Remco Campert

Philip Roth houdt op met schrijven, onweerde het uit de verte. Het is literair wereldnieuws. Anders dan bij een overstroming in Sri Lanka of een aardbeving in Haïti, zijn er geen slachtoffers of het zouden Roths lezers moeten zijn. Roth voelt de ware passie niet meer. Ik lees dat hij beseft dat zijn tijd begint op te raken en dat hij is begonnen met het teruglezen van zijn oeuvre, in omgekeerde volgorde. Het scheppen van zijn oeuvre duurde vijftig jaar, het omgekeerde lezen zal hem minder tijd kosten. Als hij bij de laatste punt van zijn debuutroman is aangekomen, is hij terug bij af. Wat dan? Vissen? Lieve opa voor kleinkinderen worden? Ik zou me kunnen voorstellen dat hij dan met hernieuwde passie opnieuw begint te schrijven. Een schoongeveegde lei vraagt erom volgekrabbeld te worden.

Dat iemand vrijwillig ophoudt met schrijven komt in het geval van minder beroemde schrijvers niet in de krant. Alleen als de dood zijn stoppen met schrijven definitief heeft gemaakt, bereikt de door Magere Hein van alle adem en passie beroofde schrijver soms nog even het nieuws. Daarentegen is het deze dagen al nieuws als je aankondigt dat je een boek gaat schrijven. Menige Bekende Nederlander worstelt met een boek. Of met de ghostwriter ervan.

Zonder me met Philip Roth te willen vergelijken: als ik schrijf, schrijf ik nog met passie, zonder het gevoel te hebben dat mijn tijd aan het opraken is. Als ik schrijf heb ik de tijd in mijn greep en beschik erover naar mijn dunk. Wel steekt Magere Hein, ook wel Maarten geheten (zie: de pijp aan), soms ongevraagd zijn kop om de deur. Ik weiger hem binnen te laten en schrijf verder.

Zo werd ik nog niet lang geleden door een literair tijdschrift verzocht om mijn eigen in memoriam te schrijven. Ik vond mezelf niet de aangewezen persoon om mijn eindvonnis op schrift te stellen en weigerde. Voor je het weet ga je jezelf serieus nemen. Wel stak ik er van op dat men brood in mijn dood zag. Niet veel later kwam er een glossy op me af, die ook iets dodelijks van me wilde. Ik zou in een doodskist moeten gaan liggen en daar zouden zij dan een foto van maken. Ik mocht er ook een tekstje bij schrijven. Morbide gedachte. Ik zei dat geen haar op mijn hoofd eraan dacht en dat zijn er nog steeds veel, zoals mijn kam elke ochtend vaststelt. Wie hebben jullie nog meer op het oog om in een kist te leggen, vroeg ik. Carice van Houten, was het onvervaarde antwoord. Desondanks bezweek ik niet. Ik leef nog, de glossy is intussen ter ziele.

De dood als product is in de mode. Vorige week ontving ik de laatste nagel aan mijn doodskist, een brief van het EO-programma De Kist. 'Geachte meneer Campert, meer dan zestig uitgesproken Nederlanders ontvingen de afgelopen jaren presentator Kefah Allush en zijn okergele Fiat500 met doodskist op het dak, voor een goed gesprek over het leven en de dood.' Zonder een seconde te overwegen bedankte ik voor de eer. Niet alleen omdat ik als Nederlander nog lang niet uitgesproken ben, maar ook om het schrikbeeld van die okergele auto met een doodskist op zijn dak in mijn straat. Dat kan ik mijn vriendelijke buurtgenoten en de onschuldige gasten van het hotel aan de overkant en de levenslustige kinderen van de school op de hoek niet aandoen. De EO schreef er ook nog bij dat er haast bij een en ander was, 'omdat plotseling een gast uitgevallen is'. Dit deed het ergste vermoeden. Dood door schrik ?

Ik loop over straat. Voor mijn voeten vliegt een duif op. Warempel schijnt de zon. Voor het Stedelijk Museum staat een lange rij verwachtingsvolle kunstbelusten. 'And death shall have no dominion', schreef Dylan Thomas.

Althans niet zolang ik leef.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden