Regering heeft laatste woord bij DNB

DE NEDERLANDSCHE BANK Er is geen wet die bepaalt dat DNB onafhankelijk is. Regeringen lieten en laten zich leiden door politieke overwegingen.

Is De Nederlandsche Bank écht niet meer onafhankelijk, zoals Edin Mujagic (O&D, 3 januari) beweert? Toegegeven: de benoemingsprocedure van Klaas Knot - en vooral het weinig elegant afserveren van DNB-favoriet Lex Hoogduin door het kabinet - verdient geen schoonheidsprijs. Voor de rest raakt Mujagic' betoog echter kant noch wal.


Om te beginnen is er helemaal geen wet die bepaalt dat DNB een onafhankelijk instituut is. Zo wordt (een groot deel van) het monetaire beleid en het betalingsverkeer gedicteerd door het Europese Stelsel van Centrale Banken, waar DNB uiteraard slechts onderdeel van uitmaakt. Veel van de nog resterende beleidsinstrumenten van de bank - bijvoorbeeld aangaande het beheer van effecten en de goud- en deviezenvoorraad - moeten de instemming hebben van de minister van Financiën.


Historisch gezien ligt het zelfs nog gecompliceerder. Artikel 24 van de Bankwet van 1948 gaf de minister het zogeheten 'aanwijzingsrecht', wat feitelijk neerkwam op de bevoegdheid te allen tijde een beslissing van DNB te kunnen overrulen. De initiatiefnemer van deze wet, de befaamde minister Piet Lieftinck, zag artikel 24 als een ultimum remedium, een machtsmiddel dat de betrokken partijen zo moest afschrikken dat ze er alles aan zouden doen om te voorkomen dat hij ooit gebruikt hoefde te worden. In de wekelijkse ontmoeting tussen de minister en de DNB-president werden eventuele plooien dan ook steevast gladgestreken en een formele aanwijzing is nooit gegeven. Een zeker politiek gevoel moest de bankpresident hiervoor wel hebben, anders kwamen hij en zijn collega van de Kneuterdijk er nooit uit.


Nu is er uiteraard sinds 1948 wel het een en ander veranderd bij DNB. Al bij de nieuwe Bankwet van 1998 was voorzien dat artikel 24 na de invoering van de euro en de oprichting van de Europese Centrale Bank niet meer te handhaven viel. De Wijzigingswet financiële markten 2012 heeft artikel 24 inmiddels dan ook helemaal geschrapt. Een interessante voetnoot hierbij is dat de ECB het aanwijzingsrecht niet kent, en dus wat dat betreft onafhankelijker is dan De Nederlandsche Bank ooit heeft kunnen worden. Hoe het ook zij: zelfs zonder formeel aanwijzingsrecht is het van belang dat de bankpresident de politieke gevoeligheden van de minister van Financiën begrijpt. Volgens het kabinet voldeed Hoogduin niet aan die eis. Ik weet niet of die inschatting juist is geweest, maar wettelijk en historisch gezien is het afserveren van een politiek te licht geachte kandidaat volledig te billijken.


De Bankwet houdt er zelfs expliciet rekening mee, doordat de bankpresident en de directeuren bij Koninklijk Besluit benoemd moeten worden. De raad van commissarissen en de directie maken hiertoe weliswaar gezamenlijk een aanbevelingslijst met drie kandidaten, maar het laatste woord is altijd aan de regering. Mujagic vindt dat maar een vreemde zaak, vooral omdat daardoor allerlei (onfrisse?) politieke motieven een rol kunnen gaan spelen. Nu lijkt me het inwisselen van Hoogduin voor Klaas Knot daar niet direct een bewijs van - onkreukbaarder en apolitieker dan Knot zie je ze zelden - maar zou dat eigenlijk wel zo ongebruikelijk of ongewenst zijn?


Ik denk het niet. Dat de regering zich bij nieuwe benoemingen mede laat leiden door overwegingen van politieke aard, is namelijk niets nieuws. Twee oud-ministers waren ooit president van DNB, en beslist niet de minsten: Jelle Zijlstra en Wim Duisenberg. Dat waren geen erg geprononceerde partijpolitici, en daardoor was hun kandidatuur weinig omstreden. Er is dan ook geen sprake van dat de regering door hun aanstelling haar greep op de bank wist te versterken, zelfs als ze dat had gewild.


Het was eerder andersom: de ministeriële ervaring en het gezag van Zijlstra en Duisenberg maakten de positie van DNB tegenover Financiën juist sterker. In dat opzicht zou Mujagic niet een minder politieke, maar juist een méér politieke kandidaat als opvolger van Wellink moeten wensen. En misschien wilde Rutte dat ook wel: Hoogduin viel immers niet af omdat hij vuile handen gemaakt zou hebben tijdens de bankencrisis, maar omdat men hem een politiek onbenul vond. Dat het uiteindelijk ook geen oud-politicus is geworden, is echter ook wel weer te begrijpen: wie weet welke lijken er nog bij DNB uit de kast komen rollen als de commissie-De Wit haar onderzoek naar de bankencrisis heeft afgerond. Hoe dan ook: een relatieve buitenstaander als Klaas Knot is in alle opzichten een goede keuze. Het kan de onafhankelijke positie van de centrale bank alleen maar versterken.


TOM SCHURINGA is historicus en doet onderzoek naar oud-bankpresident en oud-premier Jelle Zijlstra.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden