Column

Rendement is niet goed of slecht, rendement is

Het spel en de knikkers

 

O, wat een beeldige fluwelen handschoentjes worden er aangetrokken als de studenten in Amsterdam eens worden tegengesproken. Wouter Bos in de krant van donderdag bijvoorbeeld. Toch is dit beter, vind ik, dan het gedweep met het studentengelijk door allerlei bekende Nederlanders van wie ik het donkerbruine vermoeden heb dat ze de afgelopen tien jaar geen universiteit van binnen hebben gezien. Maar toch. Mag het wat steviger?

De studenten in Amsterdam hebben drie eisen. Democratischer bestuur. Ander huisvestingsbeleid. Minder 'rendementsdenken'. Dat laatste is de kern van de zaak. 'Rendementsdenken' is, in één woord, slecht.

Mijn stelling is niet: rendementsdenken is goed. Ik ga een stap verder: rendement is, of je er nu over nadenkt of niet. En zoals met de meeste dingen in de echte wereld kun je daar beter helder over nadenken.

Rendement is. Maar over wiens of welk rendement gaat het hier eigenlijk? Over het rendement van student en belastingbetaler. Over de euro's geïnvesteerd in hoger onderwijs. Studenten investeren in hoger onderwijs door een (klein) deel van de directe kosten te betalen via het collegegeld én doordat ze loon laten liggen dat ze hadden kunnen verdienen door hun tijd te besteden aan werk in plaats van studie. De belastingbetaler - van vuilnisman tot hoogleraar - investeert mee in de vorm van subsidie aan universiteiten.

Beide investeerders plukken vruchten van de investeringen. De afgestudeerde (master) heeft, gemiddeld genomen, een hoger uurloon dan de bachelor, die weer een hoger uurloon heeft dan de timmerman. Dit is het private rendement op extra jaren scholing. De schatkist profiteert mee omdat over dat hogere uurloon van de master een hoger belastingtarief wordt geheven. Bovendien leidt een beter opgeleide beroepsbevolking tot hogere economische groei.

Dit sommetje is er dus altijd. Private en publieke kosten, private en publieke baten. Het sommetje in euro's kan worden uitgebreid naar niet of maar moeilijk op geld waardeerbare grootheden, zoals gezondheid en levensverwachting.

Als er twee investeerders zijn, en dus twee stromen kosten en twee stromen baten, speelt de verdelingsvraag altijd een rol. Wie betaalt wat? Wie plukt welke vruchten?

Een gedachte-experiment. Stel: de publieke investeringen zijn nul. Er is geen subsidie van de belastingbetaler aan de student. Hoger onderwijs is een private investeringsbeslissing. In dit geval zal de belastingbetaler de schouders ophalen bij de woorden die minister Bussemaker van Onderwijs deze week gebruikte in een brief aan de Kamer over de kwestie: 'Goed onderwijs (...) is veel meer dan studenten snel laten afstuderen. Goed onderwijs is kleinschalig en responsief, heeft aandacht voor brede academische vorming en 21st century skills, daagt studenten uit en wordt gedragen en gebracht door gemotiveerde, hooggekwalificeerde docenten.'

De belastingbetaler zal hooguit denken: dat zal gerust een paar centen kosten. Maar dan krijgen ze vast ook wat. Laat ze maar lekker hun ding doen. Einde experiment.

In de echte wereld betalen de timmer- en vuilnisman wél mee aan het hoger onderwijs. En is dat niet voor een kleine elite die het zich permitteren kan. Vier op de tien mensen met wie zij op de basisschool zaten, bezoeken een hogeschool of universiteit. Beiden zijn positief, trouwens.

Maar nu klinken de woorden van Bussemaker toch anders. Goedkoop en snel afstuderen klinkt plots een stuk aantrekkelijker dan duur 'kleinschalig en responsief onderwijs met brede academische vorming'.

De stelling 'rendementsdenken is slecht' kan dus slechts twee dingen betekenen. Eén: de verdediger van de stelling begrijpt niet dat rendement is, of we dat nu leuk vinden of niet. De verdediger is onwetend. Twee: de mazzelaar van zijn generatie bedoelt te zeggen dat hij zijn rendement wil verhogen ten koste van zijn generatiegenoten. De verdediger is egoïstisch.

Frank Kalshoven is directeur van De Argumentenfabriek.

Reageren?
frank@argumentenfabriek.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.