Remco Campert

Het is alweer een tijdje geleden dat we met onze beste vrienden tot de slotsom kwamen dat we met z'n vieren ook in de dood verbonden willen blijven. Zo'n besluit neem je natuurlijk pas als de vriendschap in de lange loop der jaren haar bestendigheid bewezen heeft. Als je jong bent moet je er niet aan beginnen. Er zijn veel voorbeelden van vriendschappen die in de knop werden gebroken. Verenigd in haat en nijd in elkaars buurt te liggen is geen aanlokkelijke gedachte.


Na een bezoek aan het kerkhof aan de rand van Amsterdam met het doel een mooi plekje uit te zoeken, bestelden we onze grafstenen. Onlangs op een zonnige dag zijn we er gaan kijken. Ik had het tot dan toe niet gewild, omdat zowel het weer als mijn gemoedstoestand te somber was, maar nu was in mij en buiten mij de lucht opgeklaard.


De bestelde grafstenen lagen er, broederlijk en zusterlijk naast elkaar. Alleen onze namen moesten er als de tijd daar was nog in gebeiteld worden. Dat we tegelijk zullen sterven, is te veel gevraagd. Heden ik, morgen gij. Maar op den duur weervinden we elkaar. En daar zijn we niet rouwig om.


In Hun laatste rustplaats - Kerkhofgids van schrijvers, acteurs, schilders, componisten, politici, sportsterren en andere bekende Nederlanders (Bosch & Keuning, 1985) zoek ik op wie er nog meer op ons kerkhof liggen. Heel veel natuurlijk, maar wie ervan heb ik persoonlijk gekend? Nu pluk ik er Jacques Gans tussenuit, de schrijver die in 1972 stierf. Op zijn grafzerk had hij graag zien staan (het ging niet door):


'Hier ligt de boze Gans


Soms was hij wel iets mans


Met Bols en met Stendhal


Vond men hem weleens mal


Bij het allernaarst gezeur


Verloor hij nooit zijn humeur


Al was hij geen arrivist


Hij ligt in zijn eigen kist'


In Cees Nootebooms en fotografe Simone Sassens imposante boek Tumbas - graven van dichters en denkers (Atlas, 2007) zoeken de makers het buiten onze grenzen. Graven van Apollinaire via Neruda tot Yeats - ze staan er allemaal in. In het voorwoord schrijft Nooteboom: 'Wie ligt er in het graf van een dichter? In ieder geval niet de dichter, zoveel is zeker. De dichter is dood, anders had hij geen graf. Maar wie dood is, is nergens meer, dus ook niet in zijn graf. (...) De meeste doden zwijgen. Ze zeggen niets meer. Ze hebben - letterlijk - alles al gezegd. Dat geldt niet voor dichters. Dichters praten door. Soms herhalen ze zichzelf. Dat gebeurt elke keer als iemand een gedicht voor de tweede of de honderdste keer leest of zegt. (...) Je kwam om in te stemmen (bij dat dichtersgraf), om in de buurt van de woorden te komen die al waren gezegd. Degene die die woorden geschreven had was al dood, maar de woorden zelf leefden nog. Je kon ze hardop zeggen, alsof die ander ze zei. Daarom was je hier: om in de stilte van de dood die woorden toch te horen.'


Bij pasgestorvenen hoort het rouwbeklag en de bij ons meestal plechtige uitvaart. Dat het ook anders kan, lees ik in Rouwen in zeven 'Nederlandse' culturen (auteur Sylvia Pessireron; Seram Press, 1999). In de Surinaamse cultuur komt het voor dat een baar zingend en dansend naar de rouwende familie wordt gebracht. 'Mevrouw Michely zegt: 'Er loopt altijd iemand voorop die de bewegingen maakt zoals wij in Suriname gewend zijn. Hij geeft ook aan hoe we door de rouwzaal gaan lopen, waar we draaien en zo. (...) We lopen drie keer dwars door de hele zaal. Het is prachtig!'


In ons huis was lang geleden een dansschool gevestigd. De geesten van de cursisten waren er nog rond. Misschien kunnen ze me alsnog dansen leren. En anders onze beste vrienden wel.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden