Reden tot optimisme voor Nederlandse schaatsers

Schaatsen in de lente doet vreemd aan voor veel toeschouwers. Zo niet voor de Nederlandse schaatsers. Terwijl de voorjaarszon hoog aan de hemel stond, zorgden zij er met spetterende prestaties voor dat 2011/2012 als het succesvolste schaatsseizoen de boeken ingaat.


Zestien wereldtitels heeft het schaatsen elk jaar te vergeven: twee bij de WK allround, twee bij de WK sprint en twaalf bij de WK afstanden. Van die zestien gingen er acht naar Nederlanders: Sven Kramer (2x), Stefan Groothuis (2x), Ireen Wüst, Bob de Jong en de twee achtervolgingsploegen zorgden voor de ongekend rijke oogst.


Het is een opvallend resultaat in een schaatsjaar waarin onophoudelijk werd gesproken over crisis en de noodzaak tot verandering. Schaatsen zou te oubollig zijn, te langdradig, te saai en te voorspelbaar. De huidige tijd zou vragen om kortere wedstrijdprogramma's, meer entertainment en misschien wel minder allrounden.


De schaatsbond heeft de kritiek deels ter harte genomen. In Thialf werd bij de WK afstanden geëxperimenteerd met nieuwe entertainmentformules. Met muziek tijdens de wedstrijden en interviews met winnaars op het middenterrein lukte het de organisatie een feestelijke sfeer te creëren in het stadion dat drie van de vier dagen was uitverkocht. Binnen werd de lente zowaar vergeten.


Natuurlijk hielp het dat de Nederlanders bijna elke dag topprestaties leverden. Thuisvoordeel bestaat in het schaatsen. In 1999, toen de WK afstanden ook in Thialf werden gehouden, was Nederland ook zeer succesvol met vijf gouden medailles. De vertrouwdheid met het ijs en het oorverdovende enthousiasme van het publiek helpen de rijders.


Er zijn ook andere, structurele redenen die het succes verklaren. Maar liefst zeven verschillende hoofdcoaches waren betrokken bij medailles op de WK afstanden, het toernooi dat vanwege de olympische formule buiten Nederland veel hoger staat aangeschreven dan de sprint- en allroundvierkamp.


Naast vertrouwde figuren als Gerard Kemkers en Jac Orie leverden Jillert Anema, Jan van Veen, Gerard van Velde, Renate Groenewold en Marianne Timmer een bijdrage.


Die verscheidenheid aan coaches en schaatsploegen werkt. De concurrentie is inspirerend, maar belangrijker is misschien nog dat schaatsers een aanpak kunnen kiezen die bij ze past. Ze zijn niet meer veroordeeld tot de kennis en kunde van Kemkers en Orie. Hoe succesvol dat duo ook is, ze blijken de wijsheid niet alleen in pacht te hebben.


Bij de mannen zijn vooral oud-kampioen Van Velde en de veteraan Anema een aanwinst. De voormalige sprinter heeft meerdere schaatsers in sneltreinvaart naar de wereldtop gebracht op de moeilijkste en meest prestigieuze afstand: de 500 meter. En dat terwijl zijn rijders niet als talenten te boek stonden. Met Michel Mulder leverde hij zelfs bijna de eerste Nederlandse wereldkampioen af. Het scheelde 0,01 seconde.


Anema heeft de lange afstanden opgeschud met zijn onconventionele ideeën. De Friese fysiotherapeut, die nauw betrokken was bij de vroegere successen van Rintje Ritsma, heeft bewezen dat het combineren van natuurijs en kunstijs niet fataal hoeft te zijn, zoals jarenlang is gedacht. Bob de Jong en Jorrit Bergsma bleken juist op te bloeien door de ijshal geregeld te verruilen voor bevroren meren en kanalen.


Met twee jaar te gaan tot de Winterspelen van Sotsji is er voor het Nederlandse schaatsen kortom reden tot optimisme.


Ook de bijdrage van de oud-kampioene Groenewold mocht er zijn. Het lukte haar de relatief onbekende Thijsje Oenema naar brons te brengen op de 500 meter. Marianne Timmer was minder succesvol. Hoewel zij de beste sprinters om zich heen wist te verzamelen, en een goede sponsor had, bleven de prestaties achter. Bovendien hadden twee schaatssters openlijk kritiek op haar aanpak. Annette Gerritsen vertrekt, Linda de Vries misschien ook.


Bij de mannen is Sven Kramer met ogenschijnlijke vanzelfsprekendheid aan de top teruggekeerd na zijn langdurige knieproblemen. Zijn status is wel wat veranderd. Hij hoeft het schaatsen niet alleen te dragen nu Groothuis zich als meervoudig kampioen heeft aangediend en sprinters als Michel en Ronald Mulder, Kjeld Nuis en Hein Otterspeer staan te trappelen om titels te pakken.


Kramer heeft zijn ambities getemperd. Nog maar vier jaar geleden dacht hij uit de voeten te kunnen op alle afstanden behalve de 500 meter. Inmiddels denkt hij niet meer aan de 1.000 en 1500 meter. Hij concentreert zich op de stayersafstanden. Zijn lijf heeft aangegeven dat er grenzen zijn.


Bij de vrouwen is de situatie minder rooskleurig, al is het aantal talentvolle sprinters gegroeid. Ireen Wüst is vooralsnog de enige die vertrouwd is met goud. Voorheen joeg ze zichzelf in haar ambitie soms over de kling, maar het gevaar van overtraindheid lijkt onder controle.


Wordt Sotsji een Nederlands feest? De voortekenen zijn nu gunstiger dan twee jaar voor Vancouver (2010), of twee jaar voor Turijn (2006). Wat ook kan helpen: in het subtropische oord aan de Zwarte Zee zal het tijdens de Winterspelen van 2014 voelen alsof het lente is.


7 Nederlandse coaches kwamen na WK afstanden met medaille thuis


8 van de 16 wereldtitels gingen naar deelnemers uit ons land


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden