Redeloos geruzie in het CDA gereconstrueerd

WAT EEN voortreffelijk idee om de grootste vaderlandse verkiezingsnederlaag sinds de invoering van de evenredige vertegenwoordiging - die van het CDA vorig jaar - uit te spitten....

De stranding - Het CDA van hoogtepunt naar catastrofe van journalist Marcel Metze bevat twee zeer goede reconstructies, vol nieuwe details en achtergronden. De eerste betreft het WAO-drama begin 1993 - met als treurig hoogtepunt het 'bami-akkoord van Bergschenhoek' (waar nasi werd gegeten). De tweede reconstructie gaat over het immense gedonderjaag tussen zo'n beetje alle CDA-leiders in het halve jaar voor de verkiezingen. Het resulteerde voor het CDA in twintig zetels verlies en een verandering van regerings- in oppositiepartij, ook voor het eerst sinds de invoering van de evenredige vertegenwoordiging.

Deze reconstructies beslaan samen ongeveer een kwart van het boek. De rest is langademige voorgeschiedenis, of het uitkauwen van bijzaken, zoals Lubbers' vergeefse gooi naar het Europese voorzitterschap. Een hoogst ongelijkmatig en af en toe zelfs vervelend boek. In stroeve en clichématige historische overzichten blijkt Metze een politiek-journalistieke amateur. Hij weet zelden met het onderwerp te spelen. Het is te merken dat hij vooral politiek inzicht verworven heeft via CDA'ers en nog wel na hun debâcle.

Met sociaal-economische onderwerpen kan hij nog wel een beetje uit de voeten. Hij heeft eerder research-achtige boeken geschreven over Philips en over het Nederlandse bankwezen. Maar het politieke bestel, het milieu en de kruisraketten liggen hem duidelijk minder. De subtiliteiten van de CDA-ideologie van de verantwoordelijke samenleving zijn goeddeels aan hem voorbijgegaan. Incidenten, zoals zelfs de geboortekrik van ex-kamerlid Loek Duyn, spraken hem kennelijk meer aan.

Ook wordt het verband tussen de ondergang van het CDA en alle beschrijvingen van drie kabinetten-Lubbers en de wording van de partij niet erg helder, zodat de compositie van het boek een weinig doordachte indruk maakt. Het is met veel bombarie gepresenteerd als hèt onderzoek naar de catastrofe. Maar van een eerdere opzet - een breed overzicht bij het vertrek van Lubbers - is nog veel blijven hangen, veel te veel.

Actuele politieke boeken met inside-verhalen en reconstructies zijn welkom. Het kabinet-Lubbers III is met Van Thijn's dagboek, de interviews met PvdA-bewindslieden (Regerenderwijs) en het goede kwart van De stranding uitstekend gedocumenteerd. Het probleem van het genre zit in de beschikbaarheid van auteurs. Buitenstaanders moeten over een hoge drempel heen, waarbij desk-researchers en professionele 'meelezers' maar in beperkte mate kunnen helpen.

Van de CDA-leiders hebben vooral Brinkman en Lubbers huiveringwekkend gefaald in de aanloop naar 3 mei 1994. Dat toont de reconstructie overvloedig aan. Metze is echter - terecht - terughoudend met een verklaring. Wie kan de gekte en het vergeten van alle elementaire ambachtelijkheid bevredigend verklaren? Want redeloos en escalerend ruziemaken vlak voor kamerverkiezingen - dat is vakmatig gezien zo ongeveer het dieptepunt.

Metze laat zien hoe beoogd lijsttrekker en kandidaat-premier Brinkman in Bergschenhoek een oor wordt aangenaaid, met name door Lubbers en (gastheer) Bert de Vries. Brinkman heeft dat zelf - bij gebrek aan beleidskennis - nog allerminst door. Maar zijn regisseur Frits Wester wèl bij diens terugkeer.

Dat is het moment waarop Lubbers begint te twijfelen aan de keus van Brinkman als zijn opvolger. Overigens waren er voor hem na het vertrek van Ruding en Van den Broek weinig alternatieven. Die twijfel wordt nog sterker als Brinkman in het kamerdebat publiekelijk gaat jammeren en Lubbers en De Vries van spelvervalsing beschuldigt. De CDA-mores schrijven voor dat alles wat gebeurt, glimlachend geslikt moet worden, zo niet als een overwinning moet worden bejubeld.

Brinkman, uiteraard gehinderd door het feit dat hijzelf het kabinet-Lubbers niet mag wegsturen, faalt blijkens dit boek als fractieleider, als strateeg, als inhoudelijk denker èn als sportief verliezer. Hij mokt nogal vaak en kinderachtig en staat gauw klaar om partijgenoten van kwalijke streken te beschuldigen. Dit komt ook zijn anders zo fanaat nagestreefde vlotte imago niet ten goede. Terwijl hij juist met die Frits-Westershow weer delen van de aanhang van zich vervreemdt.

Een ander aspect van Brinkman's optreden is de hard-rechtse flinkheidspose. Met Van Velzen (ook geen ster), Kolnaar en Jelle Zijlstra, de doortasters, wil hij nog krachtiger bezuinigen. Dit leidt - overigens in zijn afwezigheid - tot het botte uitventen van een AOW-verlaging. Na de boeren zijn dan ook de bejaarden boos op het CDA. Het brede werven van Lubbers in 1986 en 1989 blijkt nu allerminst te compenseren met de pseudo-Colijnse pose en het benepen-gereformeerde moralisme van de nieuwe leider.

Veel raadselachtiger nog is het dat Lubbers, toch een van de grootsten van de eeuw, zichzelf zo vergeet. Hij moet ergens in het najaar van 1993 in paniek zijn geraakt als hij Brinkman zijn levenswerk en zijn politieke beweging ziet bedreigen, inclusief het beleidsmatig evenwicht waaraan het CDA zijn middenpositie dankt.

Lubbers heeft diverse (wanhoops)pogingen gedaan om de zaak om te gooien. Maar ze komen veel te laat en zijn contra-produktief. Zijn uitlatingen in de verkiezingscampagne klinken te zeer naar een vete met Brinkman. Het niet-coördineren met de campagneleiding, is evenzeer zijn blunder.

Het is een afschuwelijke finale van een grootse loopbaan. Toch had het CDA zijn enige leider van niveau wel heel wat meer mogen vieren, zeker na diens vertrek als demissionair premier. Ook wat dat betreft lijken de goede elementen van de christen-democratische traditie weggespoeld door de ramp. Een herwaardering van Lubbers zit ongetwijfeld in het vat, maar het is de vraag hoe actief en openhartig de CDA'ers zich daarbij zullen opstellen.

Metze poneert in een al te parmantige 'epiloog' dat het CDA met Heerma 'de verkeerde keus' heeft gemaakt. Alsof nieuw talentvol leiderschap daar voor het oprapen ligt. Dat was vanaf 1989 al een groot probleem. En eigenlijk voor iedere partij. Want het leesbare deel van het boek maakt duidelijk dat aan zo'n opvolger hoge èn zeer diverse eisen gesteld moeten worden, evenals aan de tact en de zelfbeheersing van de vertrekkende leider.

Jan Joost Lindner

Marcel Metze: De stranding - Het CDA van hoogtepunt naar catastrofe.

SUN; ¿ 39,50.

ISBN 90 6168 436 6.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.