Reinheid & de venusschelp

Het Arabische tahâra is voor de westerling even moeilijk uit te spreken als te begrijpen. Dit is jammer, omdat voor de moslim dit begrip, meer dan bij welk ander volk of geloof, de identiteit, misschien zelfs de inborst grotendeels bepaalt....

Volgens het klassiek Arabisch woordenboek betekent tahâra letterlijk: reinheid, reiniging. En deze reinheid heeft weinig te maken met de reinigingsmiddelen Glorix en Ajax. In de Koran wordt er op verschillende plaatsen over gesproken: 'niet wil Allah u bezwaarlijk opleggen, maar hij bedoelt u te reinigen en zijn weldaad over u vol te maken. Allah bemint waarlijk hen die zich berouwvol tot Hem keren en bemint hen, die zich reinigen.' En aan Zijn oppergezant, profeet Mohammed, wordt de volgende uitspraak toegeschreven: 'Reinheid is de helft van het geloof.'

De helft, dat is niet gering.

Een en ander maakt duidelijk welke centrale positie reinheid in de islam inneemt. En daarmee in het leven van de gemiddelde Marokkaan, ook die in Nederland woont.

Zoals gezegd, heeft het beginsel niet direct te maken met het wel of niet gewassen zijn, schoon of vies zijn. De haast blindmakende glans en hygiëne die we tegenkomen in ziekenhuistoiletten en advocatenkantoren is dan ook niet noodzakelijkerwijs waar het om draait. Er bestaat een verschil tussen onrein en vies. Ik ken twee Marokkanen (een van hen ben ik) die eens uit pure nieuwsgierigheid ham hebben geproefd en het nog smakelijk vonden ook, terwijl het varken volgens de islam als onrein beest is verklaard. Anderzijds vinden de meeste Marokkanen thee zonder suiker ronduit smerig, ofschoon het consumeren ervan geenszins een onreine daad is.

Reinheid omvat dus niet zozeer de fysieke als wel de psychische, morele reinheid, dat wil zeggen: vrij zijn van zonden en ongehoorzaamheid jegens Allah. Dit is niet voor iedereen even makkelijk te bevatten. Velen beschouwen de maand Ramadan als een periode van onthouding van spijs, sigaretten en seks, de drie S'en. Vergeten wordt dat het in deze maand vooral ook gaat om de geestelijke, ja zelfs spirituele reinheid. Dit betekent dat het zoete verlangen naar een Gauloise, het kwaad spreken over je buurman, of het gluren in een decolleté reeds als zondig wordt beschouwd. En dat valt niet mee; op de West-Kruiskade in Rotterdam krioelt het van de Gauloises en de decolletés.

Het reinheidsbeginsel zien we ook terug in allerlei gebruiken van meer of minder religieuze aard. Zo is het een moslim verplicht voor aanvang van ieder gebed (vijfmaal per dag en sommigen spreiden zelfs zesmaal het kleedje oostwaarts) de rituele wassing te verrichten. Deze wassing, die volgens vaste regels verloopt, is weliswaar een symbolische, maar dan wel een van een hoog draconisch gehalte. Want al zou men juist voor aanvang van het gebed een weldadig bad of douche met abrikozengel hebben genoten, het doet er niet toe. Het geeft geen enkele vrijstelling van de gebedswassing. Hoe draconisch symbolisch deze wassing in feite is, bewijst het voorschrift dat indien een moslim in een situatie verkeert waar geen water voorhanden is, hij in plaats daarvan zand over zijn ledematen moet wrijven. (Het moge duidelijk zijn dat dit voorschrift uit dorre woestijntijden stamt, waar de Marokkaan uit Rotterdam-West niet voor hoeft te vrezen.).

Het gebruik de handen te wassen voor aanvang van de maaltijd heeft niet alleen te maken met het gegeven dat moslims liever met de vingers eten. Want zelfs als er enkel couscous wordt geserveerd, en de lepels reeds op tafel klaarliggen, gaat het zinken teiltje rond met de pot lauwwarm water. Het alom bekende wegknippen van de voorhuid van het jonge penisje is een ander voorbeeld, dat overigens een onbedoeld gunstig bijeffect heeft: de alom gevreesde, horrorachtige Spaanse kraag zal een moslim nooit overkomen. En voor wat betreft het uittrekken van de schoenen alvorens de woning van een moslim te betreden, ook dit is veeleer een gewijd gebruik dat pas in tweede instantie met tastbare vuiligheid te maken heeft.

Over die in bushokjes gekladderde leuzen, zoals 'Al die vuile Turken ons land uit!' of 'Geen vieze Marokkanen in mijn buurt!' heb ik mij dan ook altijd verwonderd. Niet nodig te zeggen dat mijn verwondering niet zozeer het xenofobische gehalte betrof, alswel de epitheta 'vuil' en 'vies'.

Dat het reinheidsidee stevig is gebakken in de Marokkaanse aard bewijst ook het volgende. Hoe liberaal en seculier een Marokkaan ook is, hoeveel taboes hij ook doorbreekt, of denkt te doorbreken, van varkensvlees zal hij afblijven. Je zult hem met een flesje Heineken op televisie zien, buiten het echtelijke bed zal hij sartriaanse relaties aanknopen, hij zal verzuimen te bidden, de moskee verfoeien, zelfs zal hij gedurende de heilige Ramadanmaand koket een sigaretje opsteken, maar nooit, een uitzondering daargelaten, nooit zal hij zich bezondigen aan een frikadel of een portie salami. De onvermijdelijke leverpaté in het kerstpakket zal dan ook altijd de weg blijven vinden naar zijn Nederlandse buurman of collega. Terwijl de fles bordeaux afkomstig uit hetzelfde pakket in toenemende mate in de eigen proviandkast verdwijnt.

Het idee van de tahâra zal nu wel duidelijk zijn. Maar de gevolgen kunnen ook lastig zijn, met name in de liefdesbranche. Optimisten bezingen de multiculturele samenleving als zou deze slechts een kwestie van tijd zijn, want, zo stellen ze, hoe meer er interetnisch wordt gepaard, des te eerder de lieve vrede is bereikt. Ik durf de stelling aan dat de 'orale traditie' deze lieve vrede behoorlijk in de weg staat. Namelijk, heel sterk heerst bij Marokkanen en Turken het idee dat het kussen van de venusschelp welke niet regelmatig, zegge vijf maal daags, een wassing ondergaat, een onreine daad is, die bovendien de etnische trots krenkt. Want hoe vaak heb ik niet gehoord dat de bedschermutselingen vredelievend zalig zijn tot het moment dat het tongpuntje bij voorportaaltje komt, of beter gezegd: niet komt. Ook andersom geldt deze stroomstoring. Veel Marokkaanse en Turkse meisje walgen van het idee een onbesneden lid ingang te verschaffen, laat staan het te omsluiten met de mond. Lachwekkend wrang maar waar.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden