Requiem voor twee dorpen

Premier Kok slaat donderdag de eerste paal voor Leidsche Rijn, de laatste stadsuitbreiding van deze omvang in de komende honderd jaar....

JACQUES DE JONG

RESTAURANTHOUDSTER Wil van Wijk van 't Claeverblat ziet de invasie van duizenden nieuwe inwoners met vreugde tegemoet. Vier jaar geleden is deze Utrechtse met haar restaurant in het centrum van Vleuten komen zitten. 'Dit dorp zat niet op mij te wachten, want de Vleutenaren hebben geld in overvloed, maar willen het niet uitgeven. Straks komt al die import deze kant op; daar mik ik op. Anders was ik hier toch nóóit naartoe gekomen.'

Vleuten maakt een stille, zo niet saaie indruk. De plekken waarop het oog wil blijven rusten, zijn gering: twee kerken met daaronder enkele monumentale 'broederschapshuisjes' en een pand waarin vroeger 'het Depot der Kon. Ned. Beiërsche Bierbrouwerij Amsterdam' was gevestigd.

In het centrum staat een fietsenwinkel op een prominente plek. Eigenaar Ton van Zuijlen: 'We hebben hier wel zeven kappers, maar schoenen kun je in Vleuten niet kopen, ook geen kop-en-schotels en geen witgoed. Zulke winkels worden hier straks wel rendabel. Ik wil ook wel groter worden, daar heb ik de capaciteit voor.'

Richting De Meern is een voorproefje te zien van hetgeen de twee dorpen te wachten staat. Daar schiet de nieuwbouw de grond uit. De Meern ziet er niet veel anders uit dan Vleuten waarmee het sinds 1954 is verbonden. Binnen enkele jaren zullen de twee dorpskernen verweven zijn in een tapijt van dertigduizend nieuwe huizen: Leidsche Rijn. De nieuwe stad moet vooral Utrecht soelaas bieden met twintigduizend woningen. Voor Vleuten-De Meern betekent het een uitbreiding met tienduizend huizen en meer dan een verdubbeling van het aantal inwoners, naar 47 duizend. De provincie besloot vorige week Leidsche Rijn toe te voegen aan de stad Utrecht, zeer tot ongenoegen van Vleuten-De Meern.

Intussen werken de gemeentelijke ontwerpers en de architecten koortsachtig aan het ontwerpen van een geheel nieuwe stad. In de plannen leggen ze steeds de nadruk op behoud van karakter en identiteit. Een indruk daarvan geeft de geschiedenis, bijvoorbeeld bij de Historische Vereniging in de 'broederschapshuisjes' naast de kerk in Vleuten. Een serie platen brengt de kastelen in herinnering, waarvan er in de middeleeuwen twaalf in de omgeving stonden. Alleen de Hamtoren en kasteel De Haar in het naburige Haarzuilens zijn overgebleven.

Vleuten en De Meern - gelegen op de grens van het vroegere Romeinse Rijk- bestonden al rond 1500. Maar de geschiedenis kwam pas in beweging na 1954, toen de twee dorpen (met Haarzuilens, Oudenrijn en Veldhuizen) samengingen, eerst slapenderwijs. Daarna, in 1960, sloeg de uitbreidingsdrang van de provincie toe. De nieuwbouw uit die tijd heeft het gezicht van Vleuten-De Meern bepaald: rechte, ruime straten en lanen, met het groen en de stilte van een forensengemeente. Van de 18 duizend huidige inwoners is het gros import.

Mevrouw V. van der Lely, voorzitter van de Welzijnsraad, adviesorgaan voor het gemeentebestuur, vangt de nieuwkomers op. Zij en haar penningmeester J. Paascha leggen uit dat twee van hun voornaamste zorgen zijn: een goede opvang van kinderen om de ouders in staat te stellen te gaan werken, én de groeiende behoefte aan professioneel sociaal-cultureel werk.

Wie beweert dat Vleuten-De Meern uitblinkt in saaiheid, wordt door de twee met cijfers bestookt. De gemeentegids puilt uit van activiteiten op het gebied van jeugd-en jongerenwerk, mannen- en vrouwenverenigingen, ouderenclubs, sport en cultuur, muziek, toneel en koren. Zo zingt Corrie Hoekstra-Hollebeek, al 22 jaar woonachtig te De Meern, barbershop bij het vrouwenkoor The Rhine Singers. 'Ik tennis, ik doe gymnastiek, ik ben peuter-ma als vrijwilliger. Bovendien heb ik mijn kinderen in de buurt en ik pas op de kleinkinderen. Ik voel me hier prima thuis.' Haar man Anne zit bij het Rode Kruis en in de Sportstichting en hij zingt zeemansliedjes in een shanty-koor. De twee lijken karakteristiek voor het dorpse leven.

Een bestand van tweeduizend vrijwilligers en een hoge bezettingsgraad van de culturele centra bevestigen het beeld van een bloeiend verenigingsleven. Er komt voor de Welzijnsraad alleen maar meer werk bij. Straks verrijst de wijk Veldhuizen, oostelijk van De Meern, waar 3400 woningen met 9000 nieuwe inwoners komen. Daarna volgt de nog grotere wijk Vleuterweide. Het betekent dat het culturele erfgoed van de gemeente bij 28 duizend nieuwkomers moet worden ingebracht. Van der Lely: 'In de bestaande kernen zitten we nu op niveau en dat verlangen we ook voor de nieuwe wijken. Hoe lopen die zaken als Utrecht ons overneemt?', vraagt zij zich bezorgd af.

De opmerking lijkt uit de lucht te vallen, maar de dreiging hangt over de dorpsgemeenschap. Opvallend boven de ingang van het gemeentehuis hangt een spandoek: 'Vleuten-De Meern Zelfstandig'.

De gelijknamige stichting staat onder leiding van Herman Bode, destijds activist bij NKV en FNV. Bode is nu 72 jaar en nog actief in universiteits-en ziekenhuisbesturen. Hij woont 28 jaar in De Meern. Strijdlustig als vanouds zwaait hij meteen met paperassen waaruit moet blijken dat Vleuten-De Meern helemaal niet bij Utrecht hoeft te behoren, dat het tegen de afspraken is bovendien. 'Utrecht lapt alle afspraken aan zijn laars. Ik haat die bestuurlijke arrogantie die hand over hand toeneemt.'

'Hier leeft een soort Fokker-gevoel', constateert burgemeester J. Westra in de lijn van Bode, 'wij leveren een goed product, maar toch dreigt het einde.' Hij wil er niet aan. 'Utrecht heeft geen argumenten voor annexatie. Uitbreiding met Vleuten-De Meern lost niets op voor de stad, niet op het gebied van werkloosheid, niet op het gebied van woningnood, niet voor de jongeren, niet voor het drugsgebruik en niet voor de allochtonen.'

Leidsche Rijn is volgens Westra juist ontwikkeld met het oog op de verschillende identiteiten van de stad Utrecht en de tuindorpen Vleuten en De Meern. 'Wij zullen laten zien dat we op onze taak zijn berekend', klinkt het vastbesloten in het gemeentehuis.'

Maar wat zijn nu identiteit en karakter van zijn gemeente? Westra noemt de betrokkenheid van de inwoners, de nabijheid van alle voorzieningen, de ruimte en het vele groen, alsmede de geschiedenis. 'De historie komt steeds sterker tot uitdrukking', merkt hij op. In september is midden in het toekomstige Leidsche Rijn een stuk blootgelegd van de weg die de grens vormde van het Romeinse Rijk, een vondst van internationale allure, volgens archeoloog E. Graafstal. Vlakbij is bovendien een goed geconserveerd Romeins vrachtschip opgegraven.

Die elementen mogen van de burgemeester een plaats krijgen in de stedenbouwkundige opzet van de nieuwe wijk. Hij wijst ook op de kastelen, de ridderhofsteden en de landgoederen van vroeger die als inspiratiebron voor architecten kunnen dienen. 'Het is hier niet alleen stenen stapelen en asfalt draaien.'

De burgemeester geeft toe dat Vleuten-De Meern 'misschien niet de mooiste gemeente van het land' is. 'Maar dat betekent nog niet dat ze niet aantrekkelijk kan zijn.' Hij heeft zijn argumenten bij de hand: de centrale ligging, de beschikbaarheid van huisvesting, de woonomgeving en het leven in een actieve, betrokken gemeenschap.

'Sinds vorig jaar is een constant gesprek gaande over wat we nodig hebben om de sociale component vorm te geven: pleinen met voorzieningen als ontmoetingspunten, scholen, gemeenschapshuizen, voorzieningen voor ouderen, bibliotheken, winkels. Hoe creëer je omstandigheden om een sociaal netwerk tot stand te laten komen.'

Het nieuwe centrum voor de twee dorpskernen mag van Westra geen 'centraal gepositioneerde koopdoos' worden. 'We willen daar een visueel aantrekkelijk centrum met winkels, kantoren, een gemeentehuis, een centrale plaats waar je van 's morgens tot 's avonds kunt vertoeven, de boodschappen kunt doen, een pilsje kunt drinken.'

Zoals Houten, IJsselstein, Almere of Nieuwegein? Westra houdt het op de herkenbaarheid. 'Met de architectuur willen we nadrukkelijk aanhaken bij hetgeen in het gebied van oudsher aanwezig is als inspiratiebron.'

De burgemeester wil 'een stad om van te houden'. 'Het moet er fijn zijn om te zijn, aantrekkelijk van uitstraling, met goede contacten met medebewoners. Gezellig, het moet gewoon gezellig zijn om hier te wonen.'

Dat past in het beeld van inwoonster mevrouw Hoekstra-Hollebeek, gezellig. 'Maar eigenlijk hoeven al die uitbreidingen van mij niet. Ik ben bang dat we hier een heleboel mensen op een kluitje krijgen.' En tuinder C. Miltenburg (55) ziet de uitbreiding met lede ogen over zijn tuinderij komen. Hij moet wijken. 'Er moet op de plek waar ik zit, een park komen. Wat hebben ze daar nou aan, zeker om d'r lui hond uit te laten.'

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden