Respect (Am. Eng.)

Wij zaten dus buiten te eten...

Wij?

Ja, geliefde en ik, laat mij dat nou ook eens zo zeggen.

Het bleef maar mooi weer, een paar weken geleden, de Italiaan was om de hoek, en de terrastafeltjes waren allemaal bezet. Maar wij zaten.

Er dralen wat mensen om ons heen, die ons het brood uit de mond kijken, maar dat is eigenlijk niet onprettig, want zo wordt nog eens onderstreept hoe bijzonder een zitplaats is. Ooit echt van een treinreis genoten? Toch het meest als er in het gangpad voortdurend nomadisch verkeer is met rugzakken.

Goed, we wachten op koffie, op tiramisu, en dan breekt er achter ons een gekwetter uit, in dat verzonnen corporale taaltje waarin de 'r' als een 'j' wordt uitgesproken en elke zin eindigt met een nadrukkelijk 'hooj' (hoor).

Ik zou bijna zeggen: hockeytaal, maar het probleem is dat ik zelf lang gehockeyd heb.

Jonge, scherpe vrouwenstem: 'Kijk, die zijn dus bijna klaaj, als die nou eens opschiete, dan kunne we dat tafeltje score.'

Twee mannenstemmen brommen iets van 'gaaf' en 'ech wel'.

Dit gaat nog even door, en ik zie aan de blik van geliefde dat dit verwende schorem het over ons heeft, de twee allochtonen aan het tafeltje die natuurlijk toch geen Nederlands verstaan en als ze het al doen, wat dan nog.

Ik draai me om, zeg dat wij graag willen af-eten zonder gestoord te worden door Goois commentaar. Het corporale vrouwtje (ja, ik kan ook zo praten) trekt zo'n gezicht van: 'Die mensen zijn ook zo ovej-gevoelig, je kan tegenwoordig niets meer zeggen.'

En wat zij gelijk heeft. Er bruist een woede in mij op die mijzelf verrast, en die terugleidt naar hockey- en tenniswedstrijden uìt van lang geleden, wanneer de lokale tandartsvrouw aan de lokale notarisvrouw vroeg: 'Zeg, en wie is die krullenbol, daaj?'

En dat ze dan zeiden: 'Zit wel snor, hooj, aangenomen kind van de coach.'

Vrouwtje buigt zich nu naar ons voorover, met haar opkrullende neus bijna in ons toetje, en zegt onnavolgbaar patroniserend: 'Jullie hoeven echt nog niet weg, joh.'

Wat zal ze helemaal zijn, 20, 22, nog steeds bezig met haar kandidaats rechten, en geen idee.

Ik bedank voor haar vrindelijkheid, mogen wij als personeel zomaar blijven zitten, wat aardig van mevrouw, maar natuurlijk geeft dat geen genoegdoening.

Hoe kan het, dat zo'n onbenullige blaag je zo kan raken, Sanders, nog steeds, steeds opnieuw?

Wat is de krenking? Dat ze je niet voor vol aanzien? Dat ze niet beseffen dat je ook gehockeyd hebt? En hoe belangrijk is dat? Hoe tomeloos onzeker moet je zijn om dat steeds te willen bewijzen?

Geliefde kijkt streng; neen, zeggen z'n ogen, wij gaan geen stennis trappen. Wij eten grimmig door, de jongemannen zwijgen bedeesd, alleen het vrouwtje laat haar klaterende lach horen van klapperende jackets.

Jahaaa, zo is het wel genoeg, Sanders.

Die woordenstrijd zou je vast en zeker gewonnen hebben. Nou tevreden?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden