Rehabilitatie van een tijdvak De culturele wisselwerking tussen Castilië en Vlaanderen

Het beeld van twee eeuwen Spaanse overheersing is vertekend, zeggen de organisatoren van Vlaanderen en Castilla y León in Antwerpen....

ZIJ ZITTEN roerloos bij de ingang van de expositie Vlaanderen en Castilla y León in de Antwerpse kathedraal: Christus en zijn twaalf apostelen, niet in een cirkel zoals in de San Juankerk in het Spaanse Alba de Tormes, maar op een rij. Misschien verbeelden zij, op een tentoonstelling over 'het Spaanse tijdvak' de groot-inquisiteur en zijn mederechters. De indrukwekkende groep apostelen en de Christusfiguur stralen echter zoveel meer uit. Sommige apostelen doen aan 'kouroi'-beelden denken uit de Griekse oudheid, of op zijn minst aan peinzende humanisten.

Niet de gravure van een auto-da-fe tegen de Lutheranen op de Plaza Mayor van Valladolid, voorgezeten door Filips II, maar een treurende Magdalena is de blikvanger van de tentoonstelling. Het gezicht van de Magdalena-figuur op de Pietà van de Vlaamse schilder Adriaan Isenbrandt, een olieverf op een houten paneel uit de parochiekerk San Gil Abad in Burgos, is een fluwelen geschilderd gezicht. Het herinnert ons aan de grootsheid van de Hispano-Flamenco stijl, de door Vlamingen geïnspireerde kunst van Castilië en Leon, het oude kernland van Spanje.

Wanneer de ene helft van het hart zei: 'Verover', zei de andere helft, denkend aan Seneca de stoïcijn: 'Laat u door niets overwinnen dan uw ziel.' Het Spanje van de zestiende eeuw, schrijft Carlos Fuentes in De Spaanse erfenis, was zo'n hart. Het was roofzuchtig en bloeddorstig, met het kruis en het zwaard strijdend tegen alle andersdenkenden, maar tegelijkertijd was dat hart ook edel, kunstzinnig, zielverheffend en renaissancistisch.

Vlaanderen en Castilla y León is 'het verhaal over een luisterrijke erfenis', maar tegelijk ook de geschiedenis van de moeizame relatie tussen de Zuidelijke Nederlanden en Spanje, het wereldrijk waarvan Vlaanderen twee eeuwen lang deel uitmaakte. Met de expositie, de vijfde in een serie van het Spaanse project 'Las Edades del Hombre' - de andere vier waren eveneens in kerken in Spanje te zien - willen historici ons een genuanceerder beeld geven van 'het Spaanse tijdvak' dat in het collectieve geheugen van de Vlamingen niet meteen gegrift staat als het meest voorspoedige en geliefde uit hun verleden.

Gedurende meer dan twee eeuwen, van 1504 tot 1714, waren de Zuidelijke Nederlanden een deel van het Spaanse wereldrijk, 'het eerste rijk waarin de zon nooit ondergaat'. Het Spaanse tijdvak was en is in de ogen van de Vlamingen het tijdperk van de onverdraagzame en onverbiddelijke koning Filips II, de bloeddorstige hertog Alva, de Spaanse Furie, de teloorgang van Antwerpen en de Spaanse inquisitie.

Ondanks die gezamenlijke geschiedenis hebben Vlamingen en Castilianen niet meteen veel interesse voor elkaars geschiedenis en cultuur. Volgens Werner Thomas en Eddy Stols, de auteurs van de catalogus die binnenkort verschijnt, 'beperkt in Spanje de kennis van de Nederlanden in de zestiende eeuw zich veelal tot de periode van de Opstand, waarna de aandacht verlegd wordt naar de Republiek, terwijl aan de Zuidelijke Nederlanden eigenlijk volledig wordt voorbijgegaan'.

Die buitensporige wetenschappelijke aandacht voor de Opstand en de scheiding van de Nederlanden legde een zware hypotheek op het historisch onderzoek naar die periode. Maar daar komt langzamerhand verandering in. Alva wordt minder bloeddorstig en de nare Filips II minder waanzinnig. Historici verheerlijken Karel V, de keizer die in 1500 in Gent is geboren - 'in de pispot' volgens Louis Paul Boon's Geuzenboek. In het jaar 2000 wordt zijn geboorte in Gent met exposities en symposia herdacht. Wellicht is zo'n tentoonstelling als Vlaanderen en Castilla y León een opmaat voor een herwaardering of liever een herijking van die periode. Want het was niet allemaal kommer en kwel.

De integratie van de Nederlanden in het Spaanse rijk en de boedelscheiding na de Opstand leidden in de Zuidelijke Nederlanden tot wat historici 'de ongelukseeuw' noemden: de teloorgang van de Zuidelijke Nederlanden in de zeventiende eeuw. Waarschijnlijk vanuit een soort bewondering voor het land dat het machtige Spaanse imperium op de knieën dwong en voor de kunst van de Gouden Eeuw, bestudeerden historici steeds minder het Spaanse tijdvak van 'bloed en tranen', maar veeleer de Opstand en de Republiek. Sinds enige jaren echter is sprake van een ommekeer. Er is meer en meer interesse voor de 'dageraad van de Gouden Eeuw', de zestiende eeuw onder Spaans gezag, of de Vlaamse invloed in Spanje en de Spaanse overzeese wingewesten.

Vlaanderen en Castilla y León toont met meer dan tweehonderd schilderijen, retabels, beelden en andere kunstvoorwerpen voornamelijk de wisselwerking tussen Castilië-León en Vlaanderen. Al vanaf de elfde eeuw reisden Vlamingen langs de camino de Santiago, de weg naar Santiago de Compostela, naar Castilië. De pelgrims uit de Nederlanden konden er in het begin van de zestiende eeuw in Santiago overnachten in een Vlaamse herberg die door een Vlaamse waardin werd uitgebaat. In november 1504 liet Filips de Schone zich in Brussel uitroepen tot koning van Castilië. Na zijn dood in 1506 werden de Nederlanden en Castilië gedurende tien jaar van elkaar gescheiden en werd Castilië bestuurd door Ferdinand van Aragon. In 1516, na de dood van Ferdinand, riep zijn vijftienjarige kleinzoon Karel zich in de Brusselse Sint-Goedelekathedraal uit tot nieuwe koning van Castilië.

Tijdens een van zijn reizen door Spanje verwonderde Filips de Schone zich in Toledo uitermate over een groene papegaai die hem in vlot Spaans toesprak. Hij mengde zich onder het volk, vermomd als Spanjaard en met een pruik op het hoofd, weliswaar van een afstand gevolgd door enkele edelen. Hij nam, verkleed als Moor, deel aan de feesten van moros y christianos ter herdenking van de herovering van de stad op de Moren. In Calatayud bezocht Filips de vroegere moskee. De hertogelijke stoet trok in 1502 in gezapig tempo het Iberisch Schiereiland rond, van bisschop naar bisschop, van inquisiteur naar inquisiteur, speurend naar al wat Spaans was in kerken, kloosters, paleizen, herbergen en hoerenbuurten.

Het is het begin van druk economisch en cultureel verkeer tussen vooral Castilië en Vlaanderen. Ruim twee eeuwen ging Vlaanderen gebukt onder het Spaanse juk, maar tegelijkertijd trokken Vlaamse kooplieden en kunstenaars naar Spanje. Het beeld van die overheersing is vertekend, zeggen de organisatoren van Vlaanderen en Castilla y León door de mythe dat iedere Spanjaard 'per definitie wreed, hebzuchtig, oorlogszuchtig en intolerant was' en elke Vlaming 'een lomperik, dronkaard, ambitieus, vals, hypocriet, inhalig en meedogenloos'.

Die 'zwarte legende' en de vele vooroordelen, mythen die hun oorsprong vonden in de oorlogspropaganda tijdens de Opstand, verdonkeremaanden een uiterst belangwekkende culturele periode. Vele latere historici hebben die legende een eigen leven laten leiden. Boeken van Geoffrey Parker over de Opstand van de Nederlanden tegen Spanje werden niet zo lang geleden 'als te positief voor de Spanjaarden' gerecenseerd. 'In de televisieserie over Willem van Oranje uit 1984 werd de ene gemeenplaats op de andere gestapeld', zeggen Thomas en Stols. 'Nog steeds hebben Nederlanders er moeite mee afstand te nemen van de legende en de gebeurtenissen van de zestiende eeuw in hun context te plaatsen.' Maar in België werd de geschiedenis eveneens vervalst. De Opstand en de Spaanse terreur waren dankbare historische onderwerpen om de katholieken in diskrediet te brengen. Het was een strijd tussen katholiek fanatisme en tolerantie. 'Zelfs Tijl Uilenspieghel werd door Charles De Coster van de veertiende naar de zestiende eeuw overgeheveld om symbool te staan voor deze strijd.'

Op de expositie zijn, in een ietwat ongemakkelijke opstelling, naast edelsmeedwerk en handschriften, schitterende retabels en houtsnijwerk te zien. Het retabel van Sint Michiel, een olieverf op paneel van de hofschilder van Isabella van Castilië, de Vlaming Juan De Flandes, toont de aartsengel Michaël als de verdediger van de uitverkorenen. Het laat zich in kwaliteit vergelijken met Hans Memling's Het laatste oordeel. Een prachtige Geboorte van de Maagd van de beeldhouwer Gil de Siloé en een ivoren twaalfde-eeuwse Christusfiguur uit Burgos zijn topstukken op een expositie waar ook voorwerpen uit andere eeuwen worden getoond waarmee het Spaanse Hof zich omringde.

Er hangt werk van Jan van Dornicke, Pedro Berruguete, Fernando Gallego, Diego de la Cruz en van de zogenaamde Meester van de Magdalena-legende. Het zijn retabels en triptieken in de stijl van de arte hispano-flamenco, een Vlaams geïnspireerde Spaanse stijl die vanaf de vijftiende eeuw het Schiereiland overspoelde.

Onze-Lieve-Vrouw met de vlieg van een anonieme schilder uit de kring van Jan Gossaert is daar een uitstekend voorbeeld van: het is een Spaanse versie van een Gossaert, waaraan volgens de volksmond de overijverige leerling een fijn geschilderde vlieg toevoegde om zijn buitengewone vaardigheid te bewijzen en daardoor door zijn meester als zijns gelijke werd erkend.

De spirituele crisis in de vijftiende eeuw in de Lage Landen heeft ook de Castiliaanse vlakten niet onberoerd gelaten. De schilderijen van een 'beweende Christus', de vele voorstellingen van de Ecce Homo (onder meer een Christusfiguur van de Hollandse schilder Jan Mostaert), of kruisigingen en kruisafnemingen herinneren aan de donkere dagen van de pest, 'de nacht van de wereld' en de grote veranderingen in de devotie. De kunstenaars van de late vijftiende eeuw schilderden meer en meer het meest uitgesproken dramatische moment van de passie. In alle kerken en kathedralen van Spanje beweent een treurende en beeldschone pietà het leed van de mensheid.

Op de expositie wordt de mengcultuur van Castilië en León geëvoceerd, een Spaanse cultuur die door humanisten uit de Lage Landen was geïnspireerd. De weinig Judenfreundliche Erasmus oogstte er, tot rond 1540 - 'toen de hel losbrak' - veel succes. Vooral veel Italiaanse en Duitse humanisten reisden naar Spanje. Misschien leefde in de Nederlanden te veel het beeld van het ongekende en ietwat barbaarse Spanje en bleven daarom schrijvers en wijsgeren uit de Lage Landen - ook Erasmus - weg uit Spanje. Geheimzinniger was het verblijf in Spanje van Andreas Vesalius, die in 1535 lijfarts van de keizer was geworden. Hij werd er het slachtoffer van naijverige hofartsen en inquisiteurs. In vitrines liggen hun geschriften, getuigen van de grote belangstelling die Castilië aan het eind van de vijftiende en het begin van de zestiende eeuw nog had voor nieuwe humanistische ideeën.

Maar er is nog veel meer te zien op de tentoonstelling. In vitrines zijn kledingstukken en gebruiksvoorwerpen uitgestald. Castilië werd niet alleen overspoeld door de smaak en decoratievoorkeuren van de Vlamingen, maar ook door hun 'nieuwigheden voor comfort en ijdelheid', cosas de Flandes, wat wij gadgets noemen: nagels en spelden, messen, schaartjes, kaarsesnuiters, borsteltjes, kammetjes, spiegels, belletjes en klokken, inktpotten, papier en speelkaarten. Maar omgekeerd werd ook veel uit Spanje naar Vlaanderen verscheept, kappers en saffraan, granaatappelen, limoenen en amandelen.

Via Spanje verrijkte de Amerikaanse kalkoen het Vlaamse neerhof. De Vlamingen leerden hoe zij gevogelte met sinaasappelschillen konden bereiden en beuling met rozijnen en olla podrida, ofwel Spaanse hutspot. Volgens de Gentse kroniekschrijver Marcus van Vaernewyck deelden gemaskerde Spaanse soldaten op hun winterse carnavalsfeesten 'oranjeappels met suiker' uit, zoals nu nog de Waalse folkloregroep Gilles de Binche.

Niet langer is het Vlaanderen van het Spaanse tijdvak een 'bezopen land', waar baby's volgens zulke ongelooflijke 'zwarte legendes' in plaats van de moederborst een houten fopspeen in de mond geduwd kregen, gevuld met wijn of bier, en niet langer is het Castilië van Karel V en Filips II de schandvlek van de zestiende eeuw omwille van het vele bloed dat er door de Inquisitie vloeide. Het beeld van de relaties tussen Vlaanderen en Castilië dat op de expositie wordt geschetst, is een genuanceerder en waarschijnlijk veel juister 'geestesportret' van die tijd. Het ergste dat een volk kan overkomen, is geloven in zijn zelf gecreëerde mythen. De waarheid, hoe moeilijk ook te achterhalen, is veel geschakeerder dan het zwart-wit beeld dat tot nu van het Spaanse tijdvak in geschiedenisboeken was opgehangen.

Vlaanderen en Castilla y León. Tot en met 10 december in de Antwerpse kathedraal. Catalogus: 1000 Bfr.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden