reportage

Ren in Orejón nooit achter je bal aan de bosjes in

Door de burgeroorlog ligt Colombia vol landmijnen. De strijders van de FARC en regeringssoldaten gaan ze samen ruimen. Als proef voor vrede.

Marjolein van de Water
Een mineur doorzoekt een van de vele gebieden waar strijdende partijen landmijnen hebben begraven. Beeld AFP/Getty Images
Een mineur doorzoekt een van de vele gebieden waar strijdende partijen landmijnen hebben begraven.Beeld AFP/Getty Images

De inwoners van het Colombiaanse gehucht Orejón wijken nooit af van de paden en hakken geen hout in het bos. Kinderen klimmen niet in bomen en het is hen verboden achter een bal aan te rennen die per ongeluk in de bosjes belandt. Orejón ligt vol met landmijnen, iedere misstap kan fataal zijn.

De explosieven zijn geplaatst door de guerrillabeweging FARC, die de scepter zwaait in de gemeenschap en de mijnen gebruikt om de cocavelden te beschermen. De handel in coca, hoofdbestanddeel van cocaïne, is een belangrijke inkomstenbron voor de op marxistisch-leninistische leest geschoeide rebellenbeweging.

Hoewel de mijnen bedoeld zijn om het leger op afstand te houden, vallen er ook burgerslachtoffers. Twaalf van de 84 inwoners van Orejón raakten de afgelopen drie jaar gewond door de explosieven, een van hen stierf. Daarnaast gaan geregeld ezels en koeien de lucht in.

Maar als alles volgens plan verloopt, komt er dit jaar nog een einde aan het explosiegevaar. Volgende week gaat in Orejón een historisch experiment van start. Na elkaar ruim een halve eeuw naar het leven te hebben gestaan, gaan de FARC en het Colombiaanse leger samen landmijnen vegen. De strijdende partijen besloten daartoe in de Cubaanse hoofdstad Havana, waar ze sinds eind 2012 over vrede onderhandelen.

Als het proefproject in Orejón succesvol verloopt, volgen andere gemeenschappen. Dat is geen overbodige luxe. Na Afghanistan is Colombia het land met de meeste landmijnen ter wereld. Niet alleen de FARC, ook de tweede guerrillabeweging ELN, het leger en paramilitairen maken gebruik van de wapens.

In de afgelopen 25 jaar zijn ruim elfduizend slachtoffers gevallen door landmijnen. Iets minder dan de helft daarvan zijn burgers, onder hen 1.133 kinderen. Vorige week landde nog een legerhelikopter op een mijnenveld; vier militairen kwamen om.

Vredesproces

Een succesvolle samenwerking tussen de FARC en de regering zou een doorbraak kunnen betekenen in het vredesproces. 'Voor het eerst in meer dan vijftig jaar conflict werken het leger en de FARC samen in het belang van de Colombiaanse gemeenschap', zei Humberto de la Calle, hoofd van de regeringsdelegatie in Havana bij het bekendmaken van het project. 'Dit is een belangrijke stap richting vrede.'

De onderhandelaars kunnen positief nieuws over het vredesproces goed gebruiken. Want hoewel de partijen in Havana over belangrijke punten overeenstemming bereiken, is het geweld in Colombia de laatste tijd juist weer opgelaaid. De guerrillagroep maakte in mei een einde aan het eenzijdige staakt-het-vuren dat sinds eind vorig jaar van kracht was, en heeft het aantal aanslagen op militaire en publieke doelen flink opgevoerd. Het Colombiaanse leger slaat hard terug. Bij aanvallen sneuvelden de afgelopen zes weken zeker veertig rebellen.

Temidden van dit strijdgewoel bereidt Orejón zich voor op het mijnen vegen. Een legersergeant bezocht eind mei samen met een lokale FARC-rebel de gemeenschap. De guerrillastrijder vertelde de sergeant waar hij landmijnen heeft begraven en van welk materiaal ze zijn vervaardigd. Samen definieerden ze de gevarenzones en plaatsten afzettingen met rood lint en waarschuwingsborden.

'De sfeer was goed', vertelt Hernán Moreno, voorzitter van de gemeenschapsraad van Orejón. 'We hebben allemaal samen geluncht.' Vandaag begint de bouw van het kampement in Orejón, volgende week gaan de specialisten aan de slag met het opruimen van de explosieven. 'Ze zullen een paar maanden in de gemeenschap logeren, zegt Moreno. Nog voor kerst moet de gemeenschap landmijnenvrij zijn.

Orejón is onderdeel van Briceño, een afgelegen gemeente met 8.500 inwoners in het noorden van departement Antioquia. Over de laatste 45 kilometer vanuit departementshoofdstad Medellin doet de bus ruim drie uur. De weg kronkelt door de bergen, diepe gaten in het afbrokkelende wegdek en gapende afgronden dwingen de buschauffeur de snelheid beperkt te houden.

Briceño oogt op het eerste gezicht als ieder ander Colombiaans bergdorpje. Vrouwen zitten te kletsen op de stoep voor hun simpele bakstenen huizen. Magere straathonden springen verschrikt aan de kant als een boer met paard en wagen door de steile straten jakkert. Kerkklokken luiden de middagmis in, kinderen knikkeren op het dorpsplein.

Voor het politiebureau zit een militair met opgestroopte mouwen zijn machinegeweer te poetsen. Op het dak van het gebouw liggen zijn tot de tanden bewapende collega's achter een betonnen muurtje. Op iedere hoek van het plein staan agenten en militairen op de uitkijk. Onbekenden worden direct in de kraag gegrepen, naar het bureau gebracht en op hun identiteit gecontroleerd.

Blind en verminkt door een landmijn

Het is pikdonker als Arsenio Conde over een zandpad naar huis loopt. Hij heeft een spannende voetbalwedstrijd gekeken in een nabijgelegen boerderij, Het is november 2013 en de dan 26-jarige landarbeider is ingehuurd als seizoenskracht in Tarazá, tientallen kilometers van zijn thuisdorp. 'Ik kende de weg niet goed en week een beetje van het pad af', vertelt Conde met zachte stem. 'Ik gleed uit en toen ik met mijn handen mijn val brak, hoorde ik een enorme explosie.'

Omwonenden snelden te hulp en brachten hem naar het ziekenhuis. 'Ik was de hele tijd bij bewustzijn en herinner me elk detail', zegt hij. Het zweet breekt hem nog altijd uit als hij erover vertelt. 'Ik voelde vooral angst, meer dan pijn.'

De schade is aanzienlijk. Vier vingers zijn ernstig verminkt, zijn linkerduim is vrijwel verdwenen en huidtransplantaties vormen een lappendeken op zijn hand. De littekens op zijn armen en romp kan hij niet zien. Sinds de landmijn is hij aan beide ogen blind.

'Ik ben niet boos', zegt hij. 'Ik weet niet eens wie die mijn daar heeft neergelegd dus op wie moet ik boos zijn?' Hij is wel teleurgesteld in de staat. 'Het is de taak van de overheid om burgers te beschermen', zegt hij. 'Ze hebben gefaald. Ik kan nooit meer werken, maar krijg ook geen uitkering.'

Conde heeft geen sympathie voor de guerrillabewegingen, noch voor de paramilitairen of het leger. 'Ik snap die oorlog niet, ik begrijp niet waar ze voor vechten.' Hij betwijfelt of het tot vrede zal komen. 'Ze gaan echt niet zomaar de wapens neerleggen. Niemand wil zijn macht en territorium opgeven.'

Criminele organisatie

Want onder het kalme oppervlak woedt de oorlog. De Urabeños, een criminele organisatie die is ontstaan uit de in 2006 gedemobiliseerde paramilitairen, perst de bevolking af en beheert een deel van de cocavelden en illegale mijnbouw in de gemeente.

In een aantal gemeenschappen, waaronder Orejón, gelden de wetten van de FARC. 'Wij zijn onvernietigbaar', staat in hanenpoten en met zwarte verf op een golfplaten hutje net buiten het centrum gekalkt. 'Afzender: Front 36 FARC-EP.'

Orejón is hermetisch afgesloten voor journalisten. 'Orders uit Havana', vertelt Omar Arenas, burgemeester van Briceño. 'Het ligt allemaal heel gevoelig. Als dit proefproject mislukt, moeten ze weer helemaal opnieuw beginnen. De samenwerking is pril en vol wantrouwen van beide kanten. Daar kunnen ze geen pottenkijkers bij gebruiken.'

'Wij leven al jaren onder bestuur van de FARC', vertelt Hernan Moreno, voorzitter van de gemeenschapsraad van Orejón. 'De meeste inwoners leven van de cocateelt, de FARC koopt de gehele oogst', aldus Moreno die een ochtend in Briceño is voor een ontmoeting met de burgemeester. 'Het is voor ons de enige manier om te overleven', zegt hij. 'Coca biedt een stabiele inkomstenbron, dat is onmogelijk met koffie of bananen.'

Hoewel Moreno de slachtoffers van de landmijnen betreurt, is hij sceptisch over de plannen om de explosieven op te ruimen. 'De mijnen voorkomen dat de cocavelden worden vernietigd door het leger', zegt de gemeenschapsleider die sympathiseert met de guerrilla. 'De regering moet beloven dat ze de cocavelden met rust laat, anders hebben we liever dat de mijnen blijven liggen.'

Ook over het vredesproces is Moreno weinig enthousiast. 'Ook al besluit de FARC de wapens in te leveren, dan is er nog geen vrede', zegt hij. 'Zolang de senatoren in dit land slapend rijk worden en de boeren in extreme armoede leven, zal er oorlog zijn. Vrede moet betekenen dat iedereen te eten heeft en zijn kinderen naar school kan sturen.'

Het uitgraven en onschadelijk maken van een landmijn is precisiewerk. Beeld AFP/Getty Images
Het uitgraven en onschadelijk maken van een landmijn is precisiewerk.Beeld AFP/Getty Images

De regering is zich bewust van de nauwe banden tussen de gemeenschap en de FARC en belooft dat het mijnen vegen gepaard zal gaan met sociale programma's. 'Orejón heeft een goede toegangsweg nodig, een fatsoenlijk schoolgebouw en stromend water', zegt burgemeester Arenas.

Geld daarvoor moet uit Bogotá komen. 'Tot nu toe interesseerde de nationale regering zich nauwelijks voor Briceño', zegt Arenas. 'Nu moeten ze wel. Als ze tenminste willen dat dit experiment slaagt.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden