Requiem van Goudse plateelbakkerij

Het decor Bonnie behelst een ruitje, het decor Granada vertoont een zigzag-patroon, in Belona lijken wespennesten zich op eerbiedige afstand van elkaar te bewegen en dan heb je nog Tamara: bruine vlakken waarin een groene vlek als een bacterie drijft....

Van onze verslaggever

Jaap Huisman

GOUDA

De meditterrane en licht exotische namen (met een opvallende voorkeur voor Italië, waarvan Como, Tosca en Palermo getuigen) kunnen niet verbloemen dat de hoogtijdagen van de Koninklijke Plateelbakkerij Zuid-Holland voorbij waren. We schrijven midden jaren vijftig. Het sieraardewerk werd bedreigd, het gebruiksaardewerk was in de greep gekomen van massaproducenten en belangrijker: de geest was eruit. Het vak van plateelschilder was al ver voor de oorlog uitgehold door nieuwe en vooral goedkopere technieken als spuitwerk of zelfs het aanbrengen van plakplaatjes of transfers.

Vergelijk het theeservies model Oxford met het koffieservies 1000 en de conclusie kan geen andere luiden dan dat armoe troef is geworden. Oxford, een geribbeld theekopje met de onvermijdelijke Garden Rose, is er een van duizend-in-een-dozijn, het soort serviezen dat kitschliefhebbers nog wel eens verheerlijken, zeker als het uit het voormalige Oostblok komt. Maar model 1000 (1904) is een oase in het drukke schilderwerk van de Goudse plateelbakkerij. Ontwerper Chris van der Hoef volstond met een eenvoudig blokje op de witte klei en dat was voor die tijd, en al helemaal voor de fabriek, uiterst modern. Oxford was zo ongeveer de zwanezang. De roos liet zijn blad vallen; de plateelbakkerij sloot in 1964 haar poorten.

Gouda grijpt terug op zijn verleden als stad van de aardewerkindustrie. In twee musea, het Catharina Gasthuis en de Moriaan, worden herinneringen opgehaald aan 'Plazuid' (zoals de 'Koninklijke' kortweg heette), aan Flora, Zenith, Goedewaagen en Regina die tot rond 1960 de Goudse bevolking werk verschaften. Er is niets meer van over. Goedewaagen verhuisde van Gouda naar Nieuw-Buinen in Drente en beperkte zich tot de export. Vazen, schalen, serviezen en wandborden, dat is wat er is nagelaten door de uitgestorven industrieën. Zij droegen de naam van Gouda tot ver buiten Nederland. Gouds Mat en Gouds Glanzend zijn met name in de Verenigde Staten, Canada en Australië begrippen en collector's items.

Was het wat, dat aardewerk uit Gouda? Op een enkel servies en een vaasje na, moet het antwoord luiden: nee. De tentoonstelling doet je beseffen dat er een hele cultuur is uitgestorven, van woonkamers waar je struikelde over de manshoge vazen, met stichtende tekstborden aan de wand (afgewisseld met herdenkingsborden), een driedelig kaststel op het dressoir en met roomwitte hertjes, biddende vrouwen of kikkers op de schoorsteenmantel. Het is het soort interieurs dat Gerard Reve afdoende in De Avonden heeft bijgezet in de geschiedenis. Wie hangt er nou nog een wandbord op?

De Haagse plateelfabriek Rozenburg stond bekend om zijn artistiek gehalte, maar die kon zich dan ook beroepen op een grote plateelschilder als Colenbrander. Rozenburgs ambitie werd afgestraft met een vroegtijdige deconfiture in 1916. Dat Zuid-Holland het tot 1964 heeft volgehouden, tekent de middelmatigheid en concessie-bereidheid van de fabriek waar niet zozeer het artistieke peil als wel het commerciël heil voorop stond.

De plateelschilder van Zuid-Holland heette Henri Breetvelt. Terwijl art nouveau/jugendstil uithijgden van het succes, schilderde Breetvelt onvermoeibaar nog steeds allerlei bloemsoorten op vazen; soms bessen, soms oostindische kers, soms afgewisseld met gevogelte. De geliefde kleuren waren paars, donkerblauw, groen met een toef rose ertussen. Tot 1920 waren deze zware, plompe vazen en volgekliederde borden het handelsmerk van 'Plazuid', totdat de fabriek ontdekte dat ze niet onder de nieuwe tijd uitkon. Met ontwerpers Cornelis de Lorm, Leen Muller, Chris van der Hoef haalde 'Plazuid' een meer moderne ingehouden, stijl in huis. Van der Hoef schilderde op witbakkende klei een zwart lijnen-patroon - daar moet Gouda van opgekeken hebben in 1926 - en Leen Muller gebruikte een minuscuul Stijl-figuurtje als versiering voor een pindastel uit 1930. Maar, nogmaals, in het picturale geweld, zijn het uitzonderingen.

Wat zich bij de ontwerpen van de Goudse plateelbakkerij in retrospectief wreekt, is het nagenoeg ontbreken van een industrieel ontwerp. De vorm van vaas, schaal of kom is ondergeschikt aan de decoratie. Wist de Maastrichtse concurrent Sphinx nog een zekere durf te etaleren met vernieuwende (onversierde, kubistische) serviezen, de 'Plazuid' wierp stofwolken op. Veel schilderkunstig vernuft verdoezelde een banale vorm. Op dikbuikige, bolvormige en grove vazen konden de schilders zich tenminste uitleven. En het publiek pikte dat, tot de Tweede Wereldoorlog. Daarna was er nog een lichte opleving - dè uitgelezen kans in een land vol oorlogscherven - waarbij 'Plazuid' ook profiteerde van de band met grootgrutter De Gruyter voor wie tegeltableaus werden vervaardigd. Die band werd verbroken in 1956, toen hoofdontwerper Verlee naar de Porceleyne Fles vertrok en 'Gouda' een belangrijke klant verloor.

Het is een cultuur-historisch curiosum, deze terugblik op de Goudse aardewerkindustrie. De verslagen van de grote staking in 1929, de foto's van de opeenvolgende directeuren en hun families, van de schilders en schilderessen in de fabriek, van administratie-overzichten en arbeidsovereenkomsten wijzen op een levendig middelpunt in de Goudse samenleving. In de vazen weerspiegelt zich een andere cultuur, die van craquelé-, spuit- en zelfs metallique glazuren op witte of crème klei. Maar aan siervazen, waarin geen boeket kon gedijen, had de nuchtere Nederlander in zijn doorzonwoning in de jaren vijftig steeds minder behoefte en in serviezen was de Goudse plateelbakkerij niet erg gespecialiseerd. Het is casus nummer zoveel van een Nederlandse industrie die te laat doorhad dat de bakens bij de consument al lang waren verzet.

Koninklijke Plateelbakkerij Zuid-Holland. In Catharina Gasthuis/De Moriaan tot en met 26 maart.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden