Remco Campert

Onlangs vond ik een aardig boekje terug in mijn boekenkast. Het heet Cinema Literair (uitgeverij Agathon, 1989) en het bevat een verzameling teksten van Nederlandse auteurs over film en bioscoop, samengesteld door Rob Schouten. Behalve dat er ook nu nog actuele verhandelingen van Menno ter Braak en Ethel Portnoy in staan, trof ik een gedichtje van Gerrit Achterberg aan; enigszins tot mijn verrassing, want ik had Achterberg nooit met film gerijmd. Het heet 'Celluloid'.


Zij heeft altijd naast mij gelopen.


Nu zie ik het


op deze film, waarin mijn stappen


gelijke tred


houden met haar, de levensgrote


metgezellin van celluloid.


In zijn inleiding schrijft Rob Schouten: 'Film en literatuur, onderwerp voor talloze essays, symposia en misvattingen. En iedereen denkt prompt aan die oude, dodelijke wijsheid: het boek was beter!' Inderdaad een dodelijke wijsheid, want hier wordt een appel met een peer vergeleken. Ik hou van beide vruchten, maar ze hebben niet dezelfde smaak. Een film is 'naar' een boek, ontleent gegevens aan een boek, maar kan geen letterlijke reproductie van een boek zijn. Een film is ánders, is zijn eigen product.


Sommige dingen zijn niet te verfilmen in hun gevoelswaarde. 'En dus varen we verder, schepen tegen de stroom in, onophoudelijk teruggeslagen het verleden in', luidt de slotzin van F. Scott Fitzgeralds roman The Great Gatsby (Scribner's, 1925). In de film naar het boek zie je ook het water dat Gatsby scheidt van zijn Daisy, maar daar kabbelt het maar een beetje.


In Cinema Literair zijn een paar teksten van mij opgenomen. Een ervan is het gedicht 'Cinema'. Ik schreef het naar aanleiding van Eric Rohmers film Le genou de Claire (1970). Beter gezegd, ik werd geïnspireerd door de knie in de titel.


Hier wordt je knie aanbeden


de kleine naakte schijf


het kale ding aan zich


iets daarboven haartjes


begin van zachtheid


harde schnitt van angst


(eros op afstand)


aan jouw knie wordt het bewezen


eeuwigheid en gebrek eraan


schoonheid, eerzucht, ruzie thuis


je knie wordt theorie


de camera loopt


tot je knie op is


Getrouw aan mijn stelregel dat je een film in een filmzaal moet zien, ga ik elke woensdagmiddag naar de bioscoop. Er zijn mensen die de ondergang van de bioscoop voorspellen. Daar wil ik me niet schuldig aan maken. Soms draait er een film naar een boek dat ik niet ken. Hoe goed de film ook is, komt het er nooit van om zo'n boek alsnog te lezen. De film is me genoeg. Andersom, zoals bij The Great Gatsby werkt het wel, maar dat is meer een kwestie van herlezen.


Boeken en films hebben een eind, happy of treurig, en dat is maar goed ook. Toch begreep ik Jan Cremer heel goed, die schreef in zijn Logboek (De Bezige Bij, 1986): 'Soms wilde ik dat er een film bestond, die nooit op zou houden, die jarenlang doordraaide, zodat je nooit meer de straat op moet. Dat die gevreesde woorden THE END nooit zouden verschijnen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden