Red wat je redden moet

In een oorlog is een aanval op cultuur een aanval op identiteit,op de waardigheid van een gedeeld verleden - dat wist Hitler.Juist daarom verdedigden de Monuments Men de Europese kunst.

Tijdens de aankondigingen van zware kunstbezuinigingen in 2010 was er één citaat dat als een paard op een draaimolen terugkeerde in de Twitter- en Facebooklijnen van mensen die zich tegen die kortingen verzetten. Een perfect twitterbaar stukje tekst: 'When Winston Churchill was asked to cut arts funding in favour of the war effort, he simply replied: 'Then what are we fighting for?'' Iets té perfect toegesneden op internetroulatie, zo bleek: het citaat is nep. Dat meldden althans sites die het echt uitzochten, zoals newsbusters.org en quotefail.com.

Maar het rolt nog altijd door en dat is niet vreemd, want het belang van kunst uitleggen is verdomd moeilijk en een wijs man als Churchill achter je motivatie scharen geeft gewicht. Maar niet dus: hij zei het nooit. Verwarring alom.

De uitspraak is óók het uitgangspunt in de film The Monuments Men, die verhaalt over de speciale eenheid van kunstspecialisten in het geallieerde leger die de cultuurschatten van Europa moest beschermen. George Clooney zegt het, aan de telefoon. 'Als we de kunst niet redden, waar vechten we dan voor?' Clooney speelt Frank Stokes, gemodelleerd naar conserveringsspecialist George Stout van het Fogg Museum van Harvard, die in 1941 het voorstel deed voor het plan dat de 'monumentenmannen' (en -vrouwen) drie jaar later uitvoerden. En waarmee vele kunst- en cultuurobjecten van verdwijning of vernietiging konden worden gered. Immers: Hitler had zijn troepen geboden bij verlies alle geconfisqueerde kunstwerken te vernietigen.

Er bestond al een documentaire over de kunstroof van de nazi's, The Rape of Europa uit 2006 (gebaseerd op het gelijknamige boek van Lynn H. Nicholas uit 1994), maar The Monuments Men - gebaseerd op het gelijknamige boek van Robert M. Edsel uit 2009 - is de eerste speelfilm die de aandacht richt op de pogingen van de geallieerden om behalve mensen ook cultuur te beschermen. En zo mogelijk te retourneren aan de eigenaren: musea, handelaren en verzamelaars, voorzover die althans de oorlog hadden overleefd.

Niet gek dat zo'n film zeventig jaar op zich liet wachten. Ook in tijden van oorlog gaat de aandacht eerst uit naar (bescherming van) mensenlevens, en niet naar spullen. De timing van The Monuments Men is begrijpelijk, gezien het verstrijken van de tijd, de nog lopende claims van nabestaanden en de druk op musea om hun eigen collecties te onderzoeken op objecten die mogelijk roofkunst zijn geweest. Het nieuws van de vondst, afgelopen oktober, van 1.407 kunstwerken die handelaar Cornelius Gurlitt, deels in opdracht van Hitler, onteigende van musea en eigenaren, maakt de film nog actueler.

Wat in de film acht mannen en een vrouw zijn, waren in werkelijkheid zo'n dertig experts in de oorlog, uitgroeiend tot 350 vlak erna. De kunstroof van de nazi was bijna onbevattelijk groot. In de zoutmijn van Merkers, in Thüringen, ontdekten de geallieerden in april 1945 naast de voltallige goudreserves van de Reichsbank en de voorraden goud van concentratiekampgevangenen - ringen en kiezen - die de nazi's er een maand eerder hadden ondergebracht, ook Byzantijnse mozaïeken, islamitische tapijten, Griekse beelden, schilderijen van onder anderen Goya en Rubens en de originele houtsnedeserie De Apocalyps (1498) van Albrecht Dürer. Het sprookjesachtige kasteel Neuschwanstein bij Füssen, ontdekte James Rorimer (later directeur van het Metropolitan Museum in New York, in de film gespeeld door Matt Damon), bleek volgepropt met duizenden beelden, tapijten, en juwelen. In Heilbronn-Kochendorf vonden ze onder meer een zelfportret van Rembrandts naast veel ander werk. In de mijnen van Altaussee in Oostenrijk ontdekten ze 6.500 kunstwerken, waaronder het enorme altaarstuk Het Lam Gods-altaarstuk van de gebroeders Van Eyck, twee Vermeers (De astronoom en Het schildersatelier), en de marmeren Madonna van Michelangelo uit Brugge. In Italië - niet in de film - werd werk van Bellini, Giotto, Michelangelo, Titiaan en anderen gevonden. Naar Polen, waar de Duitsers 516 duizend kunstwerken hadden gestolen, brachten de Monuments Men onder meer Leonardo da Vinci's Dame met de hermelijn en Rembrandts De barmhartige Samaritaan terug. Het team vond in totaal 5 miljoen objecten terug, die waar mogelijk werden gerestitueerd. De gedachte, in de film verwoord door Bill Murray (die losjes Monuments Man Ronald Balfour vertolkt) was dat een kunstwerk uiteindelijk nooit echt het bezit is van een afzonderlijk individu.

The Monuments Men gaat over kiezen voor kunst in tijden van conflict. Een spanningsveld tussen korte termijn en lange termijn, groot en klein perspectief, acute menselijke nood en de geestelijke waarde die objecten hebben voor meerdere generaties.

Vooral het boek maakt duidelijk hoe bergen moesten worden verzet om het plan erdoor te krijgen. George Stout had het al in 1941 klaarliggen. Museumdirecteuren wilden slechts een 'adviescommissie' vormen voor het leger, maar Stout wilde deelname van experts ter plaatse. Zelfs toen hij aan de bel trok bij de Britse National Gallery-directeur Kenneth Clark, die al bombardementen in Londen had meegemaakt, kreeg Stout een minzame afwijzing: 'Moeilijk te geloven', schreef Clark, 'dat een archeoloog een legereenheid kan overtuigen af te zien van het bombarderen van een belangrijk militair doel, alleen maar omdat dat doel mooie historische monumenten bevat.'

De film maakt de mannen weliswaar tot iets wat lichtjes het midden houdt tussen Indiana Jones en het Ocean's Eleven-team, maar de boodschap komt wel over: in tijden van conflict is een aanval op cultuur een aanval op de identiteit, op de waardigheid van een gedeeld verleden. Zoals nu in Syrië en Mali en andere gebieden doelbewust cultuur wordt vernietigd om de vijand te onteren, zo onteigende Hitler doelbewust de cultuur.

Het blijkt trouwens toch niet helemaal een broodje aap, dat 'Churchill-citaat'. Wie het verspreidde, blijft een mysterie, maar Robert Edsel meldt iets wat zomaar ten grondslag kan liggen aan de internethype. Op pagina 63 staat een tekst, níet van Churchill maar van generaal Dwight D. Eisenhower. Op 26 mei 1944, elf dagen voor de invasie van Normandië die hij leidde, vaardigde hij een order uit aan de troepen en de Monuments Men, waarin hij dit schreef: 'Shortly we will be fighting our way across the continent of Europe in battles designed to preserve our civilisation. Inevitably, in the path of our advance will be found historical monuments and cultural centres which symbolize to the world all that we are fighting to preserve', voor hij verder gaat met de opdracht aan de troepen om deze symbolen te beschermen en respecteren. Winston Churchill pakte toen hij dit vernam ontroerd Eisenhowers hand en sprak de twitterwaardige (maar bij kunstbezuinigingen minder toepasselijke) woorden: 'I am with you to the end, and if it fails we will go down together'.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden