketeers zich voortaan maar beter gedeisd houden, vindt de lokale creatieve klasse. Waterstad, Mediastad, Jongerenstad, World Port City, World Foodstad - van de talloze etiketjes die opeenvolgende gemeentebesturen met veel borstgeroffel op Rotterdam hebben geplakt, is er niet een blijven zitten. Het World Food Festival mag zich deze herfst nog gaan bewijzen, maar verder landde geen van deze miljoenen kostende imagocampagnes tussen de oren van de inwoners. Het stadsbestuur lijkt er, mede ingegeven door de bezuinigingen, overigens zijn lessen uit te hebben getrokken, want meer dan ooit wordt het aan kleine entrepreneurs zelf overgelaten wat ze in of namens Rotterdam aan de grote klok willen hangen.


Wat bij de Rotterdammer intussen vooral wél tussen die oren moet blijven zitten, is het zelfbeeld van de underdog, zegt Femke Snijders. 'Ja, daar kan ik me prima in vinden. Vanuit een moeilijke positie blijven knokken, dat is zo inherent aan de inborst van deze stad. Het mág hier gewoon niet al te gemakkelijk gaan. Wanneer De Parade in Rotterdam neerstrijkt, duurt het rustig zes dagen voordat de Rotterdammer bereid is om er een kijkje te gaan nemen. In Amsterdam staat iedereen op de eerste vrijdag al op de stoep, alleen maar om te kunnen zeggen dat ze er geweest zijn. Dat nuchtere en weerbarstige, dat zullen we hier altijd blijven behouden. En het is ook de garantie dat je door alléén maar mee te liften op hippe trends in Rotterdam niets voor elkaar krijgt.'


Terugkerende constatering van veel jonge Rotterdammers is dat de sfeer in hun stad ten goede is veranderd nu de messen in de politiek (Fortuyn, Leefbaar) minder scherp zijn geslepen en de nadruk niet meer zo sterk op veiligheid en allochtonenbeleid ligt. Het draagt bij aan het huidige stads-klimaat dat Rotterdam-watcher Lodewijk Ouwens (1949) als een overgangsperiode bestempelt. Van een verongelijkte en als kansarm gestigmatiseerde stad naar een diverse 'local community met een grote positieve uitstraling naar alle kanten'. Hij krijgt bijval van architectuurhistoricus Vanstiphout, die ook verlangt naar een 'nieuw verhaal'.


Gaat dat lukken? En blijft de invloed van die creatieve klasse dan de katalysator in de transformatie van Rotterdam? Elfie Tromp (28), voorheen danseres in club Now & Wow en sinds dit jaar romanschrijfster (Goeroe, uitgeverij Lebowski) en Metro-columniste, heeft zo haar twijfels. 'Pffff, het blijft cultureel ontwikkelingswerk hoor. Het zijn steeds dezelfde mensen van die creatieve klasse die je tegenkomt. Van de Erasmus Universiteit zie je bijvoorbeeld nooit iemand in de stad. En daarbij vind ik het nogal moeilijk om van een culturele opmars in Rotterdam te spreken als tezelfdertijd veel subsidies voor gevestigde kunstinstellingen zijn gekort of geschrapt.'


'Kijk naar het Oude Noorden of het Zwaanshalskwartier', zegt Birds chefkok Derk Jan Wooldrik, 'en je ziet zulke wijken wel degelijk verlevendigen. Gezinnen die ooit uit de stad zijn weggetrokken, willen er nu maar weer al te graag wonen. De winkeltjes, de restaurants, de toko's en al die andere allochtone ondernemers die er hun eigen cultuur vertegenwoordigen. Ineens wordt die diversiteit geweldig gevonden. Het is allicht te romantisch, maar ik zie het wel tot iets moois uitgroeien.'


'Ik hoop zo dat dit beklijft', zegt Inge Janse van debtacentrum Arminius en weblog VersBeton. 'Maar ik denk niet dat dit iets voor de lange termijn is. De kritische massa van mensen die voor een multiplier-effect zouden kunnen zorgen, is nog klein, en ze opereren allemaal vanaf eilandjes. Ik denk wel eens dat we met z'n allen in zo'n wit, hoogopgeleid vacuüm zitten en elkaar de illusie geven dat er hier in Rotterdam grote dingen gebeuren, terwijl het in het grote geheel der dingen nog maar heel weinig voorstelt. Er hoeven hier maar een paar grote bedrijven de stekker eruit te trekken en we zijn weer terug bij af. Want dat is het: je kunt wel doen of je hier in fokking Friedrichshain in Berlijn bent waar iedereen de hele dag toffe, creatieve dingen zit te doen. Maar zo is het natuurlijk niet. Met het volplempen van de Nieuwe Binnenweg met schattige tentjes met linksdraaiende koffie redden we het niet.'


'Ik schat de kans dat het meer is dan een tijdelijk fenomeen op 60 procent', zegt Elma van Boxel van ZUS, doelend op haar project in Central District. 'Er hangt nog verschrikkelijk veel speculatie en optimisme in de lucht over hoe de vastgoedmarkt zich gaat ontwikkelen.


'Dit stukje Rotterdam blijft hoe dan ook de plek waar vroeg of laat multinationals en hotelketens zullen neerstrijken. En die spekken de kas van de gemeente, niet wij kleine ondernemers. Of we er op den duur uit worden geduwd, hangt hier helemaal af van hoe Nederland uit de crisis komt.'


Lees verder op pagina V20


Echte Rotterdammers


Een eigen stadsmuseum heeft Rotterdam niet meer nu het Schielandshuis vanwege de cultuurbezuinigingen is gesloten. Ervoor in de plaats is Museum Rotterdam gekomen, dat op wisselende locaties tentoonstellingen over 'het verhaal van de stad' gaat organiseren. In 2016 krijgt het museum weer een eigen onderdak in het Forum van Rem Koolhaas. De eerste expositie van Museum Rotterdam heet Echte Rotterdammers en opent op 12 oktober in Las Palmas op de Kop van Zuid. Echte Rotterdammers is geheel gewijd aan het Rotterdamgevoel en verklaart de 'typisch Rotterdamse identiteit' en de wijze waarop Rotterdammers die in taal, kleding en gedrag uitdragen.


Vervolg van pagina V19


spirit in de stad


Gyz La Rivière (37) staat als stadskunstenaar in een uitgesproken Rotterdamse traditie. In navolging van dichters als Vaandrager, Vogel en Deelder en beeldend kunstenaars als Cor Kraat en Hans Citroen hebben veel werken van zijn hand (films, video's, installaties, tijdschriften en boeken) Rotterdam als onderwerp. De stad eerde hem daarvoor met de Maaskantprijs in 2002 en de Dolf Henkesprijs in 2012.


Hoewel La Rivière voor de zoveelste keer uit zijn atelier dreigt te worden gezet omdat de gemeente andere plannen heeft voor zijn huidige onderkomen aan de Schonebergerweg, blijft hij ruimhartig in zijn liefde voor de stad: 'We staan hier aan het begin van een heel leuke tijd. We gaan een mooie toekomst tegemoet. Als Rotterdammers zijn we op een punt aanbeland dat naoorlogse generaties hier nooit hebben gekend. Op een enkele holle kies na, is het centrum namelijk weer volgebouwd. Niet alles wat er is verrezen, is even indrukwekkend. Maar we kunnen nu wel om ons heen gaan kijken en er trots en plezier aan ontlenen. Er op kleinschaliger manier vorm aan gaan geven, de boel een beetje verder inrichten. Na het bombardement is het, élke fokking dag opnieuw, van vader op zoon en van moeder op dochter aan Rotterdammers doorgegeven: ooit is het zover, dan hebben we in de stad ons hart terug en kunnen we het wonder aanschouwen.


'Ik denk dat veel inwoners dat nu voelen. Er heerst spirit in de stad. Een enorme energie om Rotterdam nog beter en spannender te maken. En we hebben het tij mee. De stad telt de meeste jongeren en is ook de meest multiculturele stad van het land. We hebben inwoners met een andere huidskleur en geloof niet weggestopt in de buitenwijken, zoals elders in Europa, en daar gaan we als samenleving hier ons voordeel mee doen. We lopen voorop in de integratie. Iemands huidskleur en geloof zijn hier allang niet meer belangrijk. Wie zich daar nog aan stoort, moet echt maar in Leewarden of zo gaan wonen.


'Rotterdam is in Nederland heel lang met weinig respect bejegend, ook in de media. Als Rotterdammers hebben we er een minderwaardigheidscomplex aan overgehouden, maar het versterkte onze saamhorigheid ook: 'Nou sterf dan maar, we hoeven de liefde van de rest van het land niet meer, we rooien het hier met elkaar wel.' Maar sinds kort verandert de houding bij de buitenwacht. In Nederland en in de internationale pers groeit de belangstelling voor wat er in Rotterdam gebeurt. De Frankfurter Allgemeine Zeitung, The New York Times, CNN, de BBC: ze komen allemaal kijken. Toeristen die al die trips naar al die dure, oude Europese hoofdsteden al vijf keer hebben gedaan, komen in hun kielzog. Net als landgenoten die hier nu plotsklaps willen wonen. Dat is dan ook weer raar voor Rotterdammers, hè. Hebben we het zó lang voor en met onszelf moeten doen, gebeurt er goddomme ineens dít!'


1.000.000 km2


Met een kantoorleegstand van meer dan een miljoen vierkante meter is Rotterdam een speeltuin voor project- ontwikkelaars. Zo ondergingen de Hofpoort, het voormalige hoofdkwartier van Shell, en zwemparadijs Tropicana in 2013 een ingrijpende gedaanteverandering. In Rotterdam zijn onder andere De Mannen van Schuim en New Industry actief met dergelijke opknapbeurten. Onder hun regie wordt gekeken naar een 'eigenwijze' aanpak van de leegstand op het Stadhuisplein. New Industry voert ook de creatieve regie over de vestiging van hotel Nhow in gebouw De Rotterdam van Rem Koolhaas. Het is na Milaan en Berlijn het derde Europese hotel van deze wereldwijde keten.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden