'Repats' in Ghana: brengers van ervaring

Waar het economisch goed gaat in Afrika, duikt een nieuw type entrepreneurs op: de repatrianten, of 'repats'. Hun in het Westen opgedane ervaring komt in de groeilanden goed van pas.

DOOR WIM BOSSEMA

Afrikaanse migranten die het in Nederland hebben gemaakt, keren steeds vaker terug naar hun geboorteland. Met de economische stagnatie in het Westen is het snel groeiende Afrika aantrekkelijk geworden. Een manager in het bankwezen besloot tot een avontuur in Ghana en zette een particulier medisch centrum op. Een ondernemer die een wasserij in Nederland wilde opzetten, dacht opeens: waarom doe ik het niet thuis, in Accra?

Die groep heeft al een naam gekregen: de repats, de repatrianten.

Ze duiken overal op het continent op waar het economisch voor de wind gaat: in Kenia, Nigeria, Rwanda, Ethiopië en vooral het stabiele Ghana. De meesten hebben opleidingen en ervaring in de Verenigde Staten of Europa opgedaan. De Wereldbank is opgetogen over de trend, maar waagt zich niet aan andere schattingen dan 'duizenden'.

De repatriant gaat een stap verder dan de gewone migrant die maandelijke een bedrag via het grenswisselkantoor overmaakt naar achtergebleven familie. De repat stuurt niet alleen geld terug naar het moederland maar keert zelf ook met kennis en ervaring terug naar Afrika om zijn land helpen op te bouwen.

Hoeveel van die repats uit Nederland in Ghana zijn, is ook gissen. De Nederlandse ambassade in de Ghanese hoofdstad Accra heeft er geen cijfers over. Er bestaat al langer een groep van enkele tientallen Ghanezen die in Nederland hun pensioenleeftijd hebben bereikt en met hun pensioen en aow naar Ghana terugkeren. Nieuw is de trek terug van jonge, vaak hoog opgeleide, migranten die in Nederland al een carrièrestart hebben gemaakt.

Vaak proberen Ghanese Nederlanders het een tijdje uit, pendelend tussen Ghana en Nederland, voordat zij remigreren. Blijven pendelen wordt ook steeds gemakkelijker en aantrekkelijker, met dagelijkse directe vluchten en internet.

De trend heeft positieve gevolgen voor de Ghanese economie, de afgelopen jaren met een groei van tegen de 8 procent. De repats nemen niet alleen hun in het Westen opgedane kennis en ervaring mee maar ook kapitaal en contacten met banken en investeerders in Europa en de Verenigde Staten.

Nico van Staalduinen, directeur van de vereniging van Nederlandse ondernemers in Ghana, Ghanecc (Ghana Netherlands Chamber of Commerce and Culture) ziet een groeiend aantal Ghanese Nederlanders in zijn ledenbestand van ruim honderd. Vroeger was Ghanecc vooral een club van expats, zegt hij in het kantoortje in een flat vlakbij het vliegveld - het bruisende zakencentrum van Accra. Het was de club voor netwerken op ambassadefeestjes en op de golfbaan, maar dat verandert snel.

Van Staalduinen: 'De expat is aan het verdwijnen. Alle Nederlandse bedrijven vervangen Nederlanders door Ghanezen.' De meesten komen uit Ghana zelf, een paar zijn terugkeerders uit Nederland. Hij vindt dat een goede ontwikkeling, zijn vereniging is nu veel meer dan vroeger op de Ghanese samenleving gericht.

Van Staalduinen is zelf de echtgenoot van een Ghanese repat. Hij trouwde in 1992 in Nederland met haar; in 2005 besloten ze te verhuizen naar Ghana. Dat was al een lang gekoesterde wens en bovendien had Van Staalduinen het helemaal gehad met de regeltjescultuur in Nederland en de Europese Unie. Als importeur, slachter en vleesleverancier van bijzondere wildsoorten had hij diverse aanvaringen met de wareninspectie achter de rug. In Ghana voelde hij zich bevrijd en zette hij allerlei ondernemingen op. 'Hier kan nog van alles.'

De eerste vier jaar was het ook sappelen, want zakendoen in Ghana gaat anders dan in Nederland. Een hotel en vakantiehuisjes liepen meteen goed, maar bij het opzetten van een kwaliteitskrant verslikte hij zich. Er was geen goede krant met financiële informatie, dus Van Staalduinen sprong in dat gat. 'Ik had binnen de kortste keren een portefeuille vol adverteerders. Maar ik kreeg de kranten niet verkocht.'

Die ervaring houdt hij enthousiastelingen onder de repats voor als wijze les. 'Doe waar je in Nederland ook goed in was.' Maar er zijn nogal wat repats die zomaar wat beginnen. Een kennis begon een drukkerijtje: 'Het drukwerk zag er niet uit.' Hij had helemaal geen ervaring, een neef had hem een ideetje aan de hand gedaan. Een ander begon een bloemenkwekerij met een investering van zijn oude baas in Nederland. Maar zijn ervaring bestond eruit dat hij in de kassen fresia's had geplukt. Het bedrijf kwam niet van de grond.

Maar veel lukt ook wel, zegt Van Staalduinen. De les is dat je niet op één paard moet gokken, maar minstens drie zaken tegelijk moet beginnen. 'Het leuke is dat die nieuwe groep allemaal simpele bedrijfjes opzet.' Dat geeft een dynamiek aan de Ghanese economie en schept banen.

De repats staan veel meer in de samenleving van hun familie dan de oude expats in hun buitenlanders-enclaves. Maar repats lopen ook tegen cultuurverschillen op, zegt Van Staalduinen. Ze zijn vernederlandst, gewend aan directe onderhandelingen. In Ghana heb je geduld nodig. Steeds meldt zich weer een andere belanghebbende, de bureaucratie kan erg traag zijn en er zijn douceurtjes nodig: smeergeld.

Maar er zijn veel mogelijkheden voor ondernemers in Ghana, zegt Van Staalduinen. De landbouw is onderontwikkeld: met wat kennis uit Nederland kan de productie per hectare van de vele vruchtbare grond omhoogschieten. Verzekeringen worden nauwelijks aangeboden, terwijl er grote behoefte aan is - zeker onder de groeiende middenklasse. Van Staalduinen zelf denkt weleens aan het aanleggen van particuliere begraafplaats: 'Ghanezen geven heel veel geld uit aan begrafenisrituelen, maar een mooie, goed verzorgde begraafplaats is er niet.'

Richard Yeboah is in oktober naar Ghana teruggegaan. Hij bracht zijn volwassen leven door in Nederland, studeerde technische bedrijfskunde in Enschede en zette diverse kleine bedrijven op. In Amsterdam bijvoorbeeld Neviso (New Vision Solutions), dat advies en trainingen geeft aan jonge aspirant-ondernemers in Amsterdam Zuid-Oost, veelal van buitenlandse komaf. Hij is ervan overtuigd dat het vrije ondernemerschap voor jonge Ghanezen de weg uit de armoede is.

Hij is in Accra directeur van de Ghanese vestiging van het advies- en trainingsinstituut MDF, met elf werknemers. Die instelling geeft vooral trainingen aan medewerkers van particuliere hulporganisaties en over- heidsinstellingen. Een nieuwe doelgroep vormen de jonge entrepreneurs. Yeboah heeft daarbij vooral repats als hijzelf voor ogen. 'Velen zien grote mogelijkheden hier in Ghana. De binding en de contacten met Nederland blijven. Zo kunnen ze gebruik maken van beide werelden.'

Het midden- en kleinbedrijf moet in Ghana nog tot leven komen. De jonge Ghanezen ontberen de basale kennis en vaardigheden om een zaak te runnen. 'Mensen in Ghana willen werken. Kijk naar al die verkopers bij de files met zakjes drinkwater. Dat levert niet veel op, lijkt me. Toch doen ze dat de hele dag. Die inzet moet te gebruiken zijn om iets beters op te zetten.'

Daar kunnen hun teruggekeerde neven en nichten een grote rol spelen, is het visioen van Yeboah. Door het goede voorbeeld te geven, te adviseren en ook financiële bronnen in Nederland te helpen aanboren. Het Nederlandse systeem van zzp'ers ziet hij als de toekomst voor Ghana. Ghanezen hebben een grote voorkeur voor het vrije bestaan boven loondienst, denkt Yeboah.

Hij geeft een voorbeeld: 'De afwerking van huizen en gebouwen is hier slecht. Tegelzetters kunnen er niets van. Dat is eenvoudig te verhelpen met wat training en een andere houding. Het is een sector die bij uitstek geschikt is voor eenpitters.' De repats met hun Nederlandse ervaring kunnen hen dan opleiden en inhuren voor bouwprojecten.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden