Remco Campert

In het 241 pagina's tellende gedicht The Prelude or Growth of a Poet's Mind, in een editie met aantekeningen van Ernest de Selincourt (Oxford University Press, 1933), schreef William Wordsworth - de tekst van het gedicht stamt uit 1805: 'I love a public road: few sights are there / That please me more.'


Bevriende zijde gaf me dit gedicht ooit. Voorin had hij geschreven: 'Voor Remco om te wandelen'. Omdat het voor mijn luie aard altijd aanlokkelijk is om binnen te blijven, schreef bevriende zijde deze opdracht kennelijk bij wijze van wandelstok achter de deur.


Dus ga ik de straat op en wandel. Binnenskamers is het de poëzie die me verbindt met de wereld, erbuiten zijn het de mensen in al hun diversiteit en de mensenwereld die de grondstof voor gedichten leveren. In een interview werd me gevraagd of degene die ik liefheb mijn muze was. Hoewel ik haar niet wilde teleurstellen, zei ik: 'De wereld is mijn muze.' Ho nu even: ik besef dat dit allemaal uiterst heilig klinkt. Ik kan u verzekeren dat mijn voeten de grond nauwelijks hebben verlaten en ik alleen bij poëzie enige bevlogenheid toelaat.


Het is niet alleen de mensenwereld die me inspireert, maar ook een afgeleide ervan: de producten die de mensen afscheiden en in hun etalages tentoonstellen. Schoenen, kleren, meubels, schilderijen, potten en pannen en vleesmessen, papier om op te schrijven, cd's vol muziek. En voedsel. Ik verlaat de straat, wandel door de supermarkt en de wereld raakt me aan met zijn vlees uit Argentinië, koffiebonen uit Colombia, kaas uit Frankrijk, olijfolie uit Italië, worst uit Spanje. In een flits zie ik een detail van die landen voor mij: een zondoorstoofd plein in Spanje, een eindeloze avenida in Colombia, de daken van de huizen in Parijs, de Via Marguerita in Rome, waar ik eens met Frans Weisz filmde, en Ramses Shaffy kwam ook nog langs...


Poëzie is mijn adem, beweegt


mijn voeten, aarzelend soms,


over de aarde die daar om vraagt...


Dat schreef ik jaren geleden. Nu zijn het voor het grootste deel mijn herinneringen die mijn voeten doen bewegen. Ik ben Nederlander, maar voel me ook Europeaan, al was het alleen maar om de ruimte om me heen te vergroten. Ik benijd de Amerikaanse dichters die heel Amerika tot hun beschikking hebben. Ik lees een gedicht van Thomas McGrath, Letter to an Imaginary Friend (Swallow Press, 1970), een lange wandeling door zijn land en de tijd van zijn land, beginnend bij de Depressie in de jaren dertig via de Tweede Wereldoorlog naar de tijd daarna. Aan het eind schrijft hij:


Kwam van ver en kom moe aan


Voeten van de taal: rauw: versleten: nieuw schoeisel nodig


Zelf met zadelpijn van de lange nach- telijke rit.


Dicht bij de dood kom ik aan, bij de zetel van stilte,


Maar dat is van geen belang - wat begon in de eerste vlammen


Van wanhoop eindigt in vreugde.


De Australische dichter Les Murray bewoont een continent. Van hem verscheen onlangs De planken kathedraal (De Harmonie, 2013), in het Engels en Nederlands mooi vertaald door Martin Elzinga. Zijn poëzie ademt de ruimte van zijn land en de wereld. Het is moeilijk om er iets uit te citeren, want alles hoort bij elkaar. Ook hij beweegt zich voort op versvoeten.


Dit land is mijn bewustzijn. Ik kijk op, tel mijn heuvels,


blijf hangen aan een kale, steile top, Deer's Hill,


waaronder de arenden nestelen in kreupeleiken,


en waar ik mijn stadsvrienden heen breng


om hen te verleiden met mijn verleden.


P.S. Eens bezaten degene die ik liefheb en ik een hond, die Willem heette en kon spreken. We vroegen: 'Willem, gaan we wuh wuh wuh?' Jankend van verlangen antwoordde hij: 'Wandullun!'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden