Rembrandt verpretparkt met kermis en vuurwerk

Het werk van Rembrandt is vereerd, gekocht, onderzocht, beschreven, tentoongesteld en verkocht. De schilder is beurtelings een kermisattractie en een nationaal symbool dat op één lijn kan worden gesteld met het Huis van Oranje....

HET IS TEN EEUWIGEN dage uitgesloten, zegt Jan Wolkers, 'dat je een rijwielhandel in zou kunnen lopen en met een onderzoekende blik naar de werkplaats vragen of Rembrandt je achterlicht al gerepareerd heeft'. Je noemt je zoon toch ook geen Jezus? Nederland's roem in kunsten en wetenschappen, Rembrandt Harmenszoon van Rijn, werd in de negentiende eeuw weleens met Christus vergeleken. Want hij is, zoals de Verlosser, 'het eenzame genie', ontegenzeglijk Hollands Glorie, de onbetwistbare Eerste Nationale Held.

In 1906 verscheen 'een proeve van een menu voor Rembrandt-diners' met Filet du Boeuf du Louvre, Rembrandtine de Veaux, Clair-obscur glacé en Fromage de Leyde. Er was Rembrandt-bier, er waren Rembrandt-sigaren en Rembrandt-tandpasta. Maar er is geen Rembrandt in een rijwielhandel.

Misschien heeft de naam Rembrandt die magische klank vooral te danken aan de schilder zelf, die zich op één lijn wilde plaatsen met uitsluitend de allergrootsten: Titiaan, Rafaël, Leonardo of Michelangelo. Wellicht is die klank ook op rekening te schrijven van zulke dwepers als Wolkers, die in De walgvogel schreef: 'En achteraf, 't is overbodig. Elk weet, dat Gij de Grootste zijt.'

Onverdroten wordt voortgegaan straten en pleinen en de meest uiteenlopende artikelen met die naam op te sieren, verzucht socioloog Kees Bruin in De echte Rembrandt. In zes hoofdstukken beschrijft hij de Rembrandt-cultus. Al decennia lang is Rembrandt een kunstenaar for the millions en tegelijk ook voorwerp van discussie onder professoren.

'Alweer een boek over Rembrandt', schrijft Bruin. Het is bij Rembrandtisten een blijkbaar onontkoombare frase. Bruin heeft het over de 'verering van een genie in de twintigste eeuw'. De schilder is in zijn ogen niet alleen 'ontvangen', maar ook en misschien nog wel meer 'gemaakt' en 'gebruikt'. Hij werd 'verpretparkt met koek-en-zopie, kermis en vuurwerk'. In de oorlog was hij, ondanks zijn vermeende Judenfreundliche gezindheid, hèt nationaal symbool in plaats van Oranje.

In een speciaal Rembrandtnummer van het satirisch tijdschrift De ware Jacob, vol prentjes en rijmpjes, stond ooit onder een getekende prent van de kunstenaar: 'Ik ben door het volk begrepen als reclame-artikel.' Het was allemaal popularisering, vulgarisering, chauvinisme en commercialisering. Frederik van Eeden kwalificeerde dat als 'een akelige geschiedenis', een regelrechte zwendel.

In het herdenkingsjaar 1906, toen voornoemd Rembrandt-menu werd geserveerd, werden verder nog festiviteiten opgezet 'met herinneringsmedailles, oliebollen, vuurwerk en vetpotjes ter illuminatie'. Want het volk is de applausmachine bij de verheffing van de Superieure Kunstenaar èn van de Staat.

Rembrandt-herdenkingsexposities zijn steevast affairs of state. De schilder is vaak een wimpel van de Nederlandse natievorming, het 'land van Rembrandt', maar ook in dienst van de Duitse bezetter. 'Staten of steden vereenzelvigen zich graag met grote sterren als Shakespeare, Rembrandt of Cruyff', meent Bruin.

Rembrandt werd tijdens de oorlog van master symbol van de Nederlandse cultuur, met zijn Nachtwacht en zijn Staalmeesters, 'een van de hoogste vertegenwoordigers van de Germaanse cultuur'. Al in 1890 had de Duitser Julius Langbehn in een succesrijk en veel gelezen boek Rembrandt als Erzieher geannexeerd, een super-Germaan, hoewel Rembrandt de schilder van de joden was, een 'getto-schilder'.

Hij kon de persoonlijkheid van een volk ontwikkelen, beweerde Langbehn. 'De Duitser wil zijn eigen gang gaan en niemand doet dat meer dan Rembrandt, en in die zin moet hij de meest Duitse van alle Duitse kunstenaars genoemd worden.' Voor de Duitse bezetters en hun Nederlandse collaborateurs was hij een mooi alternatief voor Oranje. Want als nationaal symbool was de koningin uiteraard in het Nederland van Seyss-Inquart niet langer acceptabel. Langbehn's Rembrandt was dat wel.

In het hoofdstuk 'Hoe fout was Rembrandt in de oorlog?' beschrijft Bruin de Duitse toeëigening van de schilder als edelgermaan. In juli 1942 schreef prof. T. Goedewagen, secretaris-generaal van het door de Duitsers ingestelde departement voor Volksvoorlichting en Kunsten dat 'voor ons Rembrandt een mensch als Bach of Hegel is: weliswaar gesproten uit een der Germaansche landen, maar niettemin gemeenschappelijk bezit van den geheelen stam'.

De meeste werken van Rembrandt bleven tijdens de oorlog in Nederland, weggestopt in bunkers. De schilderijen werden niet als oorlogsbuit meegenomen voor het geplande museum van Hitler in Linz of de privé-collectie van Goering. Toen Europa half in puin lag en ook in Nederland terreur en ontberingen het dagelijks leven beheersten, organiseerden de Duitsers een grootscheepse cultuurweek rond Rembrandt, 'deze groote Nederlander, Germaan en Europeaan'.

Sinds enige jaren haalt het Rembrandt Research Project, de handen van meester en leerlingen scheidend, de bezem door zijn oeuvre. De onderzoekers hebben een als het ware morbide fascinatie voor de activiteiten van de schilder in het atelier. Niet iedereen was voor zo'n onderzoek naar de eigenhandigheid van Rembrandt's werk. De tegenstanders hielden niet van de 'gezuiverde' Rembrandt, aan wie sinds de negentiende eeuw - vooral door kunsthistorici in dienst van de kunsthandel - steeds meer schilderijen waren toegeschreven. De vroegere Rembrandt-kunde, vóór het ineenschrompelen van het aan hem toegeschreven oeuvre, noemde Rembrandt-kenner Gary Schwartz ooit 'het Wilde Westen van de kunstgeschiedenis'. Het kaf zat bij de vele Rembrandts tussen het koren.

Tijdens de laatste grote Rembrandt-tournee in Berlijn, Amsterdam en Londen onderzocht Bruin hoe de schilder als nationaal en internationaal genie over het voetlicht werd gebracht en hoe de bezoekers hierop reageerden. De grote expositie Rembrandt - De meester en zijn werkplaats toonde de meester in gezelschap van onder anderen Gerrit Dou, Govert Flinck, Ferdinand Bol en Jan Lievens, als een genie tussen weliswaar iets mindere andere genieën.

In De echte Rembrandt, waarin Bruin uitweidt over het Rembrandt Research Project, schrijft hij dat het publiek echter in Berlijn, Londen en Amsterdam eigenlijk alleen de echte Rembrandts wilde zien. 'De 'echte Rembrandts' waren voor de verzekering 2,6 miljard gulden waard. Ongetwijfeld ging hiervan een wervende kracht uit op het publiek: schatten werken immers als magneten.'

Bruin hanteert naar eigen zeggen het begrip 'receptiegeschiedenis' liever niet. Hij heeft het over 'Rembrandt als vehikel van belangen, als produkt en projectiescherm in een eeuw die bijna ten einde loopt'. Zijn boek is echter onmiskenbaar een bijdrage aan de waarderingsgeschiedenis van de beeldende kunst, een betrekkelijk recente tak van de kunstgeschiedenis, die 'grote' kunstenaars herleidt tot hun ware proporties.

In Amerika schijnt de uitdrukking to rembrandt someone te bestaan, 'iemand erin laten lopen, opzettelijk vals beschuldigen'. Verering leidt tot vertekening. Bruin's boek gaat over mensen die de schilder 'vereerd, gekocht, onderzocht, beschreven, tentoongesteld en verkocht hebben'. In 2006 zal het vierhonderd jaar geleden zijn dat Rembrandt in Leiden werd geboren. Wellicht ontdekken we dan in het derde millennium, nu het corpus is gezuiverd en het beeld ingrijpend is veranderd, de ware Rembrandt.

Maar 'als we op de deskundigen afgaan is het twijfelachtig of we de echte Rembrandt ooit zullen leren kennen', zegt Bruin, 'want volgens hun bekende verzuchting heeft iedere generatie haar eigen Rembrandt-beeld.' Dat heeft hij in De echte Rembrandt rijkelijk gedocumenteerd en beschreven: die merkwaardige fascinatie die van deze schilder blijft uitgaan, ongetwijfeld ook nog wel in de volgende eeuw.

Paul Depondt

Kees Bruin: De echte Rembrandt - Verering van een genie in de twintigste eeuw.

Balans; ¿ 39,90.

ISBN 90 5018 291 7.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden