Rembrandt en de weeskinderen

Tekeningen uit de immense collectie van Frits Lugt zijn in Parijs te zien in een huiselijke sfeer.

'Kijk eens naar deze Vrouw aan het raam', zegt Peter Schatborn. 'Het was Rembrandt duidelijk om haar bovenlichaam te doen: die hand aan het hoofd, de andere hand op haar schoot. Toch, met een paar lijnen heeft hij ook haar jurk en haar benen vastgelegd. Al die lijnen, snel neergezet, zijn precies goed. Voor mij is dat een kenmerk van Rembrandt.'


Een paar zalen verder velt Schatborn een heel ander oordeel. Daar hangen de weeskinderen, tekeningen van volgelingen van Rembrandt, of schilders uit diens omgeving. Tot voor kort gingen ze als anoniem door het leven, of als 'toegeschreven aan'. Voor deze expositie deed hij verder onderzoek. Zo kan een bijbels tafereel van een centurion die knielt voor Christus worden toegeschreven aan Gerbrand van den Eeckhout.


'Je ziet dat leerlingen vaak nogal chargeren', verduidelijkt Schatborn. 'Ze benadrukten bepaalde eigenschappen van de stijl van Rembrandt.' Hij wijst met zijn vinger de plekken bij Van den Eeckhout aan. 'Al diezelfde gezichtjes hier, al die mannetjes met baarden - dat is weinig verfijnd. De schaduwpartijen zijn nogal grof, er is stijf gearceerd en dat afdekken met wit is ook niet subtiel.'


Zo is er over al die volgelingen iets op te merken. Over de zware lijnen van Willem Jansz. Drost, die misschien 'meer Rembrandt dan Rembrandt' wilde zijn. Over het tafereel met Eliëzer en Rebecca van Carel Fabritius, waar de compositie niet deugt omdat de aandacht door bijfiguren wordt getrokken. 'Soms moet je een vervelend oordeel geven', zegt Schatborn verontschuldigend. 'Ik kan daar ook niets aan doen.'


Schatborn, tien jaar geleden afgezwaaid als hoofd van het Rijksprentenkabinet van het Rijksmuseum, staat wereldwijd bekend als Rembrandt-kenner. Hij stelde het boek Rembrandt and his circle samen, een inventarisatie van de meer dan honderd tekeningen van Rembrandt en zijn volgelingen in de collectie Frits Lugt. Op die inventarisatie is de expositie gebaseerd, die eerst te zien was in de Frick Collection in New York.


De expositie hangt nu in de zalen van het Institut Néerlandais in Parijs. 'Een beperkte ruimte', zegt Luijten. 'Maar daardoor ook huiselijk. De haardpartijen en houten vloeren in de zalen geven het iets intiems.' Dat huiselijke wordt versterkt door de lijsten. Allemaal verschillend, allemaal voor de gelegenheid gerestaureerd en - net als de tekeningen - afkomstig uit de collectie Lugt. Voor die tekeningen is het Institut Néerlandais na New York een bijna-thuiskomst. Custodia, de stichting die de kunstverzameling van handelaar en collectioneur Frits Lugt beheert, zit hier om de hoek.


Tekeningen, voor Lugt de meest directe uiting van de kunstenaar, waren voor Rembrandt bijproducten. Ze dienden als oefenmateriaal, voor de meester zelf die een nieuw onderwerp aanvatte, maar ook voor zijn leerlingen. Hun tekeningen gingen dan, ongesigneerd, in een grote map. Om zo eeuwen later de deskundigen hoofdbrekens te bezorgen.


In Parijs hangen de tekeningen verdeeld over vier zalen. De eerste zaal is voor Rembrandt en zijn directe volgelingen. Daar wordt de toon gezet. In de tweede zaal hangen zijn leerlingen. 'Een enkele keer zie je dat letterlijk,' zegt Schatborn. 'Dan tekent Ferdinand Bol een engel, maar die is een beetje bekrompen en de vleugels zitten ook niet helemaal goed. Rembrandt komt kijken en hop, met twaalf lijnen geeft hij allure aan de figuur.'


Zaal drie is voor de wijdere omgeving van Rembrandt. Daar kan werk bij zitten van kunstenaars die Rembrandt nooit in levenden lijve ontmoetten. Maar ook van zijn tijd- en stadgenoot Jan Lievens, die Rembrandt van nabij moet hebben meegemaakt, maar niet zichtbaar door hem werd beïnvloed.


De vierde zaal is die van de tekeningen die dankzij het speurwerk van Schatborn voor het eerst aan een kunstenaar worden toegewezen. Daar hangt bijvoorbeeld de eerste tekening die Frits Lugt kocht, in 1919; in de gedachte dat het wellicht een echte Rembrandt was. Hij wordt nu toegekend aan Pieter de With.


Of Lugt blij zou zijn met zijn speurwerk? Schatborn aarzelt even. 'Hij zou onze inspanningen zeker waarderen. Wellicht was hij het niet met alle uitkomsten eens geweest.'


Rembrandt en kunstenaars uit zijn omgeving. Institut Néerlandais, Rue de Lille 121 parijs. Tot 2 oktober, di - zo van 13 - 19 uur.

Frits Lugt (1884 - 1970)

'Lugt was als kind al gefascineerd door Rembrandt', zegt Custodia-directeur Ger Luijten. 'In 1898 zag hij de grote tentoonstelling in het Stedelijk Museum van Amsterdam, ter ere van de troonsbestijging van koningin Wilhelmina. Die liefde is nooit gedoofd.' Als jongen van 15 schreef hij zijn eerste Rembrandt-biografie. Niet lang daarna zou hij zijn eerste Rembrandt-ets kopen. Hij ging later bij een veilinghuis werken en bouwde aan een collectie die zijn gelijke amper heeft.


In de kluis van Custodia

Grote in leer gebonden mappen, met elk misschien honderd bladen. Tussen die bladen de tekeningen, van Leonardo da Vinci, Fra Bartolommeo, Rubens - van om het even welke grote kunstenaar ligt hier werk opgeslagen.


We zijn in de kluis van het Hôtel Turgot, een 18de-eeuws stadspaleis om de hoek bij het Institut Néerlandais. Hier is Custodia gevestigd, de stichting die de verzameling van Frits Lugt (1884 - 1970) beheert. Aan de muren van het huis verdringen de Hollandse meesters elkaar: Ruysdael, Cuyp, Van Ostade, Bakhuysen, Steen. Eenmaal per maand, op zaterdagmiddag, zijn bezoekers welkom in deze schatkamer.


Maar de kluis is zelden toegankelijk. Er staan V-vormige tafeltjes, waarop de mappen kunnen worden geplaatst. En dan maar bladeren, van stofstudie naar landschap, van liggend naakt naar bomen en planten. Zo'n zevenduizend tekeningen omvat de collectie, naast miniaturen, schilderijen en 15 duizend prenten.


In een andere kluis worden in platte, rozerode dozen de kunstenaarshandschriften bewaard, veertigduizend in totaal. Hier komt de geëxposeerde brief vandaan waarin Rembrandt aan Constantijn Huygens uitlegt hoe zijn werk zo geëxposeerd kan worden 'dat het fonkelt'. Maar ook Dürer, Ter Borch en Gauguin worden er bewaard. Net als Michelangelo, die in zijn brief aan de hertog van Toscane uitlegt dat hij wegens werkzaamheden in Rome voorlopig niet naar Florence kan terugkeren. Van Michelangelo is er ook een soort bestelbon voor een blok marmer uit de groeve in Carrara.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden