Reddingsdienst op zee heeft de wind mee

Vorig jaar bracht de KNRM 3.419 mensen veilig aan wal. Onder hen de 75 duizendste drenkeling sinds 1824...

IJMUIDEN Drijfnat van het koude Noordzeewater worden gelegenheidsdrenkelingen Carlo Bakkernes en Dennis Kaayenoord aan boord van de reddingsboot Koos van Messel gehesen. De twee vrijwilligers van reddingsstation IJmuiden van de Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij (KNRM) geven elkaar lachend een high five.

De wekelijkse oefening – ditmaal het uitvoeren van noodprocedures – wordt door de bemanningsleden als een aardig uitje voor de maandag ervaren. ‘Leuker dan een avondje zappen’, heet het in KNRM-kringen. De Koos van Messel, één van ’s werelds snelste en veiligste reddingsboten, scheert na de laatste oefening weer met een snelheid van 32 knopen (bijna 60 kilometer per uur) over het donkere zeewater naar de IJmuidense Vissershaven.

Vervlogen zijn de tijden waarin de reddingslieden in een houten sloep de zee op gingen. De roeiboten hebben plaatsgemaakt voor hypermoderne reddingsboten: een vloot van vijftig schepen, waar buitenlandse reddingsmaatschappijen jaloers op zijn. De KNRM heeft zelfs zulk goed materieel dat buitenstaanders zich wel eens afvragen wat de reddingsdienst met al die spullen moet.

Dat een goed functionerende reddingsbrigade echter geen overbodige luxe is, blijkt uit de jaarcijfers van de KNRM. De reddingswerkers hadden het in 2007 drukker dan ooit, maakten ze bekend in hun jaarverslag. Ze voeren 1.795 keer uit en brachten 3.419 mensen en 60 dieren aan wal. Het jaar 2007 stond al in de boeken als een historisch jaar: op 18 oktober werd de 75 duizendste drenkeling sinds de oprichting van de KNRM in 1824 naar de kust gebracht.

De maatschappij dankt het succes voor een belangrijk deel aan de steun van de Nederlandse bevolking. Zo ontvangt de organisatie gemiddeld vijftig nalatenschappen per jaar, die soms honderdduizenden euro’s groot zijn. Er zijn zelfs mensen die nóg guller zijn. Zo bekostigde een 85-jarige vrouw uit Groningen voor 2,5 miljoen euro drie gloednieuwe schepen. Motief voor haar vrijgevigheid was de verdrinkingsdood van een oom, weet voormalig KNRM-directeur Sip Wiebenga. ‘De man sloeg op het IJsselmeer overboord en stierf in het ijskoude water. De familie heeft altijd het idee gehad iets te moeten doen om zoiets in de toekomst te voorkomen.’

Een andere financiële pijler zijn de 75 duizend ‘redders aan de wal’, de donateurs die jaarlijks 5 miljoen euro in het laatje van de reddingsmaatschappij brengen. Een keer per jaar organiseert de KNRM het zogenoemde Reddersgala, een feest in het Scheveningse Kurhaus met optredens van bekende Nederlandse artiesten.

Dankzij de daar gehouden veiling en loterij, maar vooral door de schenkingen van tientallen bedrijven, kreeg de reddingmaatschappij aan het einde van de avond een cheque van ruim 350 duizend euro overhandigd.

Hoogleraar filantropie Theo Schuit aan de Vrije Universiteit in Amsterdam schrijft de populariteit van de KNRM op de eerste plaats toe aan de historie van Nederland als waterland. Schuit: ‘Ons land kent een lange traditie als zeevarende natie. De heroïek van mannen met een zuidwester die door weer en wind gaan, spreekt Nederlanders zeer aan. Net als opspattend zeeschuim en kapseizende schepen. Daarom wordt de KNRM door veel mensen erg waardevol gevonden.’

Ook woordvoerder Frank Jibben van het Watersportverbond, belangenbehartiger van watersporters, denkt dat de aantrekkingskracht van de reddingsmaatschappij iets met Hollands glorie van doen heeft. ‘De KNRM past perfect bij het nautische karakter van Nederland. De organisatie levert grootse prestaties onder zeer zware omstandigheden. Hoe zwaar die ook zijn, de reddingsmaatschappij vaart altijd uit.’

Schuit vermoedt dat ook de grote zichtbaarheid van de reddingsmaatschappij maakt dat veel burgers de kas van de KNRM spekken. ‘Je vindt ze langs de hele kust’, aldus Schuit. ‘Mensen die ook maar in de buurt van de kust komen, zijn zich daardoor ervan bewust dat geld gegeven kan worden. En wie zelf wel eens is gered, vindt het sowieso een prachtig goed doel.’

De duizend vrijwilligers van de KNRM verdienen nauwelijks aan het werk. Ze krijgen een uurloon van 1,25 euro en, als het meezit, een handdruk van een geredde schipbreukeling.

Voeren zij vroeger pas uit wanneer de nood tot een hoogtepunt was gestegen, tegenwoordig rukken de KNRM’ers preventief uit op dagen dat er storm op komst is en er veel boten op het water zijn. ‘We willen noodsituaties voor zijn om het ergste leed te voorkomen’, zegt KNRM-directeur Roemer Boogaard. ‘Om die reden moet degene die dienst heeft op tien minuten afstand van het reddingsstation blijven.’

‘De KNRM staat dag en nacht klaar om voortreffelijk werk te leveren’, steekt Jibben zijn bewondering voor de reddingsmaatschappij niet onder stoelen of banken. ‘Een bootje dat met motorpech op honderd meter van de kust ligt, wordt met evenveel toewijding geholpen als de in levensnood verkerende bemanning van een groot jacht midden op zee.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden