Remco Campert

Wat sta ik hier eigenlijk te doen? Die gedachte komt weleens bij me op, vooral tijdens 'gelegenheden'. Met gelegenheden bedoel ik gebeurtenissen die plechtig zijn of feestelijk of een combinatie ervan. Jubilea, begrafenissen, openingen. Tenzij ik er iets te doen heb, sta ik er iets anders te doen dan aanwezig te zijn.


Aan mijn aanwezigheid neemt in veel gevallen alleen mijn stoffelijk omhulsel deel, mijn geest heeft 'de ruimte van het volledige leven' (Lucebert) gekozen. Laatst bij een dergelijke gelegenheid midden in Amsterdam droomde mijn geest weg en bevond ik me plotseling in Antwerpen waar ik vele jaren terug een paar jaar gewoond heb. Ik liep rond in mijn oude huis aldaar en vroeg me af waar toch die vroege, prachtig geïllustreerde druk van Walt Whitmans Leaves of Grass gebleven was. Ik keek naar buiten en zag een meisje lopen, te jong voor mij. Van vol werd het leven tot ledig.


Toen ik uit het raam keek


zag ik je lopen aan de overkant


daarna schreef ik snel een regel neer


want dat vond ik was mijn taak.


Toen ik weer naar buiten keek


was je al bijna bij de hoek


(de winkel waar ik Stella en Blauwe Bastos haal).


er liep een jongen naast je


met een schooltas onder z'n arm


een slome bleke puistekop


maar wel van je leeftijd.


Iemand had zijn speech beëindigd. Er klonk applaus dat me met een ruk terugbracht naar Amsterdam, een zaaltje, veel mensen, meisjes schonken de glazen vol. Een paar minuten lang had de herinnering de actuele werkelijkheid van de 'gelegenheid' beentje gelicht.


Als je mijn leeftijd hebt bereikt, word je uitgenodigd voor een gelegenheid, in de hoop dat jouw aanwezigheid de gebeurtenis enige glans verleent. Er wordt bijvoorbeeld een nieuw boek gepresenteerd en ik heb de taak om het eerste exemplaar ervan in ontvangst te nemen. Dat betekent: op een podium staan, het boek met een dankbare glimlach in handen nemen en op de foto met de vervaardiger ervan, er zorg voor dragend dat de titel van het boek duidelijk zichtbaar is. Mijn taak is dan nog niet afgelopen. Ik moet ook nog een woordje spreken, het liefst een warm woordje dat iedereen er toe zal brengen het boek stante pede aan te schaffen. Stante pede of anders morgen wel.


Met zo'n boek moet ik natuurlijk wel iets te maken hebben. Zo mocht ik onlangs, alvorens mijn prevelementje te houden, het mooi uitgevoerde


Ik ben een gemankeerde saxofonist - Lucebert en jazz (uitgeverij Huis Clos) in ontvangst nemen. Ik kreeg het als eerste omdat ik in vervlogen dagen Lucebert liet kennismaken met de jazzmuziek, wat in de jaren daarop bij hem resulteerde in talloze gedichten en schilderijen, gewijd aan de jazzgroten. Met het boek in handen op een koude novemberavond in het warme Bimhuis dacht ik terug aan het jaar 1950, waar ik mijn plaatjes draaide in het huis van Bert Schierbeek waarin Lucebert en ik toen woonden, Lucebert aandachtig luisterend, ik zwetend van de opwinding die Parker, Gillespie, Monk etc. me bezorgden. In gedeelde vreugde luisterden we naar Our Delight (Dizzy Gillespie Orchestra, 1947). Ik ben veel kwijtgeraakt, maar die platen heb ik nog altijd.


Alles gaat voorbij, daar heb ik me bij neergelegd, maar als er één tijd is die ik zou willen terughalen dan is het wel die tijd, toen alles nog beginnen moest, alles nieuw was, de toekomst open.


Als toegift Luceberts Monk (1959)


de duizelingwekkende mandarijn beveelt


afbraak van het porceleinen paleis


wulpse slaven slopen terwijl hij


in zijn jaden grot zich hinnikend inspint

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden