Regisseur van koningsdrama

De manager van de formatie waar Lance Armstrong en Alberto Contador deel van uitmaken, weigert voorlopig een kopman aan te wijzen....

Op weg naar hotel Le Rive Gauche in Joigny rijdt een eenzame fietser ons tegemoet. Gehuld in de kampioenentrui van Tomas Vaitkus maalt Dirk Demol op woensdagavond zijn kilometers af. De ploegleider van Astana ziet er op bijna 50-jarige leeftijd afgetraind uit.

Een klein half uur later schuift Johan Bruyneel aan op het terras. Nee, fietsen doet hij niet meer. Een paar jaar geleden nam hij met een personal trainer en een eigen fitnessruimte in zijn villa nabij Madrid zijn conditie nog eens onder handen. Dit jaar is er niet veel van gekomen, bekent Bruyneel.

‘Er is te veel aan de hand’, zegt hij. ‘Stress? Nee, geen stress. Maar ik ben altijd bezig. Het stopt nooit hè?’

Het is haast niet voor te stellen dat zich op deze rustieke plek ook Lance Armstrong en Alberto Contador ophouden, de hoofdrolspelers van de 96ste Tour de France. Dat zich in deze serene rust een koningsdrama afspeelt.

Bruyneel zal het woord koningsdrama of broedermoord niet een keer in de mond nemen. Hij zegt dat het gedeelde kopmanschap in zijn ploeg een luxeprobleem is, maar erkent dat het niet altijd gemakkelijk is. ‘Ik laat de zaken een beetje op zijn beloop. Ik kan er ook weinig aan doen, hè? Contador en Armstrong zijn twee sterke persoonlijkheden. Zij mogen samen uitmaken wie de Tour wint.’

Maar toen Lance Armstrong vorig jaar zijn comeback aankondigde, waarschuwde hij Bruyneel. ‘Johan, als je al je energie in iemand als Alberto steekt, mag je, voorzichtig gesteld, de komende vijf jaar grote successen verwachten. Ik kom terug voor een korte periode. Ik heb misschien één of twee jaar, en dat zou kunnen afleiden’, laat Bruyneel zijn vriend zeggen in zijn boek Alleen winnen telt.

Zelf antwoordde hij: ‘Daar denk ik helemaal niet aan. Weer met je mogen werken, is voor mij belangrijker dan vijf jaar zekerheid.’

De kiem voor de huidige polemiek was gelegd. Na anderhalve week Tour de France zegt Bruyneel daarover. ‘Zo zie ik het nog steeds. Natuurlijk sta ik persoonlijk dichter bij Lance. We hebben een veel langere relatie. Maar op geen enkel moment kan mij worden gezegd: je neemt een beslissing in het voordeel van Armstrong en in het nadeel van Contador. Nooit!’

De Belg won in zijn carrière als ploegleider/manager acht van de negen Tours: zeven keer met Armstrong (1999-2005) en een keer met Alberto Contador (2007). Hij is door de wol geverfd. In 2008 nam hij de door dopingschandalen geteisterde Astanaploeg over. Met Contador werd vervolgens in iets meer dan een jaar de Ronde van Italië, de Ronde van Spanje en die van Frankrijk gewonnen.

Bruyneel weigert nu echter een keuze te maken tussen het verleden en de toekomst. Ook al wordt de druk van buitenaf opgevoerd. ‘Ik vind het wel logisch dat de media zo op het thema inspelen. In de koers gebeurt niet zoveel. Het is een godsgeschenk!

‘Ik merk dat er wordt gezocht naar elke mogelijke reden om het conflict uit te vergroten en op de spits te drijven. Ik lees ook veel onwaarheden. L’Équipe schreef dat ik vorig jaar maar sporadisch in de Vuelta was om Alberto bij te staan. Ik heb de Vuelta helemaal gedaan!’

Bruyneel realiseert zich dat het conflict uit de hand kan lopen. Dat een herhaling van de Tour van 1986 zich aandient. Dat de parallellen onmiskenbaar zijn. ‘Al ken ik van het conflict tussen Hinault en LeMond alleen maar de grote lijnen. Wat is daar eigenlijk gebeurd?’

Bruyneel lacht als hem wordt verteld dat Hinault zijn belofte om LeMond aan de Tourzege te helpen niet altijd nakwam. ‘Nu is het wel zo dat Armstrong én Contador hebben gezegd dat ze de Tour willen winnen. Voorlopig is het niet nodig in te grijpen. Op een bepaald moment zullen keuzes moeten worden gemaakt. Wat gebeurt er als Contador op Verbier omhoog vliegt, alles kapot rijdt, en Armstrong zich tot de beste helper ontpopt die Contador zich maar kan voorstellen? Daarover moet nagedacht worden.’

Dat Bruyneel aan zo’n scenario denkt, zal de Spanjaard deugd doen. Op de vraag of Contador zondag mag aanvallen, antwoordt hij: ‘We beginnen altijd met een plan. Maar het is aan de renner om te weten hoe hij zich voelt en hoe hij de tegenstander heeft ingeschat.’

En op de vraag of Contador niet per se wil bewijzen dat hij beter is dan Armstrong, reageert hij stoïcijns: ‘Dat zou kunnen.’

Tijdens de Tour is de indruk ontstaan dat Bruyneel de zijde van Armstrong heeft gekozen en Contador aan zijn lot overlaat. Tijdens de verplaatsing naar Limoges liet de Belg zich in het vliegtuig fotograferen met Armstrong. Op de rustdag zelf was de manager van Astana in geen velden of wegen te bekennen toen Contador een persconferentie gaf en zich geconfronteerd zag met een vuurpeloton.

Van de twintig vragen gingen zeventien over zijn vertroebelde relatie met Armstrong. Waar de laatste het had over ‘een klein beetje spanning’ in de ploeg, hield Contador de boot af. Geen problemen, geen polemiek, geen crisis bij Astana, beweerde hij. Praten doen ze niet samen, maar eten weer wel.

Bruyneel erkent dat de Spanjaard zich moeilijk laat doorgronden. ‘Onze relatie is heel anders, niet zoals met Lance. Ik ken hem nog niet zo lang. Contador had al een traject doorlopen voor hij bij mij kwam. Hij is heel anders dan Lance, als renner en als persoon. Er is ook een grote generatiekloof. Toen ik begon als ploegleider was ik 34, volgende maand word ik 45. Ik sta veel minder dicht bij mijn renners. Dat kan niet.

‘Ik was niet bij de persconferentie omdat ik dat niet nodig vond. Het gebeurde op initiatief van Contador zelf. Volgens mij hadden we niets te vertellen. In mijn ogen organiseer je een persconferentie als je iets aan te kondigen hebt, of als je geletruidrager bent. Anders is een rustdag een rustdag voor mij. Het was mij wel duidelijk waar het anders over zou gaan.’

U bent toch de man die het voor het zeggen heeft?

‘Als hij dat beslist, dan beslist hij dat. Hij heeft zijn eigen persattaché.’

Is dat ook niet vreemd?

‘Dat is zijn beslissing. Het was op eigen initiatief. Alberto zal wel van een andere generatie zijn hè?’

U speelt het niet hard?

‘Nee, als hij dat wil, zal hij het wel nodig vinden.’

Bruyneel ging liever naar een vergadering met de Tourorganisatie over het wel of niet toestaan van de oortjes, dan dat hij zijn kopman steunde tijdens diens eenzaamste moment van de Tour. ‘Ik vind dat hij het goed heeft gedaan. Ik weet alleen niet of hij zoveel vragen over Armstrong had verwacht.’

Hij heeft ook andere problemen. Het vertrek van Levi Leipheimer heeft een gat geslagen in zijn tactiek. Liefst had hij zijn vier troeven – Armstrong, Contador, Klöden en Leipheimer – zo lang mogelijk in handen gehouden.

Vroeger controleerden zijn ploegen de koers, maar Astana laat zich niet vergelijken met US Postal of Discovery Channel. Pas vanaf Verbier mag zijn ploeg de Tour in een beslissende plooi leggen. ‘In diverse rittenwedstrijden van één week, waarin we een kopman en een strategie hadden, heb ik al gezien dat we als ploeg naar huis zijn gereden. Dat is mijn grootste vrees.’

Zijn kopmannen zijn niettemin heel goed in staat hun eigen plan te trekken, zegt Bruyneel. Dat bleek wel op weg naar La Grande-Motte, waar Armstrong meeglipte in de waaier. En op Arcalis, waar Contador wegfladderde uit de groep met favorieten.

Maar de actie van de een maakte de ander kwaad. Bruyneel moest de scherven lijmen. ‘Contador was niet blij dat de ploeg twaalf kilometer voor La Grande-Motte begon mee te rijden in de kopgroep. Maar die beslissing is in de auto genomen. Simpelweg om het feit dat van de tegenstanders niemand erbij was. En dat één van onze renners in een betere positie kwam. Voor het belang van de ploeg is daar niets gebeurd. We zijn er alleen maar beter op geworden. En hetzelfde geldt voor Arcalis.’

Daar was Armstrong weer boos omdat Contador zich niet aan het afgesproken plan had gehouden. Er is de dag erna veel over gesproken bij Astana. Het resultaat van die rit was goed voor het team. Daar ging het Bruyneel niet om. ‘Contador neemt voorsprong, niemand anders komt in de buurt. Maar de afspraak was, als er iets ondernomen werd, dat er met elkaar over gesproken werd.

‘Contador had het kunnen zeggen. Hij was toch van plan om aan te vallen. Contador is natuurlijk wel een gevoelsrenner. Hij is niet iemand die gepland aanvalt, dat is nooit gebeurd. Contador gaat op het gevoel.

‘De relatie is nu oké. Natuurlijk, ik begrijp dat het Contador steekt dat er iemand in de ploeg is die ook Tour wil winnen. Anderzijds, misschien heeft hij meer kans om te winnen mét dan zonder Armstrong. Je kunt beter je tegenstanders in je eigen ploeg hebben. Dat probeer ik hem nu al maanden te vertellen, maar als het er niet ingaat, gaat het er niet in.’

Toch wekt vooral Armstrong de indruk dat hij in de eerste week graag de gele trui zou hebben veroverd. Bruyneel bevestigt het. ‘Hij was ontgoocheld, maar hij begrijpt het. Lance zal proberen te winnen, maar nooit op een manier dat hij de ploeg in het verlies rijdt. Hij kan de Tour heus afsluiten zonder geel. Hij heeft al zoveel van die truien. Winnen is leuk, maar het is niet meer absoluut noodzakelijk. Niet voor hem, niet voor mij. Ik zou het jammer vinden, mochten we de Tour niet winnen. Ik zou niet content zijn. Maar als we worden geklopt door iemand die sterker is, dan is het maar zo.’

Hij heeft gemerkt dat het aanvankelijke voorbehoud over de comeback van Armstrong heeft plaatsgemaakt voor enthousiasme. ‘Ik denk dat de meeste mensen wel geschrokken zijn van zijn niveau en dat ze daar veel respect voor hebben. Het is ook anders dan vroeger. Hij is relaxed, zit soms van achter, babbelt wat. Hij is ambitieus, natuurlijk, maar het moeten is niet aanwezig.

‘Hij kan de Tour winnen maar het moet niet. Ik vind het geen verkeerde aanpak. Het niveau van vroeger heeft hij niet meer. Hij moet overal kleine beetjes zoeken, meer recuperatie, minder krachten verspelen. Ik denk dat dat zijn prestaties ten goede zal komen.’

Ondertussen liet Armstrong al doorschemeren dat hij ‘waarschijnlijk niet’ aan zijn laatste Tour bezig is. Maar zijn werkgever zal dan wel een andere zijn. Contador schermt al het hele seizoen met belangstelling van andere ploegen. De vraag is ook hoe lang Astana nog bestaat. Bruyneel: ‘Wat wil je dat ik daarover zeg?’

Hij ziet wel wat de toekomst brengt. Contador heeft een contract tot 2010. Bruyneel ook. Maar de financiële problemen die tijdens de Giro hun hoogtepunt bereikten, zijn niet bevorderlijk geweest voor de relatie.

‘En dan is er Vinokoerov die zijn comeback wil maken, in Monaco een persconferentie houdt in het hotel waar wij logeren en zegt, zonder met mij erover te praten, dat ik moest opstappen als Bruyneel hem niet wilde. Ik had een afspraak met Vinokoerov voor de dag erna. Ik heb die afgezegd. Hij moet begrijpen dat ik niet gediend ben van zo’n provocatie.’

Hij is ontgoocheld door de ontwikkelingen in Kazachstan. ‘Ik heb de Tour de France acht keer gewonnen. Negen of tien maakt niet veel verschil. Wat zo’n Vinokoerov doet in Monaco, daar heb ik mijn buik van vol. Ik heb dat de mensen van Astana ook gezegd. Wat daar is gebeurd, vergeet ik nooit meer.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden