Rehabilitatie van de schaduw

DE ITALIAANSE filosoof Roberto Casati zag op 4 april 1996 in Parijs een totale maansverduistering. Hij zag de schaduw van de aarde langzaam over de maan schuiven, tot de maan totaal 'gedoofd' was, zoals hij zelf zegt....

Er is nauwelijks een ingewikkelder uitgangspunt denkbaar. Allereerst is de paradox geen paradox, want de twee delen ervan zijn verschillend geaard: de verduistering is een letterlijke, het licht dat hem opgaat, is een overdrachtelijk licht. Er is geen tegenstelling, laat staan een schijnbare. Als hij de maan 'gedoofd' ziet worden, gebruikt hij al evenzeer overdrachtelijke taal, enigszins dichterlijk zelfs. Misschien is zelfs 'verduistering' strikt genomen in overdrachtelijke zin gebruikt.

De maan wordt niet verduisterd, zijn licht wordt 'afgesloten'. Het licht dat hem opgaat, is het zien van de maan 'zoals hij werkelijk is', 'een vrij omvangrijke steenmassa'. Dat wist hij uiteraard, maar hij leefde toch met de illusie van de maan als 'een vriendelijke, bescheiden lantaarn'.

Ik vind dat allemaal nogal geconstrueerd. Maar de auteur wil zo graag, op de tweede bladzijde van zijn boek al, naar de essentie ervan. Die verwoordt hij in deze zin: 'De schaduw van de aarde onthult dus de ware aard van de maan.' Of hij nu juist voor het verschijnsel dat de schaduw de ware aard van de dingen onthult, de maan als voorbeeld had moeten gebruiken, althans de verduistering van de maan, betwijfel ik.

Het begin laat de moeilijkheden zien, waarin de auteur in grote delen van zijn boek terechtkomt. Casati is een heel boeiende, luchtige, vaak geestige schrijver. Ik vraag mij zelfs af of hij vaak niet te goed schrijft: de schaduw van de literatuur valt soms over zijn teksten, in metaforen en overdrachtelijkheden, vaak het gevolg van speelsheden. Misschien was dat allemaal onvermijdelijk, want de twee hoofdfiguren van zijn boek, het licht en de schaduw, kennen een metaforische geschiedenis zonder weerga.

Meteen al in de titel van het eerste hoofdstuk maakt Casati daarvan zelf gebruik. 'In den beginne was er de schaduw.' De toespeling op het scheppingsverhaal zal duidelijk zijn. Gods eerste schepping was het licht en daarmee schiep hij ook de schaduw. (Als de aarde leeg was, zoals Genesis zegt, kon er overigens geen schaduw ontstaan!) Door het gebruik van die titel ontvouwt de auteur, wellicht ongeweten, een heel ander perspectief: God die zelf het licht is, is alleen in de schaduwen te kennen: alles is de afschaduwing van zijn wezen. Die gedachte kan alleen opkomen doordat licht en schaduw zo overbeladen zijn met metaforische betekenissen.

Ik denk dat dit het alleraardigste en fascinerende aan Casati is: er is haast geen passage die de lezer geen onvermijdelijke bijgedachten oplevert, misschien het minst de door het boek verspreide dialogen tussen Plato en de schaduw (waarbij de laatste zich schitterend herstelt uit de nederige postitie waarin de filosoof hem in de beroemde kennisgrot had gebracht). Alleen al de motto's bij de hoofdstukken geven veel te denken. Deze fraaie van Pindaros bijvoorbeeld: 'De mens is de droom van een schaduw.'

De ontdekking van de schaduw is ook het eerherstel van de schaduw. Schaduw heeft volgens de schrijver vrijwel altijd een negatieve betekenis, licht is positief. Iemand is nog slechts de schaduw van zichzelf; schaduwen en schimmen of geesten bevolken dodenrijk of hiernamaals. Zie de schitterende vondst in de vijfde canto van de Louteringsberg bij Dante: hij, Dante, heeft als enige een schaduw, want hij is een levende. Misschien is het meest negatieve aan de schaduw zijn onzelfstandig en daardoor ook zeer tijdelijk bestaan. Hij is in alles afhankelijk van de schaduwhouder: het voorwerp of de persoon die de projectie veroorzaakt. Het is de schitterende prestatie van Casati, in zijn geschiedschrijving van de astronomie, van de Grieken tot die grote zeventiende eeuw - Galilei, Kepler - de schaduw de ware aard van de planeten, daarmee van ons zonnestelsel en daarmee van ons wereldbeeld te laten onthullen.

Naar mijn smaak zijn de stukken over Galilei en de wetenschapsbeoefening in zijn eeuw de beste, in elk geval de boeiendste van het boek. Dat is wetenschapsgeschiedenis op haar best. Ze zijn zo goed vanwege de rechtlijnigheid ervan; in andere delen zijn er vaak te veel uitweidingen, te veel spelletjes ook.

Boeiend zijn ook de hoofdstukken over de schilderkunst: de omlijning van de schaduw, de schaduwhouder (de geportretteerde en geprojecteerde dus) loopt weg en laat zijn beeld achter, tot de Renaissance, met de theorieën over schaduw en perspectief. Hier wordt misschien nog scherper zichtbaar dan in de andere hoofdstukken het geleidelijk verhelderen van aanvankelijk donkere of halflichte inzichten: de schaduw als de grote verrader laat zich niet gemakkelijk ontdekken.

Het mooist in die 'pogingsgeschiedenissen' zijn de vaak duistere formuleringen waartoe inzichten leiden, zoals deze van de grote kunsttheoreticus uit de Italiaanse Renaissance, Alberti: 'De schilderkunst is de schaduw van de beeldhouwkunst.'

Ook hier dringen zich talloze bijgedachten op. Het stimulerende van zulke formuleringen wordt niet het minst bepaald door hun literaire karakter dat - de geschiedenis wijst het uit - bij de ontdekkingen onvermijdelijk is. Het aardige of niet aardige is dat Casati zelf soms die literatuur die verdween voor de formule, nog beoefent.

Op zijn aardigst is Casati als hij vanzelfsprekendheden, die vaak het gevolg zijn van wetenschappelijke verworvenheden, ter discussie stelt. Hij wil de lezer ervoor behoeden zich niet te lang of te gemakkelijk in de koele schaduw van de wetenschap op te houden. Wie de ware aard van de dingen onthult in de negatieve kant ervan, is gerechtigd twijfel te zaaien. Ook als kijker naar schilderijen ontdekt hij zwakheden of - vooral - onjuistheden, waarbij hij echter in een enkel geval zelf het oogbedrog dat het schilderij nu eenmaal is, vergeet, of in elk geval te ernstig neemt.

Een van Casati's laatste opmerkingen is dat 'schaduwen metafysische piraten' zijn. Ik vind dat prachtig, maar begrijp het evenmin als de geciteerde opmerking van Pindaros. Casati lijkt mij soms een denker met 'Mulisch-kanten'. Dat heeft als gevolg dat per bladzijde verstand en verbeelding tegelijk worden geactiveerd. Het heeft ook als gevolg dat de doorwerking van het boek sterk is. Ik heb nooit zoveel schaduwen gezien als de laatste dagen of zo vaak de metaforen van licht en schaduw horen gebruiken. De schaduw heerst veel sterker dan wij denken. We lijken in een schaduwrijk te leven. Dat licht doet Casati in je opgaan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden