Rekenkamer: markt voor inburgeringstoets zorgt voor perverse prikkel

De markt voor inburgering faalt, constateert de Algemene Rekenkamer vandaag in een rapport. Slechts eenderde van de asielmigranten slaagt binnen drie jaar voor de inburgeringstoets, minder migranten combineren leren met een baan en er wordt op lager niveau examen gedaan dan voorheen.

Vluchtelingen volgen een taalles Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Eerder waren gemeenten verantwoordelijk voor de inburgering van nieuwkomers, maar in 2013 stapte de overheid over op een marktsysteem. Sindsdien is het de eigen verantwoordelijkheid van de migrant om binnen drie jaar te slagen voor het examen. Wie de cursus zelf niet kan betalen, kan een lening afsluiten van maximaal 10 duizend euro. Daarmee kan de inburgeraar zelf shoppen in het aanbod van commerciële taalscholen.

Het probleem is nu dat juist nieuwkomers die de taal nog niet spreken nauwelijks in staat blijken zelf hun weg te vinden in de wirwar van cursussen. Veelzeggend is dat de website van het keurmerk Blik op Werk, dat zou moeten waken over de kwaliteit van het inburgeringsaanbod, grotendeels in het Nederlands is gesteld. 'Daar is nog een wereld te winnen', zegt Kees Vendrik, collegelid van de Algemene Rekenkamer.

Beunhazen

In november signaleerde minister Asscher van Sociale Zaken al dat er op de inburgeringsmarkt 'beunhazen' actief zijn. Zij lokken asielmigranten met laptops en proppen klasjes zo vol mogelijk om maximaal te verdienen. De Rekenkamer vindt dat de kwaliteit van het onderwijs veel beter zou moeten worden getoetst. Asscher had al aangekondigd het toezicht te willen verbeteren.

Wie niet in drie jaar slaagt voor het inburgeringsexamen kan in theorie worden bestraft. De uiterste consequentie is dat migranten het land moeten verlaten, maar die straf blijkt juridisch niet uitvoerbaar en wordt volgens de Rekenkamer niet toegepast in de praktijk. Ook is er de mogelijkheid om een boete uit de delen.

Daarvan gaat volgens de Rekenkamer soms juist ook een perverse prikkel uit: nagenoeg alle migranten 'spelen op safe' en doen examen op het laagste niveau, A2. Dat is voldoende om basale gesprekjes te voeren over het weer of in een winkel. Slechts 2 procent haalt het staatsexamen NT2, waarbij de examenkandidaat veel ingewikkelder teksten moet kunnen begrijpen. In het oude systeem slaagde ruim 20 procent voor het staatsexamen. De grote terugloop komt volgens de Rekenkamer deels doordat nu een boete dreigt bij zakken. 'Daar zien we risicomijdend gedrag', zegt Vendrik.

Les 1: vind maar eens een goede taalcursus

Sinds inburgering aan de markt is overgelaten, zijn liefst 171 aanbieders van taalles opgedoken. Nieuwkomers moeten zelf een geschikte cursus kiezen, maar hoe doen zij dat in 'een wereld van cowboys en graaiers'? (+)

Markt moet transparanter

Is de conclusie nu dat de marktwerking moet worden teruggedraaid? Zover wil de Rekenkamer niet gaan. Vendrik: 'Wij doen geen politieke uitspraken.' Wel constateert het instituut dat de markt op zijn minst veel transparanter moet worden, met betere informatie in meerdere talen.

Ook stelt de Rekenkamer voor dat de gemeenten weer een veel sturender rol krijgen: zij moeten de migrant naar de juiste cursus leiden en hem tegelijkertijd aansporen naar werk te zoeken. Volgens de Rekenkamer combineerden voorheen meer migranten het leren van de taal met een opleiding of baan. 'Dat kwam doordat gemeenten dit actief stimuleerden', zegt Vendrik. Sinds de migrant zelf verantwoordelijk is gemaakt voor zijn inburgering hebben gemeenten nauwelijks zicht op wat mensen ondernemen om te integreren.

In een reactie op de conclusies van de Rekenkamer wijst minister Asscher erop dat er inmiddels extra geld is vrijgemaakt voor gemeenten om migranten te begeleiden. Zij krijgen daarvoor nu 2.370 euro per nieuwkomer.

Voorbeelden proefexamen inburgering

Een inburgeraar moet sinds 2015 op zes onderdelen examen doen op taalniveau A2: spreken, lezen, luisteren, schrijven, Kennis van de Nederlandse Maatschappij en Oriëntatie op de Nederlandse Arbeidsmarkt.

Onderdeel 'Kennis van de Nederlandse maatschappij.'

Fatma en Zara kijken naar het journaal. Het gaat over de verkiezingen. Fatma vraagt: 'Zara, ga jij stemmen?' Wat kan Zara het beste zeggen?

A. Ja, want anders moet ik veel geld betalen.
B. Ja, want dan kan ik mijn mening geven.
C. Nee, want mijn man stemt altijd voor mij.

Lisa wil niet meer bij haar ouders wonen. Lisa zegt tegen Ali: als ik 18 ben, ga ik zelf ergens wonen. Wat kan Ali het beste zeggen?

A. Als je 18 jaar bent mag je zelf ergens gaan wonen.
B. Een meisje hoort thuis te wonen bij haar ouders.
C. Je mag bij je man gaan wonen als je getrouwd bent.

Onderdeel Spreken (kandidaat spreekt tegen een computer).

Reist u vaak met de bus? Vertel ook waarom.
Wat doet u het liefst als het mooi weer is? Vertel ook wáár u dat doet.

Onderdeel Schrijven

Vul aan:
Romeo wil kapper worden. Hij wil de kappersopleiding in Amsterdam doen, omdat .....
Adam werkt op een kantoor. Hij wil graag op vrijdag vrij, maar......

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.