Relevant zijn moet, maar het loont vervolgens niet

Onderzoekers hebben te weinig aan werk dat nut heeft, stelt een Utrechts proefschrift. Door Martijn van Calmthout

Martijn van Calmthout

Wat de maatschappelijke waarde van zijn eigen onderzoek is? Laurens Hessels, afgelopen vrijdag aan de Universiteit Utrecht gepromoveerd op een studie van de manier waarop natuurwetenschappers met de vraag om nut omgaan, hapert even.


Eens zien. Hij heeft natuurlijk adviezen voor beleidsmakers geformuleerd. Zie achterin zijn proefschrift. 'Verder lever ik als eerste empirisch materiaal over trends en ontwikkelingen, waar tot nog toe alleen een soort algemene noties bestonden. Dat helpt het beleid. En verheldert het debat.'


Hessels (30), opgeleid in Utrecht en Amsterdam als chemicus en wetenschapsfilosoof, werkt sinds de zomer bij het Rathenau Instituut in Den Haag, het instituut dat de organisatie en dynamiek van de wetenschap bestudeert en de politiek daarover adviseert.


Een van die algemene noties is dat de druk op wetenschappers om maatschappelijk nuttig onderzoek te doen, de laatste decennia steeds sterker wordt. Klopt, zegt Hessels, maar dat is maar een deel van het verhaal. Het andere deel is dat zowel beleidsmakers als onderzoekers op heel andere dingen worden afgerekend dan maatschappelijk rendement van hun werk.


Hessels deed deels theoretisch onderzoek en vlooide rapporten en beleidsstukken door, maar sprak ook met 47 onderzoekers in biologie, scheikunde en landbouwwetenschappen. 'Het beeld dat daaruit oprijst, is dat van een worsteling', zegt hij terugblikkend.


Sturen op een 'hot' onderwerp

In het rapport staan - anonieme - citaten uit de tientallen interviews die er soms niet om liegen. 'Klimaat is heel hot', zegt een promovendus milieuwetenschap. 'Dus daar probeer je wat op aan te sturen. Op het werk zelf heeft dat geen invloed, maar wel op hoe je je verhaal inkleedt.'


In het algemeen hebben hedendaagse onderzoekers meer en intensiever contact met mogelijke gebruikers van hun kennis en resultaten, zij het in sommige vakgebieden meer dan in andere. De zogeheten derde geldstroom aan universiteiten, geld van externe partijen voor onderzoek, is op sommige plaatsen vervijfvoudigd sinds de jaren zeventig.


En maatschappelijke relevantie is een vast onderdeel geworden van het wetenschapsbeleid. Financiers als NWO, die zich richten op wetenschappelijke top-kwaliteit, hebben hun programma's deels ingericht rond maatschappelijke thema's als duurzaamheid.


Hessels schetst in zijn proefschrift een onderzoekswereld die soepel meebuigt met hoe de wind waait. Dat ze zich daarbij in het algemeen niet helemaal lekker voelen, komt vooral door de steeds hardere manier waarop ze worden afgerekend en de cultuur waartoe dat leidt.


Volgens Hessels is maatschappelijke relevantie vooral een belangrijk element bij het vinden van financiering van onderzoeksprojecten geworden. Tegelijk daalde volgens de promovendus de waarde van toepasbaarheid van onderzoek voor onderzoekers zelfs in de academische hiërarchie sinds de jaren zeventig. 'Alles draait om publicatie en citaties. In evaluaties van groepen, instituten en universiteiten. En daar gaat het ook over aan de koffie-automaat. Wie scoort het beste, dat is de vraag?'


Hessels toont ons een cyclus waarin bij het zoeken naar geld voor onderzoek gemakkelijk op maatschappelijke behoeften wordt aangehaakt, terwijl de onderzoekers daarop later niet of nauwelijks worden afgerekend. Daarbij komt dat er steeds meer nadruk is komen te liggen op prestaties en evaluaties, liefst langs meetbare grootheden. Hessels: 'Iedereen weet dat er meer is dan artikelen, maar bibliometrie is een van de weinige harde meetmethoden.'


Uit Hessels onderzoek komt een aanzienlijk verschil tussen disciplines en zelfs vakgebieden daarbinnen naar voren. Vakken als dierfokkerij of katalyse omarmen de vragen uit de praktijk en kunnen daaruit ook fundamenteel onderzoek peuren waarmee wetenschappelijk eer is in te leggen. In de biochemie daarentegen is fundamenteel onderzoek leidend.


Het geeft volgens Hessels de hedendaagse publicatierace perverse trekken. In de gesprekken met onderzoekers voor zijn studie, kreeg hij daarover volop signalen. Onderzoekers die de uitkomsten van onderzoek over zoveel mogelijk artikelen uitsmeren, omdat ze worden afgerekend op aantallen publicaties. Of onderzoekers die elkaars artikelen mede ondertekenen, al hebben ze er inhoudelijk weinig mee van doen gehad.


'Het zorgelijke gevoel overheerst dat er behoorlijke inflatie optreedt van het begrip publicatie', zegt Hessels. 'Je ziet onderzoekers die tien of nog meer publicaties per jaar afleveren. Menselijk gezien is dat in feite onmogelijk, het is vooral handig inspelen op het systeem.'


Hessels: 'Mijn punt is vooral dat wetenschapsbeleid en discussies over de vraag waar het heen moet met de wetenschap niet aansluiten bij de universitaire werkelijkheid. Onderzoekers zitten klem tussen de vraag naar relevantie en de vraag om hard te presteren.'


Meer realisme op dat punt, denkt hij, zou ook kunnen leiden tot effectiever beleid. 'Het is uiteindelijk de samenhang tussen beide die de toekomst van de wetenschap bepaalt.'


Selectiever patenteren

Op het ministerie maar zeker ook aan de universiteiten, zegt Hessels. Een van zijn aanbevelingen daar is om veel selectiever om te gaan met het patenteren van universitaire vindingen. Dat kost geld en tijd, zonder dat het rendeert.


De oproep van voormalig Shell- en Unileverman Wim Agterof, onlangs in de Volkskrant, om 60 procent van het NWO-budget voor innovatie te reserveren, en niet voor fundamenteel werk, onderschrijft hij niet onmiddelijk. 'NWO stimuleert baanbrekend onderzoek', zegt Hessels. 'Een te sterke koppeling aan toepassing brengt de vitaliteit van het onderzoekssysteem in gevaar. Op de lange duur zal de industrie dat betreuren.'


De waterscheiding tussen maatschappelijk nut en wetenschappelijke prestige is naar zijn idee het beste te overbruggen, door externe financiers toch meer op de lange termijn te leren denken. Dan krijgt fundamenteel onderzoek nog steeds de ruimte.


Anderzijds raadt hij ook aan soepeler met de keiharde prestatie-eisen aan wetenschappelijke onderzoekers om te springen. Hessels: 'Wetenschap is meer dan alleen publiceren en geciteerd worden. In de criteria voor evaluaties moeten maatschappelijke relevantie, maar bijvoorbeeld ook didactische kwaliteit, een grotere rol krijgen. Dat wordt vaak vergeten: dat universiteiten opleidingsinstituten zijn.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden