Remco Campert

REMCO CAMPERT

Er zijn meer landen die ik niét heb gezien, dan wél. Grote reizen durf ik niet meer aan. Antwerpen vind ik al een heel eind weg. Twee weken geleden kwam ik nog even in Spanje terecht, toen ik thuis op de bank gezeten voor de tv, de Vuelta volgde. Reizen doe ik tegenwoordig in mijn hoofd. Dan bezoek ik landen waar ik al eerder was. Herinneringen verspreiden een aangename gloed. Ik benijd de jonge mensen, die een jaar uittrekken om, alleen voorzien van een rugzak, een wereldreis te maken. Hoewel, zo'n rugzak... Er schuilt geen rugzakker in mij.

Een keer heb ik zo'n bult op mijn rug getorst, toen ik in het begin van de oorlog met een vriendje een trektocht over de Veluwe maakte. De zomer was warm. We ploegden door het mulle zand. Zweetdruppels dropen van ons aanschijn. Bij het vallen van de schemering kwam het moment dat de tent opgezet moest worden. Ik was er niet handig in. Gelukkig heb ik mijn hele leven vrienden gehad die handiger zijn dan ik. 's Nachts lagen we in ons tentje en probeerden te slapen. Buiten klonken enge geluiden.

Ik reis terug naar Lonthor. Daar dacht ik aan mijn overleden vriend en uitgever Geert Lubberhuizen.

Op Lonthor Geert

was een man zo lang als jij

die onder een kanarieboom

het lot voorspelde (...)

op dat eiland in de Bandazee

zat bij zonsondergang

de bevolking saamgehurkt

onder de oude heilige boom

die stond op de hoogste plek

en de zee overzag (...)

toen de wijze man

met een kippenbotje de grond omwoelde

en de goden deed spreken

het zat goed wisten de goden

alles bleef leven ook jij

in de eeuwigheid die nooit begon

en nooit ophield

Ik maak me moeilijk los van Indonesië, dus blijf ik er nog een ogenblikje. Over mijn rondreis op Java met de dichter Rendra schreef ik al eerder, dus dat laat ik rusten. We traden onder andere op in de havenstad Cirebon, maar daar herinner ik me niets van. Waarschijnlijk zou ik het me wel herinneren, als we gelogeerd hadden in Hotel Eng Hwa. Volgens het Indonesia Handbook, hét handbook voor rugzakkers (Moon Publications, 1980), is of was het 'het allergoedkoopste in de stad, maar het ruikt er naar pis. De oude vrouw hier volhardt erin Nederlands tegen je te spreken, ook al heb je de Engelse vlag op je voorhoofd geplakt.'

Patagonië is een van de landen waar ik nooit ben geweest. Toen ik die naam voor het eerst hoorde, las ik veel sf, bij voorkeur Ray Bradbury. De naam Patagonië had iets gefantaseerds, iets sf-achtigs. Later wist ik beter en ging ik te rade bij The Old Patagonian Express van de reisschrijver Paul Theroux (Penguin Books, 1980). Ik citeer: 'We kwamen langs dorpen; op de kaart werden ze steden genoemd, maar in werkelijkheid was er geen naam toereikend. Wat waren ze? Zes platte, door het weer aangetaste gebouwen, waarvan drie latrines; vier ver uitelkaar staande bomen, een kreupele hond, een paar kippen; en een wind die zo hard blies dat een paar grote damesonderbroeken horizontaal aan een waslijn flapten.'

Ik zou wel honderd columns kunnen vullen met landen die ik nooit gezien heb. Maar het is nu laat op de avond. Ik reis af naar dromenland, dat me elke nacht onbekend is.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden