REPORTAGE

Religieuze minderheden beschimpt, bedreigd en verjaagd

Knokploegen vallen in Indonesië al jaren religieuze minderheden aan. Met de zorg voor verdreven sekteleden van ex-Gafatar probeert Jakarta zich nu van zijn beste kant te laten zien.

Twee mannen halen op 19 januari de Indonesische vlag neer in het dorpje Antibar, op Kalimantan. Daar verjoeg een menigte boze moslims duizenden 'ex-Gafatar' uit hun commune en zette daarna hun huizen in brand. 720 leden van de sekte worden nu opgevangen bij Jakarta. Beeld REUTERS

Een padvinder zingt voor, dertig kinderen zingen na, en iedereen begint mee te wiegen en te klappen. Zelfs de dames van de dienst Sociale Zaken bewegen synchroon mee met hun gestifte lippen. De kinderen verbazen zich over zo veel vrolijkheid. In hun handen houden zij de legoblokjes, speelgoedauto's en poppen die zij net hebben gekregen. In de hoek staan de doosjes met hun middageten.

Het enige dat zij zich herinneren van de laatste weken is dat hun huizen in brand stonden. De traumaverwerking is in volle gang.

De kinderen behoren tot 'ex-Gafatar', de jongste religieuze minderheid die zich vervolgd weet in Indonesië. Hun commune in Kalimantan is aangevallen en platgebrand door boze moslims die geen zin hadden in 'ketters' in de buurt. Duizenden van hen zijn verdreven en 712 van hen zijn nu opgevangen in dit retraitecentrum voor padvinders in Cibubur, een van de vele satellietsteden van Jakarta.

Intimidatie

Mishandeling en vervolging van minderheden zijn een groeiend probleem in Indonesië. Hoewel de grondwet vrijheid van godsdienst garandeert, is intimidatie aan de orde van de dag, vooral door radicale moslimgroepen. Opgehitste massa's vallen al jaren leden van religieuze minderheden aan.

Terwijl de overheid toekijkt, worden huizen, moskeeën en kerken verbrand. Als het om godsdienst gaat, geldt het hukum Jalan, het recht van de straat. Knokploegen kunnen ongestoord hun gang gaan.

Dat is een smet op het blazoen van president Joko Widodo, die bij zijn aantreden anderhalf jaar geleden allerhande beloften deed op het gebied van mensenrechten. Van die beloften is volgens het net uitgekomen jaarverslag van Human Rights Watch helemaal niets terechtgekomen. In plaats van beter is het leven voor de minderheden in Indonesië alleen maar slechter en onzekerder geworden.

Traumahealing

Met de opvang van de ex-Gafatar lijkt de regering iets goed te willen maken. In het retraitecentrum in Cibubur maken ze een begin aan hun terugkeer in het gewone leven. Er is 'traumahealing' voor de kinderen en voor de volwassenen zijn er allerlei vormen van counseling, heropvoeding, re-sosialisasi, harmonisasi en zelfs de-radikalisasi.

Alle ministeries en diensten zijn op de ex-Gafatar neergedaald: Sociale Zaken, Cultuur, Godsdienst, Politieke en Veiligheidszaken, de padvinderij. De coördinator van het geheel, professor Syahbudin, vertelt opgewekt dat de regering met ze te doen heeft omdat het hier arme, misleide mensen betreft, medeburgers hulp verdienen. 'Wij moeten ze beschermen. Dit zijn slachtoffers, geen daders.'

De 'ex-Gafatar' die nu in Cibubur worden opgevangen, woonden in West-Kalimantan. Op 19 januari viel een menigte van enkele duizenden mensen hun nederzetting aan, vertelt sektelid Gunawan: 'Wij werden al voortdurend bedreigd. Toen zij ons aanvielen, konden wij alleen nog maar vluchten. Alles wat wij hadden, staken ze in brand. Er was wel politie in het dorp, maar die deed niets.'

Voorbeeldgemeenschap

De commune bestond pas vier maanden en de meeste bewoners waren van Java gekomen. Zij volgden, zegt Gunawan, hun 'messias', Ahmad Musadeq. Zij wilden op Kalimantan een 'voorbeeldgemeenschap' stichten waar iedereen gelukkig zou zijn en niemand honger zou hebben.

De rest van Indonesië kijkt daar, na een haatcampagne van moslim-organisaties en media, anders tegenaan. De 'messias' is in de berichten een 'valse profeet' en een onverbeterlijke ketter, voor wie jodendom, christendom en islam kanten van één en dezelfde religie zijn. In 2008 is hij daarvoor tot vier jaar gevangenisstraf veroordeeld. Zijn toenmalige beweging Al Quiyadah Al Islamiyah werd verboden. Na zijn vrijlating stichtte hij 'Gafatar' (de 'Beweging van de Dageraad van de Archipel'), die al snel eveneens verboden werd.

In 2013 werd de beweging formeel opgedoekt, maar de 'ex-Gafatar'-leden bleven bijeenkomen en bleven luisteren naar hun messias, die ze naar Kalimantan stuurde om daar een aantal gemeenschappen te stichten. Na de aanval van 19 januari heeft het bestuur van de provincie besloten die allemaal op te doeken en alle 4.500 'ex-Gafatar' de provincie uit te zetten.

'Ex-Gafatar' zijn in de regen op de vlucht geslagen, nadat hun commune in Kalimantan is aangevallen en platgebrand door boze moslims. Beeld REUTERS

Grenzen

De vrijheid van godsdienst heeft duidelijk grenzen. Radikale moslimgroepen bepalen die en maken daarbij handig gebruik van de wet. De wetten die godslastering verbieden of de actieve verspreiding van een geloof blijken uiterst bruikbaar om aanvallen op minderheden te rechtvaardigen.

Ze zijn bij uitstek van toepassing op een godsdienst als Gafatar. De sekteleden beseffen dit en ontkennen tegenwoordig dat hun geloof een religie is. Het woord 'messias' vermijden zij zo veel mogelijk. Als het moet, ontkennen ze zelfs dat zij überhaupt iets met Ahmad Musadeq te maken hebben.

Zij willen met rust gelaten worden en in rust hun agrarische commune opbouwen, om Indonesië vooruit te helpen, zegt sektelid Gunawan.

De ex-Gafatar kunnen zeggen wat zij willen, er is niemand die ze gelooft. Ze zijn in sommige media afgeschilderd als 'anti-islam', en met hetzelfde gemak wordt de sekte in verband gebracht met radicalisme en islamitische terreur. De commandant van de nationale politie zelf, Badrodin Haiti noemt Gafatar een 'potentiële terreur-organisatie'.

Gevaar

De 712 vluchtelingen in Cibubur wekken niet de indruk dat iemand bang voor ze hoeft te zijn. De regering heeft beslist dat de mensen terug moeten naar waar zij vandaan komen, maar dat blijkt niet zo eenvoudig. Zij hebben huizen noch land om naar terug te gaan. Bovendien lopen zij bij terugkeer toch weer gevaar, beseft meneer Nyoman, die namens het ministerie van Politiek en Veiligheid een kijkje komt nemen.

'De harmonisasi moet hun terugkeer vergemakkelijken', zegt Nyoman, maar ook hij beseft dat zij in hun Javaanse dorpen nog steeds als zonderlingen en ketters zullen worden aangekeken. Dan hoeft maar één radicaal de buurt op te hitsen en zij worden opnieuw slachtoffer van een pogrom. 'Wij kunnen alleen maar hopen en bidden dat dat niet gebeurt', zegt Nyoman.

De kinderen spelen blij met hun gedoneerde speelgoed en genieten van hun veilige omgeving. Voor zolang het duurt. Zelfs de best bedoelde opvang zal het geweld waarvoor zij zijn gevlucht niet kunnen beëindigen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden