Reduceer mensen niet tot hun sekse

Door de ‘vrouwelijke eigenschappen’ op een standbeeld te hijsen, help je vrouwen niet, meent Jolande Withuis. Sterker, je draait de emancipatie jaren terug....

Afgelopen woensdag leverde ik bij mijn uitgever het manuscript in van mijn nieuwe boek, een biografie van een verzetsman. Zodoende kwam de oproep van Sabriye Sambou (Forum, 7 juli) tot ‘herwaardering van de van oorsprong vrouwelijke taken’ mij pas in het weekend onder ogen. Precies op tijd. Want na al dat ‘mannelijk’ gewerk – een biografie van vierhonderd bladzijden schrijf je niet in deeltijd – werd het, als ik haar goed begrijp, hoog tijd om ‘de vrouw in mijzelf wat meer te zien!’

Hoe moest ik dat aanpakken?

Dat legt ze gelukkig ook uit: door biologisch te eten en me te wijden aan het huishouden.

Hoe lang zou ik moeten soppen en boenen en biologisch koken voor ik in Sambou’s spirituele ogen weer een beetje vrouw was geworden? Zou het met mij überhaupt nog goed kunnen komen? Mijn overtreding van haar leefregels bestond immers niet alleen uit te veel werk, het was blijkens het artikel van Sambou ook nog bij uitstek mannelijk werk – ik verdoe mijn tijd namelijk aan wetenschap in plaats van, zoals zij, aan het organiseren van een ‘Godinnenspektakel’.

En het is zelfs nog erger: Pim Boellaard (1903-2001), aan wie ik de laatste jaren mijn ‘vrouwelijke touch’ heb opgeofferd, was wat je noemt een mannetjesputter. Als reserveofficier midden jaren twintig van de vorige eeuw opgeleid aan de School voor de Bereden Artillerie, doorstond hij in 1942 ondervragingen door de hoge nazi’s Heydrich en Himmler, drie jaar gevangenschap, Einzelhaft (eenzame opsluiting) en concentratiekamp, om vervolgens nog carrière te maken als directeur van een levensverzekeringsmaatschappij.

Iemand, kortom, die het in de ogen van de hedendaagse godinnen wel moet hebben ontbroken aan ‘gevoelens’, want carrière staat bij Sambou tegenover ‘gevoel’ en bovendien ontbreekt het mannen volgens haar sowieso aan gevoelens.

De reden dat ik mij in Boellaard verdiepte, was dat diverse overlevenden van de nazikampen mij vertelden dat zij aan hem hun leven dankten. Boellaard wist gedurende zijn gevangenschap anderen te bemoedigen en helpen. Hij was een toonbeeld van zorg en verantwoordelijkheid.

Dat staat in schril contrast tot de vijandige bejegening door hun medegevangenen van de schrijfsters Margarethe Buber-Neumann en Milena Jesenská in het vrouwenkamp Ravensbrück. Om maar een voorbeeld te noemen van vrouwelijk wangedrag.

Nu kunnen we natuurlijk in de lijn van Sambou die onsolidaire vrouwen ‘mannelijk’ gaan noemen en Boellaard ‘vrouwelijk’ (een hilarische gedachte), en we kunnen alle nare moeders herdopen in ‘vader’ en alle lieve vaders in ‘moeder’, maar meer bevrijdend lijkt het mij eindelijk eens op te houden met dit soort seksestereotypering.

Er bestaan niet zoiets als een essentiële vrouwelijkheid of een essentiële mannelijkheid. Uit lichaamskenmerken vloeien geen vaste karaktereigenschappen voort. We noemen Bach ook geen neger omdat hij zo muzikaal was, en niemand zou het in haar hoofd halen met de redenering dat de slaven nu eenmaal altijd negers waren, Afrikanen psychologisch bij uitstek geschikt te noemen voor slavenarbeid.

Het zit, zoals we allang weten, met de seksen heel wat ingewikkelder in elkaar dan Sambou’s clichématige tweedeling mannen/mannelijk versus vrouwen/vrouwelijk suggereert. Met de ‘moderne’ Olympische Spelen mochten vrouwen rond 1900 niet meedoen, omdat ze door sport hun ‘vrouwelijkheid’ zouden verliezen; anno 2000 bewonderen wij tegelijk de kracht én de élégance van bezwete Wimbledonfinalistes.

In 1950 waarschuwde Libelle nog voor de griezelige ‘tussenvorm’ die zou ontstaan als mannen hielpen met de afwas, tegenwoordig vinden wij zorgende mannen supersexy, evenals overigens mannen die zichzelf ontharen en voorzien van een aangename aftershave.

Toch zijn vrouwen in het verwarde verhaal van Sambou, ruim een eeuw nadat Aletta Jacobs de toegang tot de universiteit veroverde, weer de domme deugd en vertegenwoordigen mannen de ondeugd en de logica. Haar betoog is beledigend voor beide seksen.

‘Het afgodsbeeld onder de stolp’, zo beschreef historicus Jan Romein begin 20ste eeuw de situatie van vrouwen. Enerzijds verheerlijkt als eeuwige moeders, anderzijds tot onvolwaardige burgers gemaakt, die niet buitenshuis mochten werken. (Wat voor de arbeidsmarktpositie van mannen mooi meegenomen was.)

Hadden in de Middeleeuwen vrouwen nog een zekere vrijheid, vanaf eind 18de eeuw raakte het idee verbreid dat vrouwen het ‘hart’ en mannen het ‘hoofd’ van de mensheid vertegenwoordigden – het reactionaire beeld dat Sambou nu nieuw leven inblaast. Het werd de hoogste ‘roeping der vrouw’ om hun man te verzorgen en kinderen te baren. Ten tijde van Romein raakte die ‘ideologie van de huiselijkheid’, de cult of domesticity, door de toenemende welvaart ook verbreid onder de arbeidersklasse. Helaas.

Tegen de voor vrouwen zeer nadelige tweedeling der seksen in een ‘hoofd’ en een ‘hart’ hebben vrouwen zich fel verzet. Maar nog tot ver in de 20ste eeuw werden hun vrijheid en ontplooiing, waaraan wij briljante artsen, wetenschapsters en schrijfsters danken, afgestraft met stigma’s als ‘onvrouwelijk’, ‘kenau’ en ‘manwijf’. Aan dergelijke stigmatisering maakten (en maken) niet alleen mannen maar ook minder getalenteerde vrouwen zich schuldig.

In een volwassen democratische samenleving behoren mensen te worden gezien als individuen en niet te worden gereduceerd tot een sekse. Ze mogen kiezen voor het vak waarin zij goed zijn en krijgen niet op grond van hun lichaam een levensvulling toebedeeld. In een volwassen samenleving zijn mensen (m/v) zelf verantwoordelijk voor hun eigen levensonderhoud én voor de zorg voor zichzelf en hun geliefden.

Anders dan Sambou suggereert, worden de traditioneel aan vrouwen toegewezen taken niet ondergewaardeerd. Immers, dankzij de nog altijd niet afgeschafte ‘aanrechtsubsidie’ is de voltijdse huisvrouw de enige gezonde volwassene die geen belasting betaalt maar belastingsubsidie krijgt zonder dat daar enige verplichting tegenover staat.

In de 19de eeuw was ook schrijven ‘onvrouwelijk’. De familie van Jane Austen meldde op haar grafsteen dat ze zo mooi kon borduren; haar romans werden verzwegen. Maar vrouwen hebben zich uit het getto van de vrouwelijkheid bevrijd. Ik ben niet de enige die haar tijd liever doorbrengt in haar studeerkamer dan in de keuken. Een ‘derde feministische golf’ die wetenschap als mannelijk definieert en het huishouden als vrouwelijk, kan mij gestolen worden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden