Remco Campert

Er zijn landschappen die ik me nog makkelijk voor de geest kan halen. Het landschap van Noord-Frankrijk bijvoorbeeld, waar we meer dan dertig jaar een huis bezaten, dat uitzicht gaf over glooiende velden en de dichte bossen die het huis omringden. Het zonlicht bevlekte door het bladerdak van de bomen heen de bospaden. Ik hoor het stromen van het beekje in het dal, ik zie de klaprozen tussen het groen, ik hoor het blaffen van de boerderijhonden, het wanhopige trekken aan hun ketting, ik ruik de gezonde geur van koeienmest.


Toch is het gemak waarmee ik me deze dingen herinner bedrieglijk. Het kan niet anders of er is het een en ander uit mijn geheugen weggesiepeld. Wat op de zeef is blijven liggen zijn brokjes. Ik beschik over een vast repertoire aan jeugdherinneringen. Ze zijn langzamerhand ontdaan van alle gewaarwordingen waarin ze gebed lagen. Hoe zag de kamer eruit? Hoe was het weer die dag? Welke kleur hadden de viooltjes op de dekschuit? Hoe rook het in het huis van mijn grootmoeder? Een geur kan wel een herinnering opwekken, maar andersom ruik ik niets. Wat op de zeef blijft liggen is een anekdote. De rest is er in de loop van jaren bijgeflanst.


Ik ben vele malen in Indonesië geweest, trok door Java met mijn vriend de dichter Rendra. Als ik bij mijn geheugen te rade ga, is er maar een herinnering standvastig gebleven: een blik uit het raam van de trein naar Soerabaja, waarbij ik een jongetje zag dat in de rivier zijn karbouw stond te wassen. Ik heb wel foto's uit die tijd, maar dat zijn ook anekdotes. Wat ik werkelijk beleefde komt daar niet in voor.


In E. du Perron's magistrale boek Het land van herkomst (Querido, 2de druk, 1935) lees ik: 'De Tji Liwoeng stroomde diep beneden, men moest bijna een ravijn in om aan het water te komen, wat ondoenlijk leek omdat de helling dichtbegroeid was met doornige struiken en omdat allerlei afval, blikjes, glasscherven enz. daar gewoon ingegooid werd. (...) Het water stroomde soms snel, bij bandjir, soms rustig, maar altijd met veel kleine draaikolkjes; meestal licht okerkleurig, werd het bij bandjir door de meegevoerde aarde dik en bruinrood. Vanuit onze tuin kon men de rivier juist een bocht zien maken; het was boeiend daarachter de prauwen te zien opkomen of verdwijnen, met de inlanders erop die meestal niet roeiden, maar met een lange staak werkten.' Zulke taferelen moet ik jaren later ook gezien hebben, inclusief afval; plastic zakken waren er in Du Perron's tijd nog niet. Soms vervloek ik mijn afnemend geheugen, maar ik doe er beter aan te prijzen wat me nog rest.


Ik bezit ook een fraai in batik gebonden boek, geschreven door mevrouw D.M. Vissering, getiteld Een reis door Oost-Java (Uitg. Der Erven F. Bohn te Haarlem, 1912). Ze schrijft: 'Op den blakende landweg heeft sedert 't krieken van den dag 't verschroeiende licht met overweldigende hitte gestraald. O! 't Wreede licht, de wreede hitte, de wreede droogte van een Indischen landweg in de dagen van den Oostmoesson; maar bovenal 't wreede stof, in hooge wolken van den zwarten boden opgedreven, door alles wat op den heirweg voorbij gaat: rennende paarden, zwaar zwoegende sappi-spannen, zelfs door de barvoetsgaande inlanders; zwart stof, schel beschenen door 't oranje-licht. De wereld is hier bij oogenblikken een vagevuur'. Allemaal ook door mij gezien, door de ramen van een airconditioned busje en niet vanuit een koets met voorgespannen rennende paarden, teruggeroepen in mijn geheugen door de gelezen boeken, die weemoed en verlangen in mijn opwekten.


Ik verlang naar ledigheid en met uw welnemen neem ik nu twee weken vakantie van deze column, op zoek naar andere landschappen, imaginair of werkelijk.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden