Remco Campert

'Je zou eigenlijk helemaal opnieuw moeten kunnen beginnen', zei een kennis die bezig was met een herwaardering van zijn leven. 'Al die fouten, al die momenten dat ik mensen pijn heb gedaan.' Ik knikte. Achteraf gezien heb ik in mijn leven ook heel wat dingen verkeerd aangepakt en sommigen leed berokkend. Maar direct na mijn instemmend geknik begon ik bezwaren te ontwikkelen. Ik kon me niet goed voorstellen hoe het zou zijn om een leven te leven zonder fouten te begaan. Altijd een heldere hemel, geen vuiltje aan de lucht. En bij het idee om mijn leven opnieuw te moeten beginnen, kwam er een grote vermoeidheid over me. Alsof ik nog een keer zou verhuizen naar een nieuw huis dat opnieuw ingericht zou moeten worden. In een andere stad waaraan ik moest leren wennen.


In de Verzamelde verhalen van Julio Cortázar (Meulenhoff, 1995) tref ik de volgende passage aan: 'Ik ben vorige week donderdag om vijf uur 's middags verhuisd, in een rotbui en in de mist. Ik heb in mijn leven al zoveel koffertjes gesloten; wat heb ik al een uren gesleten met het pakken van bagage die ten slotte nergens heen ging. Donderdag was dus weer zo'n dag vol schaduw en vol riemen; ja, als ik kofferriemen zie, zie ik schaduwen, stukken van een zweep die me geselt, op de sluwste en ellendigste manier.'


Een mij geselende zweep heb ik tot nu toe niet gevoeld, maar in dat pakken van koffertjes herken ik veel. Ik heb heel wat koffertjes gepakt, in een voortdurende vlucht, de actualiteit van een nieuw heden in, om ten slotte te merken dat ik met mijn bagage opgezadeld bleef en dat ik niet aan de consequenties van mijn daden kon ontsnappen. En wilde ik dat eigenlijk wel? Wil ik gebeurtenissen uit mijn verleden inpakken en verdonkeremanen? Ik zou de keten van gebeurtenissen, zowel de goede als de kwade, verbreken. Ik zou degene die ik liefheb nooit hebben ontmoet.


Zou toerisme ook een vlucht zijn? In het hotel aan de overkant is het een komen en gaan van toeristen. Die hebben thuis hun koffer ingepakt en pakken hem op hun hotelkamer uit. Als ze een paar dagen later vertrekken, pakken ze de koffer in en, eenmaal weer thuis, uit. Tijdens hun verblijf in de stad waar ze de weg niet kennen, rennen ze ademloos langs schilderijen en zijn ze op zoek naar restaurants die bevallen. Als ze in hun eigen woning zijn teruggekeerd, zijn ze blij weer thuis te zijn. De vluchtpoging was geen onverdeeld genoegen. Thuisgekomen raakte de bagage zoek op het vliegveld en ging nergens heen.


Het hotel een eindje verderop in de straat trekt jongere gasten aan, maar ondanks hun jeugd zijn ook zij op de vlucht. Ze komen niet verder dan de dichtstbijzijnde coffeeshop en vluchten weg in een joint.


Mijn vlucht vooruit in het heden heb ik opgegeven. Ik kan er niets mee. Toen ik, afwisselend met Jan Mulder, de column CaMu schreef kon ik nog op het heden reageren. De actualiteit van het heden was langer houdbaar. Nu valt de actualiteit niet bij te benen en vindt die geen plaats meer in Boeken. Het heden twittert even fel op en is dan alweer uitgedoofd. Je moet er snel bij zijn. Dat lukt alleen Arnon Grunberg nog.


Mijn heden bestaat nu voornamelijk uit de herinnering. Pogingen om opnieuw te beginnen, met een schone lei als het ware, geef ik op. Mij rest - en dat is meer dan genoeg - de herinnering aan vroegere hedens, vol gebeurtenissen die soms goed, soms verkeerd uitvielen. Het hoort allemaal bij elkaar. Eerst de herinnering en dan de eeuwigheid.


Maar die moet nog even wachten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden