Remco Campert

'Ik wandel en kom boven', noteerde ik een tijdje geleden, toen ik na een korte depressie het licht weer zag. Ik wandelde op het Museumplein, waar de kunst mij toestraalde. Luctor et emergo, zoals het Zeeuwse devies luidt; alleen worstelde ik niet meer, maar wandelde. Het weinige water op het Museumplein is beheersbaar. Aan het Zeeuwse eiland Walcheren wijdde mijn vader de dichter Jan Campert, die er opgroeide, eens een gedicht: Lof van Walcheren (uitgeverij A.A.M.Stols, 1947).


En zelfs de voorjaarswind, die vaart


langs zee en dijk en duin


houdt den bewogen adem in


boven God's liefsten tuin


met zijn meidoornhagen in bloei


en 't wieg'lend wegelkruid -


en keert weerom en vaart nog eens,


verliefder dan een bruid.


Daar is geen land als dit mijn land


besloten tussen zee en strand.


- O palm van God's hand...


Voor zover ik weet was mijn vader niet gelovig, maar voor zijn Zeeuwen maakte hij graag een uitzondering. Hij schreef ook de roman Wier, die zich in Westkapelle afspeelt en waarin hij vele geheimen openbaarde van de besloten gemeenschap in dat dorp, wat hem niet door iedereen in dank werd afgenomen. Maar de naam Campert leeft er voort, zoals ik een paar jaar geleden merkte toen ik Westkapelle bezocht, wat ook te danken is aan grootvader Campert, die er jarenlang dorpsarts was.


Via mijn andere grootvader, Broedelet (en dan houd ik op met mijn familiezucht), die begon als toneelspeler, daarna toneelschrijver werd, kom ik met een hinkstapsprong terecht bij de grote Franse acteur Louis Jouvet van wie uitgeverij Flammarion in 2001 een boekje publiceerde waarin Jouvet zijn gedachten noteerde over het theater, Luister, vriend. Ik veroorloof me nu een brutaliteitje. Louis Jouvet speelt een rolletje in mijn kleine roman Hôtel du Nord, die halverwege september verschijnt. Publicity! Publicity!, zou Robert Jasper Grootveld roepen.


Ik kom erop, omdat ik vorige week de première bijwoonde van Eugene O'Neill's klassieke stuk Lange dagreis naar de nacht. Een prachtige voorstelling, maar daar gaat het nu niet over. Jouvet schreef: 'Het grote theater, het klassieke, raakt me door zijn humane, dramatische traditie; deze volheid die het eeuwig aanpasbaar, toegankelijk en doeltreffend maakt - welke ook de tradities zijn waar men zich naar schikt of de conventie van de tijd, waaraan men gebonden is.'


Laat ik terugkeren naar de zee. De Tachtiger Willem Kloos schreef: 'De zee, de zee klotst voort in eindeloze deining', waarop zeventig jaar later de Vijftiger Lucebert reageerde: 'Oh kloos klotsende klok met schuimende klepel (...) / waarom was je god zo diep in je gedachten/ en waarom liep hij niet gewoon over straat'. Hoewel er straten zijn die Zeestraat heten, voert me dit toch te ver. Ik herinner me Jan Engelman met zijn: 'groen is de gong/ groen is de watergong/ waterwee/ watergong/ groen is de gong van de zee'.


Dada-getrouw prik ik blindelings in een lijst van dichtersnamen. Serendipity, het Amerikaanse woord voor een gelukkig toeval (of is toch de voorzienigheid aan het werk?) doet me de naam van Paul van Ostaijen aanspelden.


De sjimpansee doet niet mee


Waarom doet de sjimpansee niet mee


De sjimpansee


is


ziek van de zee


Er gaat zoveel water in de zee


Meent de sjimpansee

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden