Reisgids door kwalenland

Dit is de ongewoonste zin die ik in tijden heb gelezen: 'Voor bedevaartplaatsen, zie: kanker'. Het is de slotzin van een stukje dat de titel 'Borstzweer' heeft....

Ik volgde de verwijzing naar 'kanker' op en kwam terecht bij de genoemde Aldegonda. Ik las over haar leven, de wijze waarop zij wordt afgebeeld en toen stond er - dan ben ik waar ik zijn moet: 'Zij werd vooral aangroepen tegen kanker omdat zij volgens de overlevering aan borstkanker overleed.' (Zij stierf tussen 680 en 700!). Volgt een aantal Vlaamse plaatsen waar zij werd vereerd. Zij was overigens allerminst eenzijdig: 'Haar hulp werd ook afgesmeekt tegen tetanus, een plotse dood, kinderziekten, doofheid, verlamming, loopmoeilijkheden bij kinderen, koorts, krampen, hoofd-en keelpijn, zweren, eczeem en pest.' Zij beheerde een hele kliniek. (Het is vrij moeilijk hier devoot te blijven).

De verschrikkelijkste ziekten en kwalen staan, alfabetisch geordend en wetenschappelijk beschreven, bijeen in G eneesheiligen in de Lage Landen. Het gaat dus van 'Antoniusvuur' tot 'Zweren'. Na de ziekte komt de heilige die tegen die ziekte wordt aangeroepen in beeld: leven en legende, zijn attributen in beelden en schilderijen, de plaatsen waar hij werd vereerd worden beschreven. Ter afsluiting volgt een korte of lange rij van 'mindere' heiligen die ook tegen de ziekte werden aangeroepen, de supporting actors op het schouwtoneel der heiligen.

De relatie tussen een heilige en een bepaalde ziekte kan een medische zijn (zie Aldegonda), de aard van de marteling van de heilige (Catharina werd geradbraakt, zij werd aangeroepen tegen de ringworm!), maar soms is de relatie speelser: in de naam van een heilige klinkt een ziekte mee, de heilige Begga werd in Franrijk aangeroepen tegen het stotteren; 'bègue' was stotteraar (Vincentius, Vincent in Frankrijk, werd om de eerste lettergreep van zijn naam patroon van de wijnbouwers. Bomans maakte de Friese heilige Wilfried patroon van de ijsbereiders en patates frites-bakkers). Elke heilige schudt uit zijn mantel zoveel legenden, dat er altijd wel een medische toespeling te vinden is.

Geneesheiligen in de Lage Landen is gemaakt door drie Vlamingen: Jo Claes, Alfons Claes en Kathy Vincke. De titel van hun boek is wat bedrieglijk; Vlaanderen staat centraal. Er is of was daar in elk dorp wel een heilige voor een kwaal te vinden. Bedevaartplaatsen, kapellen en broederschappen te over. Noord-Nederland is protestants kaal. Op zijn best kan men het boek een beschrijving van het uitstervende volksgeloof noemen, althans een aspect daarvan. Toch is het daarvoor te encyclopedisch. Het heeft ook te veel het karakter van een reisgids door kwalenland. Als encyclopedie van heiligen en hun genezende krachten is het boek grondig en degelijk - zelfs de grootste heilige hilariteiten worden zeer degelijk beschreven. Het bijgeloof heeft op even schitterende als komische wijze gebloeid, eeuwen lang. Een kleine toevoeging bij de ziekte 'haarworm' (hoofdroos) is een van de talrijke bewijzen:

'De verering van de H. Elisabeth tegen haarworm in de Brusselse gemeente Haren heeft te maken met de naam van het dorp en is een mooi voorbeeld van de invloed die een plaatsnaam kan hebben op de verwering van een geneesheilige. Men sprak in de volksmond trouwens ”het van Haren hebben”. Tegelijkertijd illustreert het lokale ritueel hoe het volk aan de aard van een ziekte een offergave koppelde die rechtstreeks te maken had met de plaats van een kwaal. Zo was het in Haren de gewoonte om de mutsen van zieken onder het schilderij van de H. Elisabeth te hangen opdat de heilige zou weten wie zij van haarworm moest genezen.'

Dit is nog een van de aardigste gewoonten; er zijn ook veel smakeloze. In de traditie is het patroonschap of de bemoeienis van een heilige met ziekten de afsluiting van de tekst. Die begint met leven, gevolgd door afbeeldingen. De Vlamingen keren het om; zij beginnen met de ziekte, dan de kwalenheilige en dan wat heilig of medisch kleingoed.

Wat er in het boek over leven en afbeeldingen staat is allemaal bekend. Die teksten laten zich haast vanzelf schrijven, wanneer men de vele naslagwerken heeft ingekeken. (Het beste in het Nederlands blijft de reeks over heiligen en bijbelse figuren die uitgeverij Sun een aantal jaren geleden heeft gepubliceerd.) De overvloed aan vreselijke ziekten - waaronder ook bedplassen valt; de heilige Martinus van Tours is hier de heilige drooglegger - die een overvloed aan geneesheiligen en religieuze folklore meebrengt, maakt het boek oorspronkelijk.

Elke originaliteit moet ontzegd worden aan 366 Heiligendagen van Paul Spapens en Kees van Kemenade. Hier wordt, vaak op heel slordige wijze, alles herhaald wat uit vele naslagwerken bekend is. Alleen de toon verschilt: die is is soms luchtig en jolig. Men gaat bijna vermoeden dat het boek rond het illustratiemateriaal heen is geschreven. Dat bestaat uit talloze devotieprentjes, uitingen van volkscultuur. Voor de soms huiveringwekkende manier van schrijven en kennisoverdracht dit voor beeld; de gevierde heilige is Anselmus van Canterbury:

'De heilige Anselmus is in 1033 in de Franse plaats Aosta (nu Italiaans) geboren. De zoon van rijke ouders kreeg ruzie met zijn vader en trok de wijde wereld in. Eerst volgde hij onderwijs op een aantal kloosterscholen in Frankrijk totdat hij terecht kwam in het Normandische klooster Le Bec. Daar begon hij te studeren en wel met zo'n goed gevolg dat hij snel monnik in de orde van de benedictijnen werd en zijn naam vestigde als geleerde. Een voorbeeld van zijn geleerdheid is dat hij in zijn studies probeerde te bewijzen dat God heeft bestaan.'

De laatste woorden zijn uiteraard het meest komisch, het domst ook. Wat er over Bernardus van Clairvaux, Johannes van het Kruis, Monica of Bruno wordt beweerd, is allemaal even huiveringwekkend. Feitelijke slordigheden te over. (Petrus Canisius die eigenlijk Peter Kanis heete, Leo de Grote die tot paus werd gewijd, Benedictus die monniken naar Engeland stuurt - het houdt niet op.)

Korte vermeldingen van ziekten waartegen de heiligen kunnen worden aangeroepen, sluiten elke monografie af. (Er wordt wat gedubbeld in dit soort publicaties.) Daarop volgt het meest melige en vervelende: meteorologische waarnemingen op rijm die aan feesten van heiligen zijn gekoppeld. 'Met zuidenwind op Sint Benooi, valt het jaar in een goede plooi.'

Naast 366 Heiligendagen is G eneesheiligen in deLage Landen gemakkelijk een meesterwerk. (Het is bovendien grondig geïllustreerd.) Denkt men aan buitenlandse publicaties - Engelse en Duitse, Franse ken ik niet - dan is het boek beschamend, van niveau, van kennis, van stijl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden