Regeren is buiken vullen

Op de Shisa Hu-markt in Peking kopen we een antiek empire vrouwenfiguurtje van brons aan wier arm een staartklokje de tijd zwaaiend wegtikt....

De trein uit Mongolië maakt een slinger langs de Grote Muur die zich als de rugkam van een geweldige draak over de bergen kronkelt. Hoe imponerend ook, dit slavendrijvers project diende meer om de Chinezen binnen dan om de Mongolen buiten te houden. Die trokken zich weinig van het vestingwerk aan; Djenghis Khan kocht de wachtposten om!

De voorsteden van Peking zijn weinig Chinees met veel moderne flatgebouwen maar ook derde wereld-armoede langs de rails. We komen tegen de middag aan op het centraal station van Peking en staan tussen honderden plattelands chinezen daas in de overdonderende drukte van een gigantische wereldstad.

Eigenwijs denk ik de weg te weten naar het gereserveerde hotel. Dat blijkt een leerzaam uur lopen tussen hypermoderne architectuur, banken, winkelcentra en kantoren, moderner dan New York, naar een te chique hotel, want, zo was ons verzekerd: Peking is duur. Dat merken ook de groepen pleegouders die hier hun afhaalchineesjes in ontvangst nemen.

Na een dag verhuizen we voor de halve prijs naar Bamboo Garden, de vroegere residentie van de Posterij-minister van de Quingdynastie. Die had goed voor zich zelf gezorgd: lage paviljoens door roodgelakte gaanderijen verbonden, het restaurant 'waranda van dronken schoonheid' rondom bamboebosjes, fonteintjes en rotspartijen. Dat viel ook in de smaak bij de voorlaatste bewoner Kang Sheng, de beul van Mao.

Achter de staal- en glasgevels van de boulevards ligt de kleinere schaal van Peking, de hutong: smalle straatjes met van oorsprong riante ommuurde residenties uit het keizerrijk, nu mudvol gestouwd met stenen schuurtjes zonder toilet en met gemeenschappelijke kranen in de nauwelijks meterbrede steegjes. Die zijn bijkeuken en speelplaats voor de ondanks alle beperkingen talrijke kinderen.

De meeste woninkjes beslaan een kamertje met bed, brikettenkacheltje, televisie en wat eenvoudig meubilair. Brandstof, bossen uien en fiets worden gestald, gestapeld en gehangen op halfopenbare binnenplaatsjes. De bewoners hakken hout en groenten, plukken kippen en eenden, doen in emaillen schalen de was en reparen voortdurend fietsen. Met sloophout bouwen ze afdakjes, kippen- en konijnenhokken.

Overal staan potten en conservenblikken met bloemen en tomaten- en druivenplanten. Soms is het wrakke dak gekroond met een enorme duiventil waarbij de liefhebberij naadloos van kot naar keuken verhuist. Men passeert elkaar tegen de muur gedrukt. Het enige raam zit naast de deur en ontluchting is er nauwelijks.

In de elders zo blij verwachte lente waait er de wrede 'gele' woestijnwind die vanuit de Gobiwoestijn schurend stof de stad injaagt. 's Zomers is het er brandend heet of drijfnat en schimmelig, maar erger zijn de winters bij twintig graden onder nul.

Van de walmende briketten ontstijgt de kolendamp nauwelijks de stegen, laat staan de kamertjes. Waterleidingen bevriezen vaak en echt warm zijn de niet-geïsoleerde hokjes niet te krijgen.

Nog verstikkender is de sociale controle, het gemeenschappelijk gebruik van de plees, het eeuwige geluid van elkaars tv's en ruzies, het ontbreken van privacy, ook al zijn de buurtcomités niet meer zo dwingend als onder Mao. Onder die omstandigheden moeten de kinderen dan ook nog hun niet geringe portie huiswerk maken.

Peking heeft een perfecte metro waarvan de haltes ook in het Engels worden aangekondigd, het fietsen is niet onordelijker dan in Amsterdam en voor minder dan twee euro kom je met een taxi de hele stad door. Vergeleken met de hulpmoordenaars in het westen zijn de chauffeurs hier uitermate beleefd en behulpzaam en nemen geen fooien aan.

Op de Shisa Hu-markt vinden we het antieke empire vrouwenfiguurtje van brons aan wier arm een staartklokje de tijd zwaaiend wegtikt. Een koopje, na zorgvuldig afdingen. Wanneer we een kwartier later langs de koopman komen, staat er precies zo'n klokje te zwaaien en nadien zie ik nog minstens driehonderd dezelfde pendules, vraagprijs minder dan we voor de eerste na volhardend afdingen hebben betaald. Antiek wordt hier schitterend en massaal nagemaakt, van porcelein tot complete terracottalegers. Het klokje is me niet minder lief.

De bloedige associaties van het immense Tiananmenplein zijn bij ons bezoek ter viering van de revolutie weggewerkt onder millioenen bloeiende potplanten. Voor de eerste maal zie ik een kleine proeve van het verbluffende Chinese vermogen om de ruimte naar willekeur te wijzigen. Op het plein spuit een tijdelijke maar reusachtige fontein waar duizenden omheen flaneren.

De Grote Hal van het Volk laat ik ongezien maar de Verboden Stad is verpletterend en neemt een dag in beslag. Beschreven is ze vaak genoeg, evenals het Zomerpaleis met zijn magnifieke vijvers en parken waarvoor ook een wandeldag moet worden uitgetrokken.

Ten zuiden van het centrum is Tiantan, de Tempel van de Hemel, kortgevat een wonder! De kolosale goud-rode paviljoens met hun haast overdadige versieringen en beschilderingen, de reusachtige beelden en afbeeldingen en vooral de magistrale gebedshal van cederhout zijn alleen al de reis naar China waard.

Hier bad de keizer jaarlijks voor een goede oogst, van levensbelang voor zijn volk en zijn mandaat: 'regeren is de buiken vullen' volgens Conficius. Aan het eten zijn de Chinezen op hun best. Volmondig, enthousiast, met elkaar verbonden, met kinderen - een groot feest. De tafel, bedekt met een pak plastic vellen en een draaischijf om alle schotels onder ieders bereik te brengen, is een vrolijke puinhoop, van de ene hap naar de andere, gerechten door elkaar, koken en stoven, bakken en braden. Vers, ingelegd, zoet, zuur, scherp en zout. Volop gesprek, geen plichtplegingen, vrolijkheid en plezier.

Je gaat van ze houden; op een innemende manier bot maar nieuwsgierig en ondernemend met veel gelach en een weergaloos optimisme. Uitgebreid tafelen was, voor wie het kon betalen, een van de weinige vrijheden. Een Chinees restaurant is er om te eten, geen flauwekul met decoratieve koperen pannen aan de muur. Nagetafeld wordt er niet vaak. Uitgegeten is over: in het bovenste plastic vel gaan alle resten naar de kiepelton.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden