Referendum over Europa was een succes

De Europese Grondwet werd verworpen, maar het referendum is geslaagd. De initiators Niesco Dubbelboer, Farah Karimi en Boris van der Ham trekken lessen....

H et eerste nationale referendum sinds de invoering van het algemeen kiesrecht heeft veel losgemaakt in de Nederlandse samenleving en in de Europese politiek. Veel commentaren wijzen op de kloof die zichtbaar is geworden tussen het pro-Europese politieke establishment en de forse meerderheid van de bevolking die beduidend sceptischer staat tegenover het Europese project. Sommigen raken daarvan in paniek. Wij niet.

Het referendum dient juist om onderwerpen bespreekbaar te maken en om het politieke establishment te corrigeren of te bevestigen in hun plannenmakerij. Het principe van elk referendum is dat het mandaat teruggaat naar het hoogste orgaan in de democratie, de bevolking. Bij een referendum staan de volksvertegenwoordigers tussen de kiezers om steun te verwerven voor hun politieke visie op de plannen. Wat dat betreft zijn het net verkiezingen.

Maar ondanks onze omarming van het referendum, zijn er zeker kanttekeningen te plaatsen bij het door ons geïnitieerde referendum.

Vanaf het begin hebben wij beaamd dat een referendum dat van bovenaf door het parlement wordt opgelegd, niet de fraaiste manier is.

Toch hebben we bewust een ad hoc wet gemaakt waarmee het parlement het referendum initieerde. Nadat eenmaal was besloten dat de kiezers zich over de Europese Grondwet zouden moeten uitspreken, restte ons geen andere mogelijkheid .

Hoewel wij voorstander waren van het Europese Grondwettelijke Verdrag, hebben wij geen spijt van het referendum dat een 'nee' opleverde. De democratie is niet van de politieke elite, de democratie is van het volk. Ons voornaamste doel was het vergroten van de legitimiteit van een verdere stap in de Europese ontwikkeling.

Een belangrijke reden voor dit referendum was verder het karakter van het Europese Grondwettelijke Verdrag als zodanig. Juist omdat het raakte aan de Nederlandse Grondwet, vonden wij het van belang om dit verdrag niet met een gewone meerderheid in de Tweede Kamer en Eerste Kamer te laten passeren.

Het tweede doel was om de betrokkenheid bij en het debat over Europa te vergroten. Vriend en vijand zijn het er over eens dat dit is gelukt. De spectaculaire opkomst en de vele debatten die in huiskamers, op straat, de media en op andere plekken zijn gevoerd, bewijzen dat het referendum in principe een aanwinst is voor onze representatieve democratie.

Een andere les betreft de tijd die wij in de wet hadden voorzien voor de voorbereiding en het debat. Die is te kort gebleken. Met name de onafhankelijke referendumcommissie had weinig tijd om haar taken goed uit te voeren. Zij moest een samenvatting maken van het complexe grondwettelijke verdrag. En zij moesten een miljoen euro aan subsidie verdelen tussen voor-en tegenstanders en neutrale organisaties. Toch vinden wij dat de commissie goed werk heeft geleverd, zeker gezien de beperkte tijd.

De samenvatting leidde wel tot debat, met name tussen rechtsgeleerden over de zogeheten voorrangsregel. Gaat het Europese recht boven het Nederlandse recht en was dat nieuw? Deze vraag zou ook zijn gerezen wanneer de commissie had besloten het niet in de samenvatting op te nemen.

Veel kritiek was er op het feit dat de brochure saai en tamelijk ondoorgrondelijk was. Hier liet het gebrek aan tijd zich gelden. Bij meer tijd had de commissie zich wellicht over een publieksvriendelijkere versie kunnen buigen.

Ook de subsidieverdeling was een enorme haastklus. Ook voor de organisaties die subsidie wilden aanvragen. Als eerste kwam de commissie met de voorwaarden en een verdeelsleutel. Vervolgens moesten de aanvragen worden beoordeeld, afgewezen of toegekend. Het aantal aanvragen was groot en omvatte meer dan zeven miljoen euro. Een lastige afweging volgde, maar het is de commissie gelukt en met relatief weinig tumult.

Bij een volgend referendum moet er naast meer tijd ook meer geld worden uitgetrokken. Dat voorkomt ook dat de regering zelf nog extra middelen aanwendt voor haar campagne.

De grote waarde van een referendum is bewezen door een levendig debat, uitmondend in een gezonde opkomst. Dries van Agt op de zeepkist, een overspannen professor die zijn stemkaart voor de televisiecamera's van Buitenhof verscheurt, discussies met taxichauffeurs en portiers, met studenten in kantines, met de leidsters in de crèche, tijdens bruiloften en op markten en in huiskamers. Waar niet. Heel Nederland debatteerde over een wezenlijk onderwerp. Men wist dat zijn of haar stem er toe deed.

In een referendum staan politici niet boven mensen, maar tussen hen in. De stem van een politicus is dan net zoveel waard als die van een kiezer en dat leidt tot een gezonde, gelijkwaardige dialoog. Wij waren ervan overtuigd - en de opkomst bewijst ons gelijk - dat de kiezers zich wilden uitspreken over dit belangrijke onderwerp.

In die zin was er geen sprake van een kloof tussen de wens van de meerderheid van de Kamer om dit referendum te houden en de kiezers, die al jaren aangeven meer bij de besluitvorming via referendums betrokken te willen worden.

Met de lessen van dit referendum in het achterhoofd, zal er in Nederland een versterkte democratische cultuur ontstaan met het referendum als een normaal onderdeel daarvan. Niet als instrument van de politiek, maar als instrument van het volk. Niet om keuzes uit de weg te gaan, maar om de bevolking de mogelijkheid te geven de parlementaire democratie te corrigeren zonder direct het primaat van diezelfde parlementaire democratie aan te tasten. In navolging van Churchill, maar ruimhartiger dan hij, roepen wij: twee hoera's voor de versterkte democratie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden