‘Reizen komt bij mij voort uit onrust’

Deze zomer maakte Floortje Dessing (37) de overstap van RTL naar Llink, waarvoor ze het programma Drie op Reis gaat maken....

Bruin en een tikje vermoeid ogend neemt Floortje Dessing plaats in het café. Ze is net teruggekeerd van haar snelste trip ooit: een eendagsbezoek aan Ecuador, in haar functie als ambassadrice van Max Havelaar. ‘Ik heb voor het eerst van mijn leven drie dagen achtereen in het vliegtuig gezeten. Dat kun je wel een beetje zien, hè.’ De komende weken staan nog op het menu: Argentinië, Bangladesh (‘Voor het Rode Kruis’), Oekraïne en Georgië (‘Voor mijn nieuwe programma bij Llink’) en Ibiza (‘Zelf wil ik ook nog even op vakantie’). Over drie dagen vertrekt ze weer. Zo gaat het al een jaar of acht. ‘Dan denk ik: september wordt wel een rustig maandje. Maar uiteindelijk is dat nooit zo.’

Na het oprichten van je eigen fairtradewinkel, maak je nu de overstap naar Llink. Toch zei je onlangs: ‘Ik wil geen eco-Floortje worden.’ Waarom?

‘De winkel heeft de afgelopen anderhalf jaar voor vrij veel media-aandacht gezorgd. Daarom denken mensen nu snel Floortje = Fair Trade, maar ik hou niet van labeltjes. Bovendien vlieg ik zoveel, daar is weinig eco aan. Al probeer ik wel altijd met greenseats te vliegen.’

Waarom Llink?

‘RTL en ik groeiden een andere kant op. Zij wilden meer met adrenaline en kicks, ik wilde na acht jaar juist meer verdieping. Ik wilde al langer naar de publieke omroep.

Bij Llink kan ik meer verhaal in mijn reisprogramma brengen. In de eerste aflevering gaan we bijvoorbeeld naar Oekraïne, waar we Tsjernobyl bezoeken. Daar kun je tegenwoordig dagtochten naartoe maken. En we gaan daar ook naar een kliniek waar mensen na 21 jaar nog steeds worden onderzocht op schildklierkanker.’

Het wordt meer een documentaireprogramma?

‘Het blijft een reisprogramma. We zijn ook gewoon in Kiev, waar we door de stad wandelen en de highlights laten zien. Het wordt alleen meer een mix van human interest en reizen.’

Wilde je niet naar BNN?

‘Nee joh, daar ben ik te oud voor. En ze hebben ook al heel veel goeie mensen. Ik ben ook meer Llink dan BNN.’

En dat is? Klein met grote idealen?

‘Ja, praktisch idealistisch en zonder geheven vingertje.’

Waar komt je liefde voor reizen vandaan?

‘Dat is een aangeboren afwijking. Ik staarde als klein kind al verlangend naar de wereldbol en vroeg me af hoe het elders zijn zou.’

Waren je ouders reizigers?

‘Mijn vader is van de fietsvakanties, tenten en bootjes. Dat vond ik ook prachtig, maar ik kon niet wachten om een keer weg te gaan buiten Nederland. ’

Daarom gaf je je op je 13e op voor een fluitkamp in Engeland, terwijl je helemaal geen fluit speelde.

(lacht) ‘Ja, het zat er al jong in.’

Wat dacht je daar dan te vinden, in het buitenland?

‘De gedachte van: hoe zou het daar zijn? Wat zou daar gebeuren, waar ik allemaal niet bij ben? Ik begrijp nog steeds wat ik toen dacht en voelde. Het wordt wel minder – de drang, de onrust – maar ik heb het nog steeds.’

Wilde je er ook je werk van maken, van het reizen?

‘Ik wist niet wat ik wilde. Ik heb een tolk-vertalersopleiding gedaan en uiteindelijk een mediaopleiding. Het was echt niet zo dat ik op mijn veertiende dacht: ik word reisprogrammapresentator. Ik dacht wel altijd: journalisten die komen op de plekken waar het gebeurt.’

Nooit gedacht: dan maar geen studie, ik ga gewoon de wereld bereizen?

‘Nee. Al op vrij jonge leeftijd had ik het idee dat je je moet specialiseren. Als ik alleen maar was gaan reizen, had ik verder niets ontwikkeld.’

Als iemand vraagt: hoe word ik de nieuwe Floortje Dessing, wat zeg jij dan?

(Lacht) ‘Daar praat ik graag over. Wij hebben veel stagiairs van de toerismeopleiding in Breda. Je hebt daar een media-afstudeerrichting, dat is een nuttige opleiding. Maar het belangrijkste is motivatie. Regelmatig krijgen we mensen op gesprek die zeggen: ‘ik vind een reisprogramma wel grappig’. Dan denk ik: ‘Wel grappig? Wat!?’ Wat je ook doet, doe het met bezieling. Als ik naar cv’s van stagiairs kijk, vind ik het leuk als iemand een half jaar naar Australië is gegaan en daar met een cameraatje een filmpje van heeft gemaakt. Of als iemand bij een lokale omroep of een huis-aan-huis-blaadje werkt. Initiatief ontplooien, daar gaat het om.’

Is dat ook jouw talent, bezieling?

‘Mijn enthousiasme is zeker een van mijn pro’s. En dat ik heel erg doelgericht ben. Het is niet erg om onderaan de ladder te beginnen. Ik ben ook bij een klein Amsterdams radiostation begonnen.

Ik wilde bij de radio werken, dus heb ik gewoon een brief geschreven en dat lukte. Vanaf toen nam ik elke maandag en woensdag na school de trein naar Amsterdam om onbetaald plaatjes te draaien.’

Tijdens haar studie audiovisuele media werkte Floortje Dessing parttime bij Radio Veronica, waar ze in de nachtelijke uren dj’s assisteerde. Toen er na drie jaar een fulltimebaan vrij kwam, besloot ze haar studie voortijdig te beëindigen. Op de hogeschool zeiden ze: ‘niet doen, dat is je creatieve dood’, maar Dessing wilde ‘avonturen beleven’ en ging ‘lekker toch’. Ze heeft een hekel aan hokjesdenken. ‘Ik ben commercieel, maar ook idealistisch. Echt een kind van deze tijd.’ Bij Veronica werkte ze als producer, co-host en later als presentator. Allemaal bij de radio. Tot ze op een dag een groepje collega’s een reisprogramma zag monteren voor tv.

Ineens wist ze: dit is het, dit wil ik ook. ‘Ik gaf al mijn geld al uit aan reizen. De ene keer ging ik naar Australië, de andere keer reed ik in een opwelling in mijn oude afgetrapte Golfje de boot op naar Engeland. Als ik dat nou eens tot onderdeel van mijn werk zou kunnen maken.’

Langzaam werkte ze zichzelf hogerop bij de tv. Ze presenteerde jongerenprogramma’s, deed allerlei productie- en redactiewerk en werkte zelfs als omroepster (‘het voorlezen van de gids op tv’).

Het ging niet vanzelf?

‘Ik lijk wel een oud wijf als ik het zeg, maar je wordt niet vies van hard werken. Ik heb altijd belachelijk hard gewerkt. Al vanaf mijn zestiende. Van frietbakken in een sporthal tot werken in een fonduerestaurant en van een hondenuitlaatservice tot een rubberfabriek. Er zijn heel wat jaren overheen gegaan voordat ik in 2000 met Travel begon.’

Reisde je veel alleen?

‘Vaak wel. Hartstikke eng, maar ik dwing mezelf vaak om dingen te doen die ik eng vind, ook voor het programma. Als je het dan doet, voelt het als een overwinning. Toen ik op m’n twintigste in mijn eentje zeilles ging geven in Amerika, deed ik het in mijn broek. De eerste weken stierf ik van de heimwee. Maar als je doorbijt, is het uiteindelijk geweldig.’

Waar ben jij nog meer goed in?

‘Ik ben nieuwsgierig en een enorme doener. Ik heb een energie waar andere mensen soms moe van worden en ikzelf eigenlijk nog het meest. Daarnaast hou ik zielsveel van reizen. Zoals ik op tv ben, zo ben ik ook. Ik ga nu een week met een terreinwagen door een Argentijnse hoogvlakte rijden en in tentjes slapen. Dat zou ik zelf op vakantie ook doen, heerlijk.’

Heb je inmiddels niet alles al in beeld gebracht?

‘Nog lang niet. Volgens de officiële VN-telling zijn er volgens mij 197 landen. Ik heb er 102 gehad.’

Ben jij een landenteller, met een kaart vol vlaggetjes thuis?

‘Ik heb wel een kaart waarop ik aangeef waar ik geweest ben. Maar het is niet zo dat ik zoveel mogelijk landen wil kunnen strepen. Ik ben bijvoorbeeld pas drie keer in Argentinië geweest, maar dat land is zo groot als half Europa. Dus na honderd keer heb je het nóg niet gezien. Ik heb nog steeds een verlanglijstje.

Ik ga nu bijvoorbeeld voor het eerst naar Bangladesh. Dat kennen de meeste mensen alleen van de rampenbeelden, de watersnood. Maar er is zoveel meer. Dat zie je alleen maar als je daar bent. Dat vind ik zo geweldig aan reizen, het is zo enorm relativerend.’

Reis je daarom: ter relativering?

‘Ook. Mensen die een reis hebben gemaakt – al is het twee weken op de camping in Frankrijk – komen thuis en kunnen dan heerlijk genieten van het comfort van thuis, het eigen bed, de schone douche. Maar bij mij komt het vooral ook voort uit onrust. Ik heb een hekel aan sudderen. Regelmaat en ritme zijn voor mij dodelijk. Reizen is altijd een klein avontuurtje en soms een groot. Als ik op Schiphol sta, weet ik: ik ga weer dingen meemaken die ik nog nooit heb meegemaakt.’

Móet je weg?

‘Nee, want ik heb hier heel veel. Ik zou ook nooit kunnen migreren. Als ik wat ouder ben, zou ik wel graag om en om in Nederland en ergens anders wonen. In Australië of in de Cariben, om daar te zeilen. Ik hou gewoon erg van water, woon ook op een woonboot. Zolang ik er niemand pijn meedoe, is mijn levensstijl niet zo erg. Mijn vrienden en familie zijn het ondertussen wel gewend. Het is een onderdeel van me, dat weten ze. En als ik hier ben, ben ik er ook echt. Ik ben heel trouw.’

Je schrijft in je boekje 25 Wereldroutes: ‘Ik was even vrij, dus ik moest weg’. Bij aankomst in Peru ben je doodongelukkig, eenzaam. Waarom doe je het dan?

‘Ik ben gewoon verslaafd. Na een paar dagen zit ik ergens op een heuvel of zandvlakte en staar voor me uit en dan ben ik zo intens gelukkig. Ik kan het nu gewoon doen. Ik heb geen man, geen kinderen en de mogelijkheden zijn er nu. Als ik me ooit meer wil settelen, zal het wel anders gaan. Ik ben nu gewoon beter in knallen.’

En je gezondheid?

‘Dat gaat beter. Ik heb de ziekte van Lyme gehad, daar word je heel beroerd van. Vermoedelijk heb ik die tekenbeet gewoon in Nederland opgelopen, moet je nagaan hoe cru het lot is. Er zat een grote plek op mijn been, die trekt nu langzaam weg, dus het gaat over. Maar daarnaast ben ik ook nog eens ingestort. Hartkloppingen, niet uit bed kunnen komen, gewoon: zwaar overwerkt.’

Dat had je eerder. Toen zei de dokter: dit hebben piloten en stewardessen ook. Je reisde van jetlag naar jetlag.

‘Soms is het inderdaad een moordend tempo. Ik heb het al twee keer ervaren, dat mijn lichaam weigert. Maar ik voel me nu veel fitter, ik sport meer, eet gezond, probeer op mezelf te letten. Dus ik hoop dat het bij die twee keer blijft.’

Als je lichaam zegt: nu niet meer, heb je dan nooit spijt van je levensstijl?

‘Ja, maar spijt komt altijd na de zonden. Dan denk ik wel: had ik nou maar wat rustiger aan gedaan. Een jaar of vier geleden combineerde ik het ook nog eens met een zeer fervent uitgaansgedrag. Dat begint gelukkig wat rustiger te worden. Dat is de leeftijd, denk ik. M’n vrienden gaan nu settelen, trouwen en krijgen kinderen.’

En jij niet. Is dat een offer dat je hebt moeten maken voor je carrière?

‘Dat is geen offer. Er zijn wel wat relaties gestrand, dat wel.’

In je boek schrijf je, terwijl je huilend op je hotelkamer in Rio zit: ‘het is weer zover, weer een relatie kapot...’

‘Man, dat was vreselijk. Ik denk dat ik iemand moet vinden die dit ook leuk vindt en die dit trekt. Het probleem is dat ik behalve dat reizen, ook nog de winkel heb en een internetbedrijf. Als ik eenmaal in Nederland ben, zit ik allesbehalve stil. Daar moet je bij mij wel zin in hebben.’

Je wilt je wel settelen?

‘Tuurlijk, dat hoopt ieder mens. Ik denk dat niemand ernaar streeft zijn hele leven alleen te zijn. Maar ik ben heel reëel. Ik ken zat mensen van mijn leeftijd die geen reisprogramma’s maken en die ook geen relatie hebben.’

Maar voor jou is de carrière het belangrijkst?

‘Ja, zeker. Maar ik noem het zelf liever geen carrière. Het is voor mij altijd meer een gevoel geweest. Ik word gewoon gelukkig van mijn werk. Ik moet mijzelf vaak dwingen om me niet helemaal het schompes te werken, die neiging heb ik.’

Hoe ontspan jij dan?

‘Door te gaan kiten, of door veel met familie en vrienden af te spreken.’

Je kunt niet rustig een boek lezen?

‘Nee, nee, nee. Nooit gekund, dat zit niet in me. Uitslapen, luieren, nee! Dan wil ik eruit, moet ik dingen doen, beleven.’

Dat klink een beetje obsessief.

‘Misschien. Maar ik ben wel een heel blij mens. Ik leid een leven waar ik achter sta en dat is wat ik ieder mens gun. Regelmatig kan ik even naar mezelf kijken en zó tevreden zijn. Soms zeggen mensen: ‘jij hebt zo’n leuke baan, maar ik weet niet wat ik wil’. Dan denk ik: dat kan toch niet? De mogelijkheden zijn zo groot in Nederland. Ik ben het levende bewijs dat je heel veel kunt bereiken met hard werken. Gewoon: oogkleppen op en keihard knokken. Blijf niet hangen uit angst dat je uit je comfortzone moet stappen, durf te leven, voor je het weet, ben je veertig, vijftig.’

Ben je niet bang dat jij spijt hebt van bepaalde keuzes als je zelf vijftig bent?

‘Ik zou het mezelf veel harder kwalijk nemen als ik wel kinderen had gekregen en al die dingen niet had gedaan. Ik heb nu geen kandidaat om een gezin mee te stichten en ik heb ook geen tikkende klok. Ik zie bij zussen en vrienden hoeveel aandacht, inspanning en tijd kinderen vergen. Dan denk ik niet meteen: ik ook. Elke dag Sesamstraat, elke dag kinderen naar school brengen en halen, ik moet er niet aan denken. De enige manier om ooit een gezin te stichten is dat ik de rol van ‘man’ zou vervullen, dat ik niet de traditionele moeder word.’

Hoop je daarop?

‘Nou, ik leef in een omgeving waar mensen veel dingen uitstellen. Maar de gedachte: ‘voor je het weet is het te laat’, moet ook niet de reden zijn. Ik heb zo’n raar leven, zat leuke relaties gehad, maar altijd weer liep het stuk op mijn levensritme. Ik ga te hard en ik ga een andere richting uit dan zij. Inmiddels heb ik zoiets van: het is nou eenmaal zo.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden