Renteverlagingen, krimp en inflatie

De economische motor van de Verenigde Staten stokt, voor het eerst sinds 1991. Tot de aanslagen worden de gevolgen voor Europa zwaar onderschat door analisten, IMF en ECB....

Van onze verslaggever Jan Meeus

Alan Greenspan is in 2001 zonder twijfel de drukste bankier ter wereld. Maar liefst elf keer verlaagt de Amerikaanse centrale bankier de rente. En toch kan Greenspan niet voorkomen dat de Amerikaanse economie in een recessie terecht komt, voor het eerst sinds 1991. De terroristische aanslagen op 11 september blijken zelfs voor de vaak bewierookte centrale bankier te veel. Definitieve cijfers zijn er nog niet, maar na de economische krimp in het derde kwartaal zullen de cijfers over de laatste drie maanden van 2001 ongetwijfeld aangeven dat er sprake is van een officiële recessie.

Gezien de massieve renteverlaging - de rente in de VS daalt van 6 procent naar 1,75 procent - balanceert 's werelds grootste economie al het hele jaar op het randje. Op 3 januari verrast Greenspan de financiële markten met een eerste rentestap. Blijkens de euforie op de beurzen - technologiebeurs Nasdaq stijgt die dag met een record van 14 procent - hebben beleggers op dat moment nog alle vertrouwen in Greenspan. De maestro van het monetaire beleid lijkt de touwtjes stevig in handen te hebben. Líjkt, want met iedere rentestap die Greenspan daarna aankondigt, groeit de onzekerheid. Heeft hij zijn touch nog?

Na de zevende renteverlaging in augustus wordt duidelijk dat de gevolgen van de crisis in de dotcom-sector zwaar zijn onderschat. En niet alleen door Greenspan. In de zomer rekent de Europese Centrale Bank (ECB) nog met een groei voor de eurozone van 2,2 tot 2,8 procent. Dat is weliswaar minder dan aan het begin van het jaar, maar de ware aard van de Amerikaanse recessie wordt nog niet onderkend.

Op 31 augustus gaat de ECB door de bocht. Het Europese rentetarief wordt naar 4,25 procent verlaagd, en in de toelichting erkent Duisenberg dat de ECB de 'diepte en de duur van de economische teruggang in de VS heeft onderschat'. Andere toonaangevende institituten volgen. Behalve De Nederlandsche Bank. Topbankier Nout Wellink kondigt op 6 september in de Volkskrant aan dat het economisch herstel 'nu of binnenkort' zal intreden. Gezien de toevoeging 'mits de VS niet verder wegglijden' moet Wellink snel op zijn woorden terugkomen.

De economische gevolgen van nine-eleven leveren in Nederland nog ruzie op in het kabinet. Aan de vooravond van een crisisoverleg met bonden en werkgevers rekent minister Vermeend van Sociale Zaken snel uit dat de economische groei dit jaar maximaal 1 procent zal bedragen. Premier Kok laat Vermeend weten dat hij het Centraal Planbureau gewoon zijn werk moet laten doen. En waar komt het CPB later op uit? Inderdaad: op 1 procent.

Wie had dat aan het begin van het jaar kunnen denken? In januari kijken werknemers uit naar het eerste loonstrookje van het jaar. De verlaging van de loonbelasting levert een extraatje op van minimaal 5 procent. De verlaging van de schalen voor de inkomstenbelastingen kent echter ook een tegenhanger: de verhoging van de omzetbelasting naar 19 procent. En dat leidt tot een fors hogere inflatie, net als de verhoging van de ecotax en de herwaardering van de WOZ-waarde. De grondslag voor de onroerend-goedbelasting is door de omhoog geschoten huizenprijzen fors gestegen, en dat leidt dus voor veel huizenbezitters tot hogere woonlasten.

Als in maart de prijzen van levensmiddelen zoals vlees ook nog beginnen te stijgen door de snel om zich heen grijpende mond- en klauwzeer-crisis, schiet de inflatie naar 4,9 procent. Daarmee is Nederland met afstand nummer één in Europa. In de tweede helft van het jaar neemt de inflatie weer af, mede door een forse daling van de olieprijs. Die piekt begin september nog op 30 dollar per vat, maar keldert later naar zo'n 20 dollar. Die spectaculaire prijsdaling wordt veroorzaakt door de afnemende economische activiteit. Datzelfde geldt voor de lange rente. Pluspunt voor de woningzoekende Nederlander is dat hij weer kan gaan nadenken over de grootste aankoop van zijn leven.

Naarmate het jaar vordert, beginnen analisten en economen te beseffen dat het groeitempo van de economie serieus afvlakt; de lange rente daalt. In de maand na de aanslagen daalt de tienjaarsrente tot 4,4 procent. Voor de euro dreigt 2001 intussen een nieuw rampjaar te worden. De munt kachelt vanaf januari achteruit. Dat leidt tot zware kritiek op Duisenberg en de ECB. In de zomer is een euro nog maar 84 dollarcent waard. Een dollar kost dan bijna 2,60 gulden. Nadat de ECB in augustus en september het officiële rentetarief in twee stappen naar 3,75 procent verlaagt, herstelt de euro zich iets.

Maar de problemen van Duisenberg verbleken bij die van zijn collega's in Argentinië en Japan. In december leidt de economische chaos in het geboorteland van Máxima tot plunderingen en een acute politieke crisis.

De crisis in de VS komt ook hard aan in Japan. De aanslagen in september zijn voor de Japanse economie de laatste druppel. Door de stokkende export naar de VS schiet de economie in een recessie. Economen vrezen dat Japan haar problemen exporteert door de verkoop van goederen via een verlaging van de yen te stimuleren. Dat is het grootste gevaar voor de economie in 2002.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden