Red de laatste Ruisdael

Bestuurders bezweren om het hardst dat ze zich inzetten voor het historische Hollandse landschap. Behalve als het even niet uitkomt....

Nu kun je Haarlem nog zien zoals in de 17de eeuw. Zoals Jacob van Ruisdael het zag, vanaf de bleek in Overveen. Er zijn nog een paar plekken waar je vanaf de duinrand die historische sensatie hebt – zo liepen ze ooit naar de Oude Bavo waarvan je de klokken hoort in de verte.

Dat uitzicht is binnenkort verleden tijd. Gisteren liet gedeputeerde Albert Moens van de provincie Noord-Holland weten dat er gebouwd mag worden. Het gaat maar om twintig hectare, een minigebiedje. De afspraak was dat de provincie de tuinders die er nu nog bollen kweken, zou uitkopen. Tien jaar is er aan het bestemmingsplan gewerkt, het zou natuur worden, de nota’s tuimelden over elkaar. Het college van gedeputeerden trad onlangs aan met de belofte zich in te zetten voor het karakteristieke Noord-Hollandse landschap.

Toen kwam gedeputeerde Moens, die trouwens van GroenLinks is – en we hebben in de persoon van Harry Borghouts ook al een GroenLinkse commissaris van de koningin. Einde Ruisdael, de provincie wil er haar goeie geld niet meer in steken, aangezien die postzegel grond misschien wel 2,5 miljoen gaat kosten. Dat is een argument van niks, sinds we weten dat de provincies dankzij hun aandelen in de energiebedrijven steenrijk zijn. Moens wil een grondeigenaar die ‘een woninkje’ op zijn bouwland wil zetten, niet tegenhouden. Schattig. Maar hij weet dondersgoed dat de druk op dit stuk grond zo groot is dat projectontwikkelaars er al jaren watertandend omheen draaien.

Ach, een doorkijkje op Haarlem minder, is dat zo erg dan? Op de eeuwigheid niet. Maar wat ons te wachten staat, werd onlangs beschreven door landschapsarchitect Adriaan Geuze. Wie, zoals hij, in Rotterdam woont, moet een half uur in de auto om een grasspriet te zien. Het open Hollandse landschap is in Zuid-Holland verruild voor geluidsschermen, vinexwijken, woonboulevards en bedrijventerreinen, naar keuze doorsneden door de hsl of de Betuwelijn. Noord-Holland gaat dezelfde kant op. Elke dag wordt er open land ter grootte van een stuk of wat voetbalvelden geofferd aan de vooruitgang. Als dat allemaal democratisch en open en bloot was besloten, zou ik me er morrend bij neerleggen.

Wat zo te denken geeft, en daarom is de toestand in Haarlem exemplarisch, is dat het barst van de voortreffelijke voornemens en prachtige afspraken, terwijl de praktijk anders is. Je hebt de gemeente, de provincie, het Noordvleugeloverleg, een werkgroep Metropolitaan landschap, een onafhankelijke provinciale functionaris voor de ruimtelijke kwaliteit, een horde natuurfederaties, het ministerie uiteraard en dan vergeet ik vast nog een en ander.

Honderden bestuurders, en allemaal hebben ze nota’s afgescheiden over het ‘traditionele landschap dat een onmiskenbare bijdrage levert aan het internationaal concurrerend vermogen van de regio’ (Metropolitane werkgroep), dat er ‘alleen binnen de bestaande contouren gebouwd mag worden’ (Noordvleugeloverleg), of dat ‘cultuurhistorische landschapselementen moeten worden hersteld’ (regeerakkoord). En aan het eind van de dag zijn we weer twintig hectare cultuurlandschap kwijt.

Als de zaken zo gaan, moeten politici niet raar opkijken wanneer hun onderdanen zich alleen nog cynisch uitlaten over het openbaar bestuur. Ik heb geprobeerd me in te leven in gedeputeerde Moens. Waarom is het zo onoverkomelijk die twintig hectare te beschermen? Klaartje Peters schrijft in Het opgeblazen bestuur over de ambities van het provinciehuis. Provinciale bestuurders willen ergens een stempel op zetten. Dus minimaal een weg, een vrije busbaan, of een tunnel onder de stad. Twintig hectare gras is te mager voor de man wiens partij het hele klimaat wil redden.

Ruim drie jaar heb ik de Gemengde Berichten geschreven, niet boven op het nieuws, maar half eronder. Dit Haarlemse verhaaltje is een mooi voorbeeld van wat ik tegenkwam. Of het in de prachtwijken, in de jeugdzorg of in het onderwijs was – de rapportenstapel was torenhoog, de vergezichten stevig in de partijprogramma’s verankerd. Maar dan kwamen de slonzige praktijk, het kortetermijndenken, de voldongenfeitenpolitiek, de onbeteugelde aanpakkerigheid, en uiteindelijk de virtuoze redeneringen als de beleidsdoelen niet werden gehaald. En niemand die er iets aan kon doen. Ik heb met chagrijnig plezier voor u bericht uit de bestuurlijke frontlinie. Dat bestuur blijft zich in Noord-Holland inzetten voor duurzaam, ecologisch-historisch landschap. Alleen nu even niet.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.