Reken maar dat hij heeft gevochten

Een big guy, was de 52-jarige piloot John Ogonowski, een Vietnamveteraan. Zijn Boeing 767 crashte dinsdag als eerste. Het vliegtuig boorde zich in de noordelijke toren van het WTC in Manhattan....

HET BELOOFT weer een mooie dag te worden in Dracut, Massachusetts. De gazonnetjes liggen er keurig geschoren bij, de geraniums in de openbare bloemperken bloeien naar hartelust, en de automobilisten die over Route 113 door het langgerekte slaapstadje tuffen, knijpen hun ogen dicht tegen de schitterende herfstzon. Afgelopen dinsdag verliet John Ogonowski op net zo'n mooie ochtend zijn landhuis aan Marsh Hill Road, om op weg te gaan naar Logan Airport in Boston. Met American Airlines vluchtnummer 11 steeg de 52-jarige piloot om 07.58 uur op voor een routinevlucht naar Los Angeles.

Nog geen drie kwartier later boorde zijn Boeing 767 zich met een verwoestende klap in de noordelijke toren van het World Trade Center in Manhattan. 'Wij bidden voor John, zijn familie en de slachtoffers', staat op een groot reclamebord in de etalage van True Value Hardware, de gereedschapswinkel van Bill Renaud aan Broadway Road nummer 34.

'Heel Dracut is er kapot van', zegt Renaud, een rad pratende veertiger in een rood Lacoste-shirt. 'Wie hier binnenkomt begint erover, dat gaat de hele dag door. John was een goeie kerel, hij kwam vaak in de zaak en deed veel voor de buurt. Hij kocht hier spullen voor zijn farm, geen grote dingen hoor, meer bouten en moeren. En hij lette op zijn portemonnee. Hij kwam eerst folders halen, dan ging hij om de hoek lunchen, bestudeerde de prijzen en kocht dan wat het scherpst geprijsd was. Hij was groot. A big guy. Ik weet niet wat er in de cockpit is gebeurd, maar reken maar dat hij heeft gevochten. John was een Vietnamveteraan. Reken maar dat hij heeft gedaan wat hij kon.'

Hoewel Renaud het nieuws gespannen volgt, voelt hij zich niet bedreigd. 'Iedereen is ervan overtuigd dat ons leger en de veiligheidsdiensten adequaat zullen reageren. It is no issue at all.'

Aan menige deurpost, lantaarnpaal en winkelpui in Dracut wappert een miniatuur Amerikaans vlaggetje. Het 29 duizend inwoners tellende stadje viert dit jaar zijn 300-jarig bestaan, maar sinds dinsdagochtend lijkt de aankondiging van de feestelijke Tercentennial Parade op 22 en 23 september vreemd misplaatst. Aan de vlaggenmast voor het Town Office hangt de stars and stripes moedeloos halfstok.

'Ik voel woede en walging, net als iedereen', zegt Al Privitera, de eigenaar van Private Arms & Guns, een wapenhandel tegenover de True Value gereedschapszaak, met het motto Give It Your Best Shot op de etalageruit.

Privitera kende John Ogonowski vaag ('ik denk niet dat hij hier ooit is binnen geweest'), maar dat zijn stadsgenoot een geziene figuur was, gelooft hij graag. De Ogonowski's zijn al vier generaties een bekende naam in Dracut en omgeving, het telefoonboek staat er vol mee.

'Het is stil in de winkel', zegt de gezette winkelier, terwijl zijn Duitse herder de broekspijpen van de enige klant besnuffelt. 'Sinds gisteren heeft niemand nog zin te gaan winkelen.' Nu ja, handwapens helpen ook niets tegen terroristen, bedenkt Privitera, met zijn ellebogen op een toonbank vol schiettuig. 'Iemand op tv vergeleek de aanslag in New York en Washington D.C. met Pearl Harbor. Maar dat slaat nergens op. Pearl Harbor was ver weg, op Hawaii. Dit is honderd keer erger dan Pearl Harbor. Honderd keer dichterbij.' Toch zegt Privitera net als Renaud in het geheel niet bang te zijn: 'Ik heb groot vertrouwen in de technologische sophistication van ons leger.'

Burgemeester oftewel town manager Dennis Piendak is net als Ogonowski van Poolse komaf: 'Niet dat dat verder uitmaakt.' In zijn werkkamer in de Town Hall, een houten schoolgebouw uit 1893, zetelt hij achter een eenvoudig bureau dat wordt opgevrolijkt met een golftrofee. Piendak, een voorkomende man met zilvergrijs haar en wakkere ogen, benadrukt dat Ogonowski in Dracut veel aanzien genoot.

'John was een gentleman-farmer. Hij combineerde twee uitersten: hij was piloot op de grootste verkeersvliegtuigen en ook boer. Hij had een flinke lap grond waarop hij maïs verbouwde en fruit teelde. De grond kon hij kopen met subsidie van de staat Massachusetts, op voorwaarde dat het land een agrarische functie behield. Hij mocht er alleen een woonhuis neerzetten en dat heeft hij gedaan ook. Ken je de tv-serie Dallas? Zo'n soort huis dus.'

Op de boerderij aan Marsh Hill Road, een landelijke kronkelweg in de heuvels aan de rand van Dracut, gaf Ogonowski's jongere broer Jim dinsdag een persconferentie. Het was geen rouwbeklag, maar een bittere oproep tot wraak, concludeerde een regionaal dagblad, dat Ogonowski omschreef als 'a fourth generation farmboy who never forgot his roots'. Wie het huis wil bezoeken, stuit op politiebewaking. Op het toegangshek voor de lange oprijlaan hangen bloemen en een handschreven bord: Thank you for your support. Respect our Privacy. 'In de loop van de dag kwamen steeds meer mensen naar het huis toe', zegt Piendak, 'om hun deelneming te betuigen. Er staat nu permanent een politieauto. We willen Johns weduwe Margareth (een voormalig stewardess) en zijn drie dochters tenminste wat rust gunnen.

'We zijn allemaal shocked, nog steeds. Ik hoorde net dat een jongen met wie ik samen opgroeide ook aan boord was. Die leeft dus ook niet meer. We zijn door de tijd misschien enigszins gewend geraakt aan geweld, gevoelloos geworden. Zelfs de aanslag op het World Trade Center in 1993 bleef in zekere zin ver van ons bed. Maar nu, nu zijn we in ons hart geraakt.'

Toch is het zoveel mogelijk business as usual in het gemeentehuis. Burgers komen hun hondenbelasting betalen of maken een praatje over niets bijzonders. Piendak: 'We laten ons niet van de wijs brengen. Dat gunnen we die terroristen niet.' Hij beveelt een bezoek aan het Veteran Memorial Park aan: een monument voor gesneuvelde soldaten uit Dracut en omgeving, dat mede op Ogonowski's initiatief wordt uitgebreid met een openbaar sport- en speelterrein. En wisten we dat Ogonowski zich ook inzette voor het Open Spaces Committee, dat zorgdraagt voor de instandhouding van natuurgebieden? Winkeliers kennen hem bovendien van zijn jaarlijkse bezoeken als ijkmeester - een bezoldigde parttime baan die Ogonowski met enig kunst- en vliegwerk inpaste in zijn drukke agenda als vliegenier. John Ogonowski's naam is in marmer gehakt op de zwarte monoliet van het Veterans Memorial Park aan Broadway Street, op een braakliggend terreintje schuin tegenover de wapenwinkel van Al Privitera. De stenen zuil somt geen namen van slachtoffers op, maar eert de geldschieters die dit monument voor de gevallenen in Korea, Vietnam en elders mogelijk maakten: Lest we forget, to many who gave their lives for freedom.

DE CAISSIÈRE in de nabije Aldens Discount signaleert een opvallende vraag naar Amerikaanse vlaggen, die grijpklaar liggen bij de entree (1 dollar voor een kunststof exemplaar op servetformaat of vier kleintjes voor hetzelfde geld): 'Ik weet niet of het ergens mee te maken heeft, maar ze gaan hard vandaag.'

Een paar mijl oostelijker, op de tweebaansweg naar Methuen, bevindt zich het lokale hoofdkwartier van de Amerikaanse oudstrijders: Dracut American Legion, Post 315, meldt een bord op de gevel. Om vier uur 's middags maakt het pand een verlaten indruk, maar wie achterom gaat en op goed geluk een deur probeert, belandt in een donkere, ruime kroeg waar mannen met brede ruggen zwijgzaam aan de bar zitten. De tv staat op oorlogsterkte: een ijzig kijkende Colin Powell voert het woord.

Jazeker, en of we John Ogonowski kennen, knikken vier paar hoofden: hij lustte wel een glas en die grote zwarte sigaren kon hij thuis niet roken. 'Geen kwaad woord over John', interrumpeert Ronnie Gilmette, een oude man met getatoeërde armen, die door de anderen met respect wordt bejegend. 'John stond altijd voor ons klaar. In de parade op memorial day liep hij voorop met onze vlag, en zijn twee oudste dochters droegen het spandoek met ons embleem. Afgelopen zondag hadden we onze jaarlijkse barbecue met driehonderd veteranen plus vrouwen en kinderen. John kon niet komen omdat hij moest vliegen, maar hij wilde per se zoals elk jaar voor de maïskolven zorgen. Hij was een gentleman-and-a-half. Ik heb gehuild toen ik het nieuws hoorde.'

Jack McCloud, een tweelingbroer van Harvey Keitel, drukt zich krachtiger uit. 'We zijn te soft geworden', roept hij. 'Pakistani, Afghanen - iedereen is welkom, want wij zijn de melting pot, the land of the free. En nu? Nu hebben ze het Vrijheidsbeeld d'r hoofd afgeschoten. Ik pas niet meer in mijn uniform, maar elke keer als ik die tv-beelden zie, begin ik weer te koken. Het is hoogtijd dat we een paar jongens een flinke schop onder hun reet geven en ik doe graag mee. Ik weet dat elke veteraan in Amerika er zo over denkt. En zeker John. He was the greatest, een betere vind je niet. Punt.'

Later die dag meldt zich een woest kijkende man met een zwarte baard in het gemeentehuis. Bill Jubinville heeft een plan: op het terrein van zijn overleden buurman wil hij een zo groot mogelijke Amerikaanse vlag ('op Witte Huis-formaat, de Burger King leent me er een') laten wapperen, aan de top van een 60 meter hoge kraan. Een eerbetoon aan zijn vriend, voor wie 'niets meer betekende dan Amerika en zijn vlag'.

Jubinville heeft het moeilijk. 'Dit was uitgerekend een vlucht waarin hij geen zin had. Niet omdat hij een voorgevoel had, maar er was een landbouwvergadering waar hij bij wilde zijn. . . Dat van de 700 duizend piloten in het land nou juist hij. . . We konden het goed vinden. Misschien omdat ik nogal opvliegend ben, en hij eerder kalm was. Als zijn maaimachine stuk was, zei hij: Well. I guess we'll have to fix it. Mooi hè.'

Hij verheft zijn stem weer: 'En nu wil ik een vergunning voor die vlag. Je mag in Amerika gerust een paar wolkenkrabbers aan stukken vliegen, maar om met een kraan de vlag te hijsen moet je een papiertje hebben.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden