Rekenen op pabo al jarenlang beneden peil

De HBO-raad probeert de rekenvaardigheden van pabostudenten op te krikken. Ook de KNAW komt met voorstellen...

Morgen verschijnt het KNAW-rapport Rekenonderwijs op de basisschool, dat met adviezen komt hoe kinderen op de basisschool beter kunnen leren rekenen. Zonder enige twijfel zal het rapport ook adviezen verstrekken over het rekenonderwijs op de pabo’s. Van deze scholen, waar onderwijzers worden opgeleid, is al jarenlang bekend dat het rekenen er beneden peil is.

Al in 2002 stelden onderzoekers vast dat geen enkele pabo genoeg aandacht besteedt aan rekenen. 20 studiepunten is de richtlijn, maar op de meeste pabo’s kon je niet meer dan 7 tot 9 studiepunten verdienen met rekenen. Daarbij komt dat pabo’s zich steeds meer op didactiek zijn gaan richten, en steeds minder op het rekenen zelf.

In 2006 ging de HBO-raad, de organisatie waartoe alle pabo’s behoren, tot actie over. Voor alle eerstejaars van de pabo werd een rekentoets ingevoerd. Wie niet het niveau haalde van de betere leerlingen van groep 8, kon vertrekken. De uitval van eerstejaars groeide daardoor spectaculair.

Vorig jaar maakte staatssecretaris Van Bijsterveldt van Onderwijs afspraken met de HBO-raad over de manier waarop de kwaliteit van de lerarenopleidingen kon worden verhoogd. Er werd afgesproken dat er ‘Kennisbases’ zouden worden opgesteld voor een groot aantal vakken.

De eerste uit de reeks, de Kennisbasis Rekenen en Wiskunde voor de pabo, is nu klaar. Het stuk wordt op 7 december overhandigd aan de staatssecretaris. Niet eerder werd tot in detail centraal vastgelegd hoe een onderwijsprogramma er moet uitzien. En alle pabo’s hebben zich er aan verplicht.

Of de Kennisbasis strijdig is met het KNAW-rapport van de Commissie Lenstra dat morgen wordt gepubliceerd, moet nog blijken. Maar discussie over het stuk is er al volop. De rekendiscussie, die de afgelopen jaren steeds feller woedde, heeft zich nu op dit stuk gericht. De ene partij wordt gevormd door de aanhangers van de ‘realistische methode’; hun tegenstanders bepleiten ‘opa’s methode’. Realistisch betekent: elke som presenteren met een verhaaltje, kinderen zelf een oplossingsmethode laten bedenken, en rekenen met grote getallen via ‘kolomrekenen’. Opa’s methode klinkt als de jaren vijftig: niks verhaaltjes, veel oefenen, en de ouderwetse oplossingsmethoden à la de staartdeling.

De aanhangers van ‘opa’s rekenen’ zijn woedend over de Kennisbasis zoals die er nu ligt. Jan van de Craats van de Stichting Goed Rekenonderwijs is kort in zijn oordeel. ‘Als dit dwingend wordt opgelegd, verandert er in het rekenonderwijs helemaal niets. Dan blijft dat ook in de toekomst honderd procent realistisch.’ En dus in zijn ogen helemaal fout.

Volgens Van de Craats staat de Kennisbasis vol met ‘didactisch-ideologische aanwijzingen’. ‘Staatsdidactiek’, noemt hij het, dwars tegen de geest in van de commissie-Dijsselbloem. Die concludeerde bijna twee jaar geleden in een parlementair onderzoek dat de overheid zich wel moet bezighouden met de inhoud van het onderwijs, ‘het wat’, maar niet met ‘het hoe’.

Van de Craats en de zijnen hebben een alternatief opgesteld, gebaseerd op ‘opa’s rekenen’. Dat bebestaat uit een opsomming van rekenvaardigheden die de studenten moeten beheersen. ‘Het zou al helpen als ons stuk als bijlage bij de Kennisbasis werd gevoegd.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden