Regels voor bedrijven mogen niet langer vrijblijvend zijn

De Wereldbank ziet een belangrijke rol voor bedrijven bij armoedebestrijding en milieubeheer. Paul de Clerck vraagt zich af hoe zal worden gegarandeerd dat de private sector ook echt een bijdrage aan die doeleinden gaat leveren als er geen bindende regels worden opgesteld....

HET kabinet-Balkenende zegt dat herstel van normen en waarden en fatsoen hoog in zijn vaandel staat. Op allerlei terreinen wordt daarom streng beleid aangekondigd. De vraag is of ook bedrijven zich hieraan moeten gaan houden. Ofwel, moeten Nederlandse ondernemingen zich verantwoord gedragen ten aanzien van hun werknemers, omwonenden, het milieu en de aandeelhouders. Hier en in het buitenland?

Natúúrlijk moeten ze dat. De vraag is hoe? En hier ontstaat een duidelijk verschil van mening tussen aanhangers van de vrije markt en mensen die een wat realistischere kijk hebben op het functioneren van bedrijven. Ofwel, tussen degenen die menen dat bedrijven zich altijd automatisch netjes zullen gedragen en zij die denken dat ondernemingen daarbij een handje geholpen moeten worden door bindende internationale afspraken.

In de optiek van vrijhandeldenkers zijn bedrijven de wegbereiders voor economische voorspoed waardoor armoede, onderontwikkeling en milieuproblemen vanzelf verdwijnen. In dit gedachtegoed is het logisch dat het bedrijven daarbij niet al te moeilijk wordt gemaakt. Daarom dringen Wereldbank, IMF en WTO erop aan dat ontwikkelingslanden hun markten verder openstellen voor Westerse bedrijven.

Natuurlijk moeten bedrijven zich in die landen netjes gedragen, daarvoor formuleren ze interne codes of conduct. En alsof dat nog niet genoeg is hebben de rijke landen in OESO-verband richtlijnen op het terrein van arbeid, corruptie, milieu, inspraak opgesteld waaraan bedrijven zich moeten houden. Vrijwillig, dat wel.

De Wereldbank is met de WTO een vasthoudend verkondiger van de zegeningen van vrijhandel. En toch blijkt onvoorwaardelijke vrijhandel niet het wondermiddel. Bedrijven gedragen zich lang niet altijd even netjes. Bekende voorbeelden zijn de olievervuiling door Shell in Nigeria, de kledingproductie onder erbarmelijke omstandigheden door Nike en de dubieuze praktijken van het Nederlandse baggerbedrijf IHC Caland in Myanmar (Birma). Er kunnen nog vele voorbeelden aan worden toegevoegd.

Onfatsoenlijk gedrag op financieel terrein wordt tegenwoordig hard aangepakt na de fraudezaken als Enron en WorldCom in de VS. President Bush verkondigt wekelijks dat 'corporate America' zich beter moet gedragen, dat er nog strengere financiële regels moeten komen en dat bedrijven die zich daar niet aan houden hard gestraft moeten worden. Topmannen van grote ondernemingen moeten er nu zelfs voor tekenen dat hun financiële rapportages in orde zijn.

Waarom zou diezelfde logica niet gelden voor misstanden op het gebied van milieu, mensenrechten en andere kwesties? Als in de VS, waar een sterke overheid bestaat met mondige burgers, de zaken op financieel terrein zo uit de hand kunnen lopen is er maar weinig fantasie voor nodig om te bedenken wat multinationals doen als hun winst onder druk komt te staan in een ontwikkelingsland. Landen waar de overheid vaak veel zwakker of corrupt is, waar burgers weinig bescherming genieten en onafhankelijke rechters ver te zoeken zijn. Het zou van grote naïviteit getuigen om te verwachten dat bedrijven zich in dergelijke situaties altijd vrijwillig netjes gedragen.

Een mooie kans om met heldere, wereldwijde afspraken over duurzaam ondernemen te komen, biedt de grote VN-top over duurzame ontwikkeling in Johannesburg. Die is dringend nodig, aangezien daar een belangrijke rol zal worden gegeven aan bedrijven bij het aanpakken van mondiale duurzaamheidproblemen. Staatssecretaris Van Ardenne van Ontwikkelingssamenwerking zei deze week dat ze afspraken met het bedrijfsleven wil maken over hun bijdrage aan armoedebestrijding. Ook de Wereldbank ziet een belangrijke rol voor de private sector, waarbij zowel de belangen van bedrijven als sociale en milieudoelen moeten worden gediend. Dat klinkt mooi, maar hoe gaat men bewerkstelligen dat bedrijven ook echt een bijdrage aan duurzaamheid gaan leveren?

De voortekenen zijn niet gunstig. Als het gaat om de combinatie 'verantwoord ondernemen' en 'in eigen land' zijn de westerse landen nog wel tot stevige maatregelen bereid. Politici worden er dan immers direct op aangesproken als het misloopt, zoals nu bij de financiële schandalen. Maar zogauw het gaat over het aanspreken van bedrijven op hun verantwoordelijkheid in ontwikkelingslanden, geven diezelfde politici ineens niet meer thuis. Dan vervallen ze weer in het credo van vrijwillige richtlijnen voor bedrijven en het vertrouwen op de goede intenties van bedrijven.

Dit recept zal niet werken. Een bedrijf zal immers eerst en vooral naar de winstcijfers kijken. Als daarvoor het milieu moet worden opgeofferd of arbeiders moeten worden afgeknepen, dan gebeurt dit helaas maar al te vaak. Wil je dat voorkomen dan moet een eerste stap zijn het instellen van een bindend internationaal duurzaamheidskader waarbinnen die bedrijven hun rol moeten spelen. En overtreding van die regels moet worden bestraft.

Daar moet je consequent in zijn en niet handelen zoals de Wereldbank nu in Lesotho doet. De bank financiert daar een zeer groot waterproject. Een aantal bij het project betrokken Europese en Amerikaanse bedrijven heeft op grote schaal ambtenaren omgekocht. Die ambtenaren worden daarvoor in Lesotho strafrechtelijk vervolgd.

De Wereldbank weigert echter om de betrokken bedrijven op een zwarte lijst te zetten van bedrijven die geen geld meer van de bank mogen krijgen. Als je dergelijke signalen aan bedrijven geeft, dan moet je er natuurlijk niet van opkijken als ze alle fatsoensnormen aan hun laars lappen. En zo zullen bedrijven ook zeker niet gaan bijdragen aan duurzame ontwikkeling.

Daarom heeft Milieudefensie samen met haar zusterorganisaties van Friends of the Earth een voorstel gedaan om in Johannesburg een verdrag op te stellen dat bedrijven aansprakelijk maakt voor de effecten van hun activiteiten wereldwijd. Naast bindende internationale regels moeten gedupeerde burgers de mogelijkheid krijgen bedrijven voor de rechter te dagen, eventueel voor een internationaal strafhol. Bedrijven die de regels overtreden moeten streng worden gestraft.

Ook de top van een onderneming moet daarbij niet buiten beschouwing blijven. Laat de directeuren maar een verklaring ondertekenen dat ze persoonlijk instaan voor de juistheid van hun milieurapporten. En als deze toch niet blijken te kloppen, dan moeten die directeuren ook aangepakt worden. Zo gaat dat nu ook bij financiële misstanden. En dit leidt onvermijdelijk tot 'fatsoen wat je moet doen', iets wat het kabinet-Balkenende erg moet aanspreken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden