Remco Campert (79)

‘Op eigen houtje terugdenken aan de tijd dat ik twintiger was – ik werd 20 in 1949 – doe ik niet vaak, dat levert me als schrijver niet veel op....

Ik ging met mijn eerste vrouw in Schierbeeks huis wonen, daar was iedereen altijd hard aan het schrijven. Schrijvers, dat zijn andere mensen, dacht ik. Maar besmet door de atmosfeer ging ik steeds meer schrijven. Op een zeker ogenblik werd een bundel uitgegeven. Toen moest ik wel erkennen dat ook ik schrijver was.

De tijd met de Vijftigers was belangrijk voor mij in die jaren. Dat heeft me de weg gewezen. En vanaf het begin was er waardering voor mijn werk. Ik was een zondagskind, geloof ik. Heel lang had ik het gevoel: goh, nu lukt me dit alweer. Want ik ben nooit overtuigd geweest van de waarde van mijn schrijven, en nog steeds niet helemaal.

Een ander belangrijk moment was toen ik mijn tweede vrouw verliet, en het leven dat ik met haar had in de villa Jagt lust in Blaricum. Ik was in die kunstenaarskolonie beland in de nacht dat ik haar leerde kennen, op het Boekenbal in 1956. Ik bleef er bijna drie jaar.

Drankloze dagen zullen er wel zijn geweest, maar die zijn verduisterd door de drankvolle. ’s Ochtends dronken we whisky uit prachtige Chinese theekopjes. Dat vonden we een goed begin van de dag. Op een zeker ogenblik was het genoeg. Ik dacht: ik moet hier weg, anders wordt het nooit meer iets met mij. Het feest moest maar even voorbij zijn. Ik pakte de bus, liet mijn scooter bij de villa staan. 29 was ik toen.

En ik trouwde weer. Dat deed ik toen, trouwen. Drie keer in tien jaar. Ik werd verliefd op iemand, en dan wilde ik met haar trouwen. Heel vreemd, het zat niet bepaald in de genen. Maar ik dacht, trouwen is houden. Dan is dat geregeld, kan ik verder gaan met schrijven. Zoiets zat erachter. Dat die huwelijken mislukten, heeft me nooit hard geraakt. Meestal was ik toch al op weg naar het afscheid. Ook met mijn eerste vrouw. We zaten met een bevriend echtpaar enige tijd op Mallorca, en ik zou even op en neer gaan naar Amsterdam om een voorschot op te halen. Maar ik werd verliefd, en vergat terug te gaan. Die verliefdheid ging weer over, van haar kant, en daarna belandde ik al snel op Jagtlust. Werd ik weer verliefd.

Spijt had ik niet van de tijd op Jagtlust, ik heb nooit spijt gehad van dingen die ik achter me liet. Ik had dat kennelijk nodig om mee te maken. Daarna ben ik serieus gaan schrijven, dat was ik aan mezelf verplicht. In die tijd begon ik aan Het leven is vurrukkulluk.

Ik voelde nooit de druk om te moeten presteren, om een definitieve roman te schrijven, nooit. Toen was ik zorgeloos en dat ben ik nog steeds, ook al heb ik het imago dat ik wat somber ben. Misschien is mijn belevenis van mijn twintiger jaren wat anders dan die van deze generatie twintigers.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden