Regionale journalistiek niet professioneel genoeg

De regionale journalistiek laat steken vallen, concludeert Piet Bakker in zijn proefschrift. Men mist opgelegde kansen...

FOKKE OBBEMA

VERGISSINGEN, fouten, al te gemakkelijke opvattingen - Piet Bakker kijkt met gemengde gevoelens terug op zijn jaren als beginnend verslaggever van het Zaanse dagblad De Typhoon. Behalve braderieën, het planten van bomen en vergaderingen van plattelandsvrouwen moest Bakker, net van de HBS, begin jaren zeventig ook de Zaandamse gemeenteraad verslaan. 'Misschien deed ik het voor een beginner wel aardig, maar eigenlijk was het onverantwoord. Als ik daarop terugkijk, denk ik: Bakker, daar had je meer van kunnen maken.'

Dat verwijt treft de regionale journalistiek als geheel, zo blijkt uit zijn proefschrift Regionale journalistiek, de pluriformiteit voorbij, waarop Bakker deze week promoveerde. De 45-jarige communicatie-wetenschapper aan de Universiteit van Amsterdam neemt daarin huis-aan-huis-bladen, nieuwsbladen en regionale kranten de maat. Hij waagt zich aan een kwalitatieve analyse van 2600 artikelen die begin jaren negentig verschenen.

Dat monnikenwerk bracht Bakker op omdat hij overtuigd is van het belang van regionale journalistiek. Als docent aan de School voor Journalistiek ergerde hij zich regelmatig aan het dédain waarmee over 'sufferdjes' wordt gesproken. 'Beginnende journalisten doen nogal eens of het beneden hun waardigheid is om voor de Gooi- en Eemlander te werken. Alsof alleen het NOS Journaal, de Volkskrant of de NRC ertoe doen. Mensen vinden het nieuws over scholen in de buurt, een asielzoekerscentrum voor de deur of de gemeentepolitiek juist erg belangrijk.'

Journalistieke kwaliteit laat zich niet eenvoudig meten, ondervond Bakker. Hij koos voor een negatieve definitie waarbij hij turfde hoe vaak de berichtgeving niet voldeed. Als criteria hanteerde hij vragen als: is er sprake van tegenstrijdige informatie en worden gestelde vragen ook beantwoord? 'Dat zijn eisen die journalisten ook zelf aan hun berichtgeving stellen'. Hij geeft toe dat zijn definitie van kwaliteit beperkt is. 'Het is een omkering van de bewijslast: je kijkt niet naar wat goed is, maar naar wat niet goed is. Dat is nodig om de discussie over kwaliteit te vereenvoudigen.'

Eén van zijn meest opvallende conclusies vindt Bakker de geringe inspanning die journalisten plegen om zélf bronnen als nota's of richtlijnen in te zien. Die bronnen worden wel regelmatig gemeld, maar de lezer komt niets van de inhoud te weten. Ook verwijzen instanties vaak naar 'onderzoek', maar vraagt de journalist dat onderzoek niet op. 'Mijn ervaring is dat als je dat wel doet, dat onderzoek vaak helemaal niet blijkt te bestaan.'

Als voorbeeld haalt Bakker het geval aan van de gemeente Brummen die voorstelde vier scholen op te heffen onder verwijzing naar normen van het ministerie van Onderwijs. De journalist vroeg die normen niet op. Zou hij dat wel gedaan hebben dan was hij erachter gekomen dat één van de bedreigde scholen met 120 leerlingen nog boven de opheffingsnorm van 107 uitkwam.

Tijdsdruk en gebrek aan mankracht vormen in de ogen van Bakker maar gedeeltelijk een excuus voor dergelijk journalistiek falen. 'Natuurlijk is het lastig wanneer je twaalf gemeenten met vier of vijf man moet coveren. Maar dat is nog geen afdoende excuus voor het missen van opgelegde kansen.' Behalve het niet-raadplegen van bronnen signaleert Bakker als tekortkomingen met name het opwerpen van vragen ('De PvdA stelt vragen in de raad') zonder dat ooit van antwoorden melding wordt gemaakt; en het ontbreken van analyse en commentaar.

Bakker heeft geen kwalitatief onderscheid aangetroffen tussen gemeentes waar nog wel van concurrentie tussen media sprake is, en zogeheten 'one paper-gemeenten', waar 'de pluriformiteit voorbij' is. Journalisten stellen zich professioneel op, ongeacht de aanwezigheid van een concurrent, concludeert hij. Tegelijk toont hij onomstotelijk aan dat er aan die professionele houding nogal wat schort.

Fokke Obbema

Piet Bakker. Regionale journalistiek, de pluriformiteit voorbij. Het Spinhuis, Amsterdam. ISBN 90-5589-131-2.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden