Religie à la carte voor de jongeren van vandaag

Ze gaan niet naar de kerk, maar hebben wel degelijk een religieus besef. Jongeren doen aan religieus winkelen, ze proeven en consumeren wat voor hen bruikbaar is....

GIJS Hillenius (28) gelooft, in de dingen die hij zelf ontdekt, in de grenzen die hij zelf stelt. 'Ik praat niet in mijn hoofd met God om daar adviezen van te krijgen. Ik praat met mezelf en krijg zo tips.'

Als mensenrechtenactivist heeft hij ontdekt dat het bij hem gaat om rechtvaardigheid. 'Als iets niet rechtvaardig is, kan ik me daar geweldig kwaad over maken.' De pastoor had hij niet nodig om dat te ontdekken, al erkent hij dat veel van zijn principes overeenkomen met die van het christendom.

Gijs heeft niks met de rooms-katholieke kerk. En hij is zeker niet de enige jongere. De kerk is het contact met de jeugd al jaren verloren. Ze heeft grijze haren gekregen en dreigt zelfs die te verliezen. Parochies en gemeenten kampen met een tekort aan jonge priesters. De kloosterbevolking kwijnt weg. Het aantal jonge kerkelijke Nederlanders daalt jaarlijks.

Ook een vrijzinniger club als de Acht Mei Beweging lukt het maar mondjesmaat om contact te krijgen met de jeugd. In een eind 1994 verschenen rapport vraagt zij zich af waarom jongeren levensbeschouwelijke vragen niet met haar willen delen. De vraag dringt zich op: doet de jeugd nog wel aan religie?

Godsdienstsocioloog J. de Hart, die duizenden jongeren schriftelijk enquêteerde over hun religieuze zieleroerselen, onderscheidt twee definities van religie. 'Als je iemand op straat vraagt wat religie is, krijg je meestal als antwoord: geloof in God, geloof in leven na de dood, de behoefte aan een kerk om samen dat geloof te belijden. Volgens deze definitie zijn steeds minder mensen religieus.'

Maar religie is volgens De Hart nog vitaal als het wordt beschouwd als dat wat voor de mens zin geeft aan zijn leven. Zo gesteld komt er nooit een eind aan religie. Zo beschouwd is een sportman die zijn leven totaal in dienst van zijn sport stelt ook religieus bezig.

De Hilversumse Jongerenonderzoeker M. Kleijne gaat nog verder. Volgens hem is er nog nooit een jeugd geweest die zo sterk religieus geïnspireerd was als de huidige opgroeiende generatie. De medewerker van het marketingbureau SARV hanteert dan wel de ruime definitie van religie.

Kleijne ontwaart een reli-trend onder jongeren, die al in 1990 is begonnen. Een trend die zich niet alleen beperkt tot de EO-jeugd. Hij komt tot die constatering na acht jaar jaarlijks met vier- tot vijfhonderd jongeren in kleine groepjes te spreken over alles wat ze bezig houdt: van Nike's tot de dood aan toe.

Tieners en twintigers doen volgens Kleijne aan religieus winkelen. Ze praten bevrijd van de beperkende instituten in een zelf gekozen omgeving over leven na de dood en hoe het toch bestaat dat we bestaan, en hoe het moet in de toekomst. De houding ten opzichte van de kerken is er volgens Kleijne een van: ze hebben interessante verhalen, toch even naar luisteren, even proeven. Kenmerkend voor de jongeren is volgens Kleijne en De Hart dat ze niet vijandig tegenover de kerk staan. Kleijne spreekt van proefgedrag, De Hart heeft het over religie à la carte en buffet-geloof: dat wat bruikbaar is wordt geconsumeerd.

Laura Jansma (23), een bescheiden studente sociologie, is een proever. Geen van haar ouders of zelfs grootouders hebben iets met religie gehad. Ze heeft nooit met haar moeder over God gepraat, maar zegt wel geïnteresseerd te zijn. 'Ik ben vorig jaar een vak gaan volgen, Inleiding Christendom, gewoon omdat ik er niets vanaf wist en dat als een tekortkoming zag.' Ze moest teksten van Augustinus lezen. 'Heel interessant, maar ik kon er niet echt veel mee.'

Jongerenonderzoeker Kleijne ziet bij de jeugd een minder uitgeproken mening over geloof. De discussie over religie is er niet meer een waarin jongeren gelijk willen krijgen, nee. Het kan best zijn dat ze er morgen weer anders over denken. Ze wikken en wegen, zoals Stef Aupers (24), type denker, die ook intekende op de cursus christendom.

Hij heeft altijd gedacht dat hij gedoopt was. Totdat zijn vader hem onlangs vertelde dat het zijn broer was. 'Het maakt mij niet uit. Ik heb me in mijn jeugd afgevraagd hoe het zit, of er een God is. Op een gegeven moment heb ik besloten dat ik niet geloof. Ik ben echt atheïst. De kerk is wel leuk, maar meer als een van de verhalen waarin mensen hebben geloofd.'

Toch is daarmee de kous niet af voor Stef. 'Het zit allemaal zo ongelooflijk gecompliceerd in elkaar. Hoe zijn we hier gekomen? Waar gaan we naar toe? Er moet toch uiteindelijk. . . ik geloof niet in een God die mij het antwoord geeft. Het is me te speculatief. Maar tegelijk heb ik het gevoel dat ik mijn overleden moeder ooit nog ontmoet.'

Religiositeit is in de geïndividualiseerde samenleving iets persoonlijks. De Hart: 'Men gaat dan wel niet meer naar de kerk om te bidden, maar thuis voor het slapen gaan gebeurt dat nog altijd. Het is geen gesprek tot een meneer met een baard op een wolk, maar een soort meditatie. De dingen van de dag worden op een rijtje gezet, er wordt geanticipeerd op te nemen beslissingen. Het verschil met de jaren vijftig is dat jongeren in hun gebed nu ook nog wel verzoeken uiten, maar dat ze geen verwachtingen meer hebben over het effect van het gebed.

Is er voor de in de jaren vijftig nog oppermachtige rooms-katholieke kerk dan niks meer te halen bij de jongeren? Ze blijken nog steeds te worstelen met levensvragen. Hoewel ze open staan voor andere culturen, blijven ze net als iedereen in de westerse samenleving doordrenkt met christelijke normen en waarden. Ze staan lang niet zo vijandig tegenover de kerk als hun ouders. Ze kennen de angst voor het begaan van een doodzonde niet. En sommigen blijken zelfs uit eigen initiatief een cursus christendom te gaan volgen. Nieuwe kansen nieuwe prijzen, zou je zo denken?

Volgens De Hart is het een te grote sprong om nu ineens kansen voor de kerken te gaan zien. Het is zijns inziens te vroeg om te concluderen dat een herkerkelijking tot stand zal komen. Maar het is niet uitgesloten.

Wil de kerk echt kans maken dan moet ze zijns inziens de religie niet gescheiden behandelen van de levensvragen die bij jongeren bestaan over bijvoorbeeld relaties, opleiding en een toekomstige baan. 'De kerk zou offensiever moeten zijn. Ze moet duidelijk maken wat ze te bieden heeft. Ik betwijfel of de bisschoppen wel voldoende op de hoogte zijn van wat jongeren bezig houdt.'

Priesterstudent Henri Ten Have (26) groeide op in een warm katholiek nest. 'Het zit me in de genen.' Toch voelt ook hij de kloof tussen de taal van de kerk en de leefwereld van de jongeren.

'De kerk is eeuwen en eeuwen bezig geweest met de levensvragen waar jongeren nu nog over nadenken. Het resultaat van deze lange traditie is ouderwets aandoend taalgebruik. Daar komt nog bij de pastors vaak van een andere generatie zijn en jongeren hen niet meer verstaan.'

Zelf werd hij niet afgeschrikt door het archaïsche taalgebruik. Van een roeping in de klassieke zin met mystificerende stemmen, wil hij niet spreken. 'Soms zou ik willen dat ik stemmen hoorde, dan zou ik zeker weten dat ik priester moet worden.' Het is zijn verbazing over zichzelf als hij weer teleurgesteld was wannneer in de kerk domme dingen werden gezegd, die hem drijft.

Als de kerk in het nieuws komt gaat het altijd over paus, pil en abortus, vindt Henri. Daaruit trekken mensen de conclusie dat het in het rooms-katholieke geloof gaat om wat je wel en niet mag. 'Maar dat Jezus de zoon van God de verlosser is, dat wij God vader kunnen noemen dankzij Jezus en dat God niet bedreigend is, maar vergevingsgezind, staat niet op de voorpagina's van de kranten. Toch draait het daar pas echt om in het christelijk geloof.'

Zo pratend ontdekt de negendejaars priesterstudent dat hij zelf ook al die traditionele taal spreekt. Vertwijfeld: 'Er zitten blokkades in de communicatie. Ik heb daar geen antwoord op. Als kerkelijke gelovigen praten over God klinkt dat veel te massief voor veel jongeren. Daar zijn ze niet naar op zoek. Ze geloven dat er iets meer is, maar niet in een mannetje in de hemel. De ellende is dat het christendom juist gaat over de vraag of er iets meer is.'

DE voorzitter van het episcopaat kardinaal Simonis, verwijst voor vragen over de kerk en haar visie op de jeugd naar bisschop Ter Schure in Den Bosch. Na tien jaar afwimpelen van verzoeken om interviews, vindt Ter Schure het tijd wat te zeggen. De bisschop heeft iets met jongeren. En als voorzitter van de commissie jeugd en jongeren wil de 72-jarige prelaat wel uitleggen wat de kerk jongeren te bieden heeft. Twee jonge secondanten, beiden afgestudeerd en beiden docent aan het door hem opnieuw gestichte St Jans-seminarie van Den Bosch, vullen hem aan.

Na het tweede kopje koffie legt de bisschop zijn kaarten op tafel. Zijn volume verheft zich, hij preekt: 'De kerk heeft perspectief op geluk te bieden. De beleving van aardse waarden op een manier die bevredigt, en niet alleen een ogenblik bevredigt, maar ook op de lange duur. Ik kan me heel goed indenken dat iemand die met Carnaval drie dagen door Den Bosch host zich prettig voelt, maar dat is dinsdagavond afgelopen. En dan?'

Geluk, de kerk weet wat dat is?

De heren murmelen door elkaar. Wie gaat wat zeggen. De perschef fluistert. Priester Rob (36) durft het eerste: 'Navolging van Christus hè. Een rode draad in je leven vanuit de blijde boodschap van Christus, niet een versnipperdde opeenvolging van losse succesjes.' Ter Schure zucht. Priester Geertjan (34): 'Geluk dat is denk ik bemind worden door God en bemind worden door je broeders en zusters.'

Ter Schure: 'De grootste schat is een goed geweten. De kerk biedt perspectief op een goed geweten. Zij heeft ook de middelen om iets dat verkeerd is geweest weer goed te maken: de sacramenten. En dat niet alleen. De kerk durft de zekerheid te geven op geluk en volkomen bevrediging na de dood. En juist daardoor weet je waarvoor je leeft, onbeperkt geluk met God na de dood.'

Dat steeds meer jongeren aan religieus winkelen doen, betreurt de bisschop. Er is volgens hem gewoon een groot gebrek aan kennis van hetgeen Christus ons heeft gebracht. 'Iemand die die rijkdom kent heeft het andere niet meer nodig.' Doorzetten om de taal van het katholicisme te doorgronden loont, zegt de bisschop. 'Als je diep zou doordringen in wat elders te halen is, ontdek je daarin zoveel tekorten dat je het vanzelf weer nodig vindt om het christendom volledig te beleven. Ik weet niet of jullie het daarmee eens zijn, jongens?'

Priester Geertjan: 'Je mag tegenwoordig zelf je waarden uitzoeken. Maar die weg heeft grote gevaren. Er wordt een heel zware belasting op het individu gelegd. Mijn weg terug naar het hart van de kerk is een hele moeizame geweest.'

Een ding staat voor de drie geestelijken vast: de kerk mag geen concessies doen. Homerisch gelach weerklinkt op de vraag of het in een poging meer aan te spreken bij de jeugd niet slim is standpunten inzake abortus, de pil, euthanasie en vrijen voor het huwelijk te herzien. Priester Rob grinnikend: 'Als je meer gelovigen wil hebben, is dat wellicht de manier.'

Ter Schure streng: 'Overmatige seksualiteit verstoort de harmonie in het menselijk leven. Te veel aandacht daarop is niet goed. Er zijn zoveel andere waarden die een mensenleven rijker maken. Christus is altijd goed geweest voor de mensen, maar heeft op het gebied van de verdediging van de waarden van het leven nooit concessies gedaan.' Klopt op tafel: 'Integendeel, Christus is een eisende geweest. We moeten hem niet verkopen als een man die alles goed vindt en waarmee je kunt doen wat je wilt. Laat de kerk maar heel duidelijk zeggen wat er is en hoe het is. Zolang zij dat doet zeg ik dat zij helemaal niet marginaal is.'

Priester Rob: 'We moeten onverkort vasthouden aan het objectief geopenbaarde geloof. Als we zeggen: we hebben de wijsheid in pacht, klinkt dat misschien arrogant. Maar de kerk zegt dat, omdat God de Vader zich in Christus heeft geopenbaard. Die onverkorte waarheid moeten wij doorgeven. Dat is natuurlijk moeilijk in een gevoelscultuur waar iedereen zijn eigen waarheid heeft en waar mensen er zelfs grote moeite mee hebben om van één waarheid uit te gaan. Maar de boodschap blijft dezelfde, en dat is over 2000 jaar nog zo. Compromissen zijn voor de politiek, niet voor de kerk.'

Priester Geertjan: 'Als de kerk ook modieus wordt en gaat meedeinen op de wanen van alle dag is ze geen oriëntatiepunt meer. Je moet accepteren dat je niet altijd volgens de mode bent. En als niemand ons wil horen, dan zij dat zo.'

Priester Rob moet weg, hij moet college geven aan zijn jonge studenten. Maar bij de deur moet Ter Schure toch nog iets van het hart. Hij ergert zich aan gelovigen in zijn bisdom die kritiek op zijn verkondiging hebben. 'Ze moeten hun plaats kennen. Als ik het niet met de paus eens ben, hou ik toch ook mijn mond.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.