REMCO CAMPERT

Vannacht droomde ik dat mijn moeder nog leefde. In zekere zin doet ze dat ook nog. Toen ze stierf was ze acht jaar ouder dan ik nu ben en pas als ik haar heb ingehaald, is ze echt dood. Ik droomde dat ze achter het stuur van een vrachtwagen zat. Absurd natuurlijk, want ze kon niet rijden, net zo min als ik, maar dromen zijn er om het onmogelijke mogelijk te maken. Ik klom de cabine in en kuste haar. Ze wendde haar gezicht af in stil verwijt. Ik werd wakker met een gevoel van schuld. Waaraan weet ik niet, of het zou moeten zijn dat ik haar niet elke dag bezocht heb, toen ze was opgenomen in het bejaardentehuis. Ze kwam bijna niet meer buiten, maar als ik kwam maakten we een blokje om. Ze liep langzaam en kneep krampachtig in mijn hand. Dat laatste herken ik nu. Als ik zelf een blokje om ga, knijp ik krampachtig in mijn eigen hand met mijn huissleutels erin en moet me dwingen die hand te ontspannen.


Hoe ver kan ik gaan in deze column met persoonlijke beslommeringen? Ik waag het er maar op. Mijn moeder komt voor in het prachtig door Irma Boom verzorgde boek, samengesteld door Els Kloek, 1001 vrouwen uit de Nederlandse geschiedenis (uitgeverij Vantilt, 2013). Daarin staat: 'In de jaren twintig frequenteerde Broedelet de Rattenkelder, waar ook schrijvers en dichters als Adriaan Roland Holst, Martinus Nijhoff, Ben van Eysselstein en Jan Campert kwamen. Van Eysselsteijn en Campert werden verliefd op haar, maar Broedelet wist niet wie ze moest kiezen en vertrok met een Rijnboot naar Heidelberg. Daarvandaan schreef ze (en dat wist ik niet, R.C.) beiden dat ze was weggegaan om na te denken. Toen Campert reageerde met de woorden: 'Meid, wat een goed idee', koos ze voor hem. In 1928 trouwden ze, een jaar later werd hun zoon Remco geboren.


Mijn vader, die het kennelijk geen 'goed idee' vond om haar trouw te blijven, verliet het huwelijk drie jaar later. Op 12 januari 1943 liet hij het leven in het concentratiekamp Neuengamme. Toen dit bekend werd, stond mijn moeder in Den Haag in het toneelstuk Toontje heeft een paard getekend. Haar collega's wilden de voorstelling niet doen doorgaan. Mijn moeder, als plichtsgetrouwe actrice, zag hier geen heil in. 'Vind je het erg van me?', vroeg ze me jaren later. 'Neen, natuurlijk niet, mam', vond ik. En dat vind ik nog. Wie zou er baat bij hebben gehad? De show must go on.


Vlak na de oorlog werden veel van mijn vaders boeken herdrukt. Van de week gaf iemand me een van die boeken, met de mij onbekende titel Kerend getij (uitgeverij Amsterdam Boek). Ook de uitgeverij is me onbekend. Achter de titel bleek zijn toen bekende roman Wier schuil te gaan. Een en ander bracht me ertoe mijn eigen boekje Over mijn vader (De Bezige Bij, 2004) nog eens uit de kast te halen. Het opent met een mededeling die mij nog rillingen bezorgt: 'Op 18 januari ontvingen de redacties van de Nederlandse dagbladen de volgende 'noot': 's-Gravenhage, 18 januari - het departement van volksvoorlichting en kunsten deelt mede, dat geen berichten gepubliceerd mogen worden betreffende den dood van den schrijver jan campert. - niet voor publicatie. -' Hij was al uit het leven gewist, nu moest hij ook nog uit het geheugen gewist.


Vannacht droomde ik over mijn moeder. Jaren geleden heb ik ook over mijn vader gedroomd. Ik droomde dat ik op een donkere namiddag in het journalistencafé Scheltema zat en dat hij er binnenkwam, plotseling uit het niets van de tijd opgedoken. 'Hij had Neuengamme overleefd. Hoe had hij al die jaren daarna doorgebracht? Dat zou hij me vertellen, nadat we ons in elkaars armen hadden gestort.'


Morgen is het 1 december. Ik zie de donkerte van de komende tijd met enige vrees tegemoet. Om die te bezweren misschien het bovenstaande geschrevene, niet al te sentimenteel, hoop ik.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.