'Religie moet privé zijn'

Na drie jaar op een streng islamitisch internaat begon het religieuze gedrag van Mohamed Rabbae te verflauwen, maar hij zag geen aanleiding uit het religieuze bad te stappen....

MOHAMED RABBAE werd in 1994, samen met Ina Brouwer, duo-lijsttrekker van GroenLinks. De partij verloor bij die verkiezingen een zetel en Brouwer trok zich terug. Rabbae, tot dan directeur van het Nederlands Centrum Buitenlanders (NCB), ging verder als gewoon Kamerlid. In de campagne kwam hij in opspraak. 'Ten onrechte' werd verondersteld dat hij voor een verbod zou zijn van Salman Rushdies Duivelsverzen.

Als woordvoerder onderwijs en wetenschappen en lid van de commissie-Van Traa ontwikkelde Rabbae, die op zijn 22ste naar Nederland vluchtte, zich tot een alom gewaardeerd Kamerlid. Hij oriënteerde zich breed, verdedigde niet alleen het belang van allochtonen. Al bracht zijn inlevingsvermogen met die specifieke achterban hem na 11 september vorig jaar opnieuw in verlegenheid. Rabbae (61) riep cabaretiers en komieken op te stoppen met het maken van harde grappen over moslims. Dat pleidooi kwam niet uit het hart van een gekwetste moslim, zegt hij. 'Mij ging het om het bewaren van de maatschappelijke rust.'

Rol van religie in de jeugd

'Per definitie zijn alle Marokkanen moslim. Dus wij thuis ook. Mijn vader heeft mij al heel jong ingeschreven bij een koranschool in Mohammedia. De lagere school begon in Marokko om acht uur. Voor de school begon, moest ik delen van de koran uit mijn hoofd leren en na afloop van de schooldag opnieuw. Van vijf tot een uur of zeven. Mijn vader vond dat een goede investering in mijn opvoeding. Die koranlessen waren streng en monotoon. Op een gegeven moment wilde ik ermee stoppen. Ik kreeg meer interesse in voetbal, wilde spelen met andere kinderen. Thuis bleek dat een gevoelig punt, het beïnvloedde het verkeer tussen mij en mijn vader nogal.

Toch had hij er uiteindelijk wel begrip voor. Vooral, denk ik, doordat ik het op school goed deed. Natuurlijk ging ik wel trouw naar de moskee. Elke vrijdag, collectief met alle kleintjes. Ik ben ook heel jong met de ramadan begonnen. Dat was een uitdaging voor mij. Ik was pas 11 en durfde al te vasten. Het hoefde nog niet van mijn ouders, ik deed het vrijwillig. Het eerste jaar hield ik het een week vol. Toen ik 12 was, twee weken. Op mijn 13de vastte ik de hele ramadanmaand, een persoonlijke prestatie.

Omdat in Mohammedia geen middelbare school was, ging ik naar Casablanca. Naar een soort internaat voor jongens. De moskee was daar zo'n driehonderd meter vandaan. Elke vrijdag moesten we erheen. In die periode begonnen sommige van mijn vrienden afwijkend gedrag te vertonen. Wij moesten in rijen van twee van de kostschool naar de moskee, het leek wel een soldatendefilé. Halverwege de optocht namen die vrienden de benen. Ze gingen naar het park of naar een cafeetje, waren op tijd terug om zich op de terugweg weer bij ons te voegen. Ik deed daar niet aan mee.

Vanwege het verplichte karakter van die moskeebezoeken, begon het verzet wel een beetje te groeien. Na drie jaar streng internaatregime begon ook mijn religieuze gedrag te verwateren. Ik ging niet langer systematisch elke vrijdag naar de moskee, bad slechts wanneer ik zin had. Toch was er geen spoor van twijfel. Ik was moslim van geboorte, de islam hoorde bij mijn leven.

Nadenken over religie

'Tegen het eindexamen van de middelbare school zette ik voor het eerst wat vraagtekens bij de religie. Ik kreeg vakken als filosofie en economie, leerde over het marxisme. Er waren jongens die in die periode helemaal niets aan de ramadan deden. Die verkondigden dat godsdienst opium was van het volk. Tijdens de ramadan gingen zij tussen de middag naar boven, naar de slaapzalen, waar ze kleine gasstelletjes hadden om stiekem te koken.

Ik zag dat destijds niet als een daad van religieus verzet. Dacht niet aan hun atheïstische overtuiging. Niet meedoen aan de ramadan beschouwde ik als een teken van grote fysieke zwakte. Pas later besefte ik dat mijn medelijden misplaatst was, dat hun vlees niet zwak was. Dat zij, de marxisten, werkelijk ideologisch bevlogen waren.

Wat de islam betreft bleef ik, ook in die periode, functioneren op de automatische piloot. Ik zat in een religieus bad en had geen aanvechting daar uit te stappen. Overigens liet het marxisme me niet koud. De klassenstrijd raakte me, mijn politieke bewustzijn ontwaakte. Ik sloot me aan bij de nationalistische onafhankelijkheidsbeweging, was tegen de Fransen. Religie en politieke ideologie hield ik strikt gescheiden.

Pas in Nederland ging ik dieper over de rol van de godsdienst nadenken. Hier kwam ik in aanraking met andere religieuze stromingen. Met mensen van joodse afkomst, met christenen, met mensen die helemaal niks zijn. Die groep is hier veel groter dan in Marokko. Toen ben ik mijn eigen godsdienst gaan relativeren. Ik dacht: als ik in Europa was geboren, was ik waarschijnlijk christen geweest. Was ik in India geboren, wellicht een hindoe. Religieuze overtuiging is misschien wel toeval, geografisch bepaald.

Waarom zou mijn islamitische gelijk absoluut zijn, of op een hoger niveau staan dan andere religies? Ik leerde dat elke godsdienst het goede predikt. Raakte er langzamerhand van overtuigd dat een goede gelovige, van welke godsdienst dan ook, in de praktijk moet laten zien dat hij een goed mens is. Dat niet hoeft te manifesteren door het dragen van kruisen of speciale kleding, of door 24 uur te bivakkeren in de moskee, kerk of synagoge.

In Nederland ben ik ook het verschil gaan zien tussen een jood en een zionist. Eerder was het voor mij allemaal een pot nat. In Marokko had ik het idee: alle joden in Israël deugen niet, omdat Israël niet deugt. Hier kreeg ik contacten met diverse mensen van joodse afkomst. Dan ga je langzaam het verschil zien tussen Israël en joden, tussen joden en zionisten. Goede gelovigen, joden, christenen, moslims, zijn mensen die een sociale cohesie nastreven. Atheïsten die dat doen, vind ik waardevoller mensen dan fanatieke gelovigen die de harmonie in de weg staan.'

Het geloof uitdragen

'Die ervaringen in Nederland hebben mij tot de conclusie gebracht dat godsdienst een privé-zaak moet zijn. Ik heb hier wel discussies over met collega's van SGP, RPF, GPV en CDA. Politiek en religie gaan niet samen, vind ik. Een voorbeeld uit de praktijk. Ik heb eens een motie ingediend over de vestiging van pluriforme scholen, van basisniveau tot universiteit. Scholen waar de leerlingen, ieder op hun eigen niveau, leren over elkaars godsdiensten en de bijbehorende filosofen en schrijvers. Om wederzijdse vooroordelen te doorbreken.

Maar de SGP is bang voor het verlies van haar identiteit, houdt vast aan het recht op speciaal onderwijs. Voor de SGP is het moeilijk te erkennen dat de islam op gelijk niveau staat. Ook moslims voelen zich op religieus niveau vaak superieur. Vanuit die houding mag je geen politiek bedrijven. Dan gaan we terug naar af, naar de tijd van de kruistochten. Gevaarlijk is het uit naam van God of Allah de democratie vorm te willen geven. Want wie durft oppositie te voeren tegen het woord van God?

Hoe machtig religieuze druk kan zijn, heb ik in mijn eigen familie ervaren. Er was een periode waarin het fundamentalisme ook in Marokko wijd verspreid was. In de tijd raakte mijn hele familie, op één zwager na, in de ban van het fundamentalisme. De vrouwen gingen sluiers dragen, de mannen kweekten baarden. Mijn moeder probeerde mij ook te bekeren. Dat ging niet direct, maar ze bewerkte mijn vrouw. Ik moest laten zien dat ik geloofde en deugde door ook mijn baard te laten staan. Zelfs vrienden die vroeger naar de disco gingen, konden zich niet onttrekken aan de maatschappelijke druk. Ze namen allemaal een baard en werden zeer strak in de religieuze leer. Ik leefde in ballingschap, kon in die tijd niet terug naar Marokko. Bij elk bezoek aan mij begonnen ze er weer over. Ik ben nooit met hen meegegaan. Uiterlijkheden, sluiers, baarden, voegen niets toe aan je geloof.

Nu heeft mijn familie het fundamentalisme afgeschud. We hebben het er nog wel eens over, hoe ze zich zo hebben kunnen laten beïnvloeden. Die ervaring is voor mij het ultieme bewijs dat een partij op godsdienstige grondslag gevaarlijk kan zijn. Tegen politieke leiders die handelen uit naam van God of Allah zijn veel mensen weerloos.'

Reactie van de omgeving

'Over mijn liberale religieuze opvattingen wordt in moslimkringen nauwelijks gesproken. Je hebt het niet over de beleving of waardering van je eigen geloof of dat van anderen. Islam en het debat over religie sluiten elkaar bijna uit. Veel moslims gaan ervan uit dat de posities die ze innemen absoluut zijn, die staan niet ter discussie. Dat is jammer. Persoonlijk zou ik een debat over islam en de moderniteit zeer toejuichen. De islam heeft in het begin een aantal zaken positief geregeld. Neem de positie van de vrouw. Door pre-islamitische stammen in het Midden-Oosten werden meisjes nog levend begraven. Toen kwam de islam en die heeft de positie van de vrouw in die tijd behoorlijk verbeterd. Als je uitgaat van de gelijke behandeling van man en vrouw, kun je de vraag stellen of de verbetering van toen nu nog een verbetering is. Niet dus, niet in het huwelijk, en niet bij de erfenis.

Hetzelfde geldt voor democratische beginselen die in de islam zijn verankerd. In de koran staat: 'wa amroehoem shoera bijnahoem'. Dat betekent: zij besluiten in overleg. Naar moderne verhoudingen vertaald is dat: in overleg met het volk. In de meeste islamitische landen gebeurt dat niet. Zonder elkaar te verketteren, zou je toch moeten kunnen discussiëren over de vraag of de islamitische leiders nog steeds in de geest van toen handelen. Zelfs in de tijd van internet rust daar vaak nog een taboe op. Een ideologische discussie voeren is heel, heel moeilijk.

Als volksvertegenwoordiger ga ik voor het algemeen belang, maar toch word ik vaak als moslim aangesproken. Ik ga die debatten ook niet uit de weg. Ik heb nooit gezegd dat ik iedereen vertegenwoordig, behalve de moslims. Dus als ik denk dat de islamitische gemeenschap ten onrechte wordt aangevallen, kom ik voor ze op. Ik kom in actie als ik denk dat conflicten onnodig escaleren.

Zowel in de affaire-Rushdie als met de Bin-Laden-grappen was dat het geval. Toen Khomeini de fatwa tegen Rushdie afkondigde, was ik überhaupt de eerste persoon die daar in het openbaar, via het Journaal, stelling tegen nam. Later, toen enkele heftige demonstraties plaatsvonden tegen Rushdie, heb ik tegen de boze moslims gezegd dat het fout is het recht in eigen handen te nemen. Wie problemen heeft met het boek, moet de democratische weg kiezen en naar de rechter stappen. Nog steeds wordt met een ongelooflijke hardnekkigheid gezegd dat ik voor een verbod pleitte. Ik heb slechts escalatie van het conflict willen voorkomen.

Zo ook met de Bin-Laden-grappen. Journalisten, cabaretiers, columnisten leven in een eigen wereld. Ze hebben weinig contacten met moslims. Ik wel. Ik hoorde van moslims dat ze nauwelijks meer de straat op durfden, dat ze voortdurend door kinderen werden uitgejouwd. Die hadden bij Spijkerman gehoord dat moslims geitenneukers zijn. Moet je als moslim dan maar je baard afscheren of binnen blijven? Moet je alles kunnen zeggen, ook in een situatie waarin de verhoudingen extra gespannen zijn? Als weerloze mensen zich bedreigd voelen, mag het best een onsje minder. Mijn insteek is altijd dat ik de harmonie wil terugbrengen.

Religie moet privé zijn, daarvan ben ik ten diepste overtuigd. Toch word je als moslimpoliticus steeds weer met je religie geconfronteerd. Een rare paradox.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden