Republikeinen verloren van hun eigen president

In 1994 maakten de Democraten een doodsmak. In de Congresverkiezingen van dat jaar werd hard met hen afgerekend, omdat hun president Bill Clinton twee jaar eerder openheid en gematigdheid had beloofd en de kiezers nepotisme en linksigheid terugkregen voor hun goedgelovigheid....

Jan Tromp

De Republikeinen veroverden in ’94 een record aantal zetels in het Huis van Afgevaardigden en de Senaat. Ze behaalden een meerderheid die ze, met een kleine onderbreking, in twaalf jaar niet meer behoefden af te staan.

Dinsdagnacht ontvouwde zich een oude geschiedenis in nieuwe gedaante. Het was een enerverend gezicht. De opstand der kiezers tegen president George W. Bush kwam op de televisieschermen aanvankelijk maar langzaam op gang. Het briesje leek zo onschuldig dat conservatieve geleerden schamperden over het uitblijven van de beloofde tsunami.

Een tsunami werd het, compleet met het overrompelende effect van de plotselinge aanlanding. De meerderheid in het Huis is weggevaagd, die in de Senaat staat op wankelen. Tenminste 31 Republikeinse Congresleden, vermoedelijk meer, hoeven na 1 januari niet terug te keren naar Washington.

De kiezers stelden Bush aansprakelijk voor mislukking (Irak) en nalatigheid (de gezondheidszorg, de immigratie, corruptiebestrijding). En omdat Bush niet op de kieslijst stond, zat er voor de kiezers niet veel anders op dan zich te vergrijpen aan de vazallen van de president in het Congres.

Op het publieke televisiestation vatte een commentator het gebodene goed samen. ‘De burgers hebben niet gekozen, zij hebben ingegrepen in het gedrag van een president die zich heeft losgemaakt van de werkelijkheid.’

De conservatieve weblogger Andrew Sullivan haalde met gretigheid Abraham Lincoln aan: ‘Je kunt alle mensen een zekere tijd bedotten en een zeker aantal mensen altijd, maar je kunt niet alle mensen altijd bedotten.’

De president heeft het lang uitgezongen, maar zijn krediet lijkt op, ook onder ‘eigen mensen’. ‘Dit brengt zijn activistische presidentschap tot een einde’, schreef gisteren een oude bewonderaar, John Podhoretz in The New York Post.

Je kunt ook zeggen: de Republikeinen verloren niet van de Democraten, ze verloren van hun eigen president.

Nog maar twee jaar geleden had de president zijn herverkiezing veiliggesteld, zonder dat de Democratische kandidaat John Kerry hem in de campagne serieus had kunnen bedreigen. Bush blaakte van trots: ‘Als je wint heb je het gevoel dat de mensen hebben gesproken en jouw standpunt hebben omhelsd.’ Hij beloofde dat zijn herverkiezing niet zonder gevolgen zou blijven: ‘Ik ben hier gekomen om dingen voor elkaar te krijgen.’

Daarna volgde in rap tempo het ene echec na het andere. De hervorming van de oudedagsvoorziening was trekken aan een dood paard. De president die zijn conservatisme zo graag ‘mededogend’ noemde, legde desinteresse aan de dag voor de gevolgen van Katrina. De hervorming van de immigratie durfde hij niet door te zetten. En vooral was er de oorlog-zonder-einde in Irak.

Het kwam dinsdag allemaal bij elkaar voor de grote afrekening. De voorspellingen dat de Congresverkiezingen zouden uitlopen op een nationaal referendum over Bush werden meer dan bewaarheid.

In Pennsylvania bijvoorbeeld verloor Rick Santorum zijn Senaatszetel. Het was een zware klap, al vroeg op de avond. Santorum stond hoog genoteerd in de Republikeinse pikorde. Hij verloor omdat hij algemeen werd gezien als een slippendrager van Bush: onvoorwaardelijk voor de oorlog in Irak, onbezorgd over het kolossale begrotingstekort. Zijn Democratische opponent boekte groot succes met een televisiespotje waarin hij erop wees dat Santorum bij 98 procent van de stemmingen zijn president had gevolgd.

Er vielen ook onschuldige slachtoffers. In Kentucky werd Anne Northup naar huis gestuurd. Ze was al vier keer herkozen in het Huis van Afgevaardigden. Ze was populair en werd beschouwd als iemand met een sterke campagne. En toch, het enige wat de Democratische kandidaat hoefde te doen was haar op één lijn plaatsen met Bush en het beleid in Irak.

In Rhode Island sneuvelde senator Lincoln Chafee, populaire zoon van een nog populairder senator uit het verleden. Chafee was tegen de oorlog, hij was tegen de belastingverlagingen van Bush. Wat had hij dan verkeerd gedaan? Hij behoorde tot de verkeerde partij, de verkeerde president.

Jan Tromp

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden