Reconstructie in het Stedelijk: zo werd conceptuele kunst geboren

Zonder galeriehouder Seth Siegelaub zou veel conceptueel werk minder bekend zijn geworden. Nu treedt hij zelf op de voorgrond in een verrassende tentoonstelling. De verwondering slaat toe bij de reconstructie van een show die Siegelaub organiseerde.

Zaaloverzicht in het Stedelijk Museum. Beeld Gert Jan van Rooi

'Seth Siegelaub? Tsja. Uhm. Jeetje. Seth Siegelaub...' Het promotiefilmpje dat het Stedelijk Museum voor de Siegelaub-tentoonstelling maakte, en waarin kunstenaar Jan Dibbets en curator Leontine Coelewij hun gespeelde verwondering etaleren, is op zich al grappig. Deel van de grap is dat de verwondering appelleert aan wat veel museumbezoekers namelijk echt zullen denken: Seth Siegelaub, wie is die man in hemelsnaam?

De onbekendheid past bij de betrekkelijke anonimiteit waarin de geboren Amerikaan leefde en werkte. Seth Siegelaub (1941-2013) was galeriehouder, tentoonstellingsmaker, onderzoeker, uitgever, verzamelaar van kunst en boeken én de man 'die op de achtergrond veel belangrijker was dan alles wat er op de voorgrond gebeurde', vertelt Dibbets.

Zoiets is natuurlijk moeilijk te controleren, omdat het zich grotendeels aan het zicht ontrekt. Het is bovendien een behoorlijk lastig uitgangspunt als je over zo iemand een expositie wilt samenstellen. Temeer omdat Siegelaub in de jaren '60 aan de basis van de conceptuele kunst in Amerika én Europa stond. Sterker, zonder hem zou veel conceptueel werk (dat toch al niet een hoge graad van zichtbaarheid heeft) een stuk minder bekend zijn geworden.

Hij organiseerde bijeenkomsten, radioprogramma's en discussies. En zette zich energiek in om de immateriële kunst - veelal bestaande uit niet meer dan betypte A4-tjes, een fotoreeks van benzinestations of een rijtje bakstenen - voor het voetlicht te krijgen; op exposities, in catalogi, met uitnodigingen. Zo was er het Xerox Book uit 1968: een tentoonstelling van kunstwerken die enkel in dit boek werden geëxposeerd. Zo was er een nummer van Studio International waarin Daniel Buren 'origineel' werk publiceerde: pagina's bedrukt met Burens karakteristieke strepenpatroon. Zo was er een 'tentoonstelling' in Parijs bestaande uit verstuurde briefkaarten en telegrammen.

Kunst had geen galerie nodig om bekendheid te krijgen, was een van Siegelaubs bekendste motto's. Toch is het een verrassing om in het Stedelijk een reconstructie te zien van een van de vroege shows (in 1969) die Siegelaub organiseerde. Plots slaat dan de verwondering toe. Dat zo'n mondiale kunststroming als Conceptual Art in zo'n klein kantoortje van een paar vierkante meter werd geboren. Met werk dat volstrekt minimalistisch was, zoals een plasje bleekmiddel dat Lawrence Weiner op het tapijt uitschonk. Samengesteld door een man die geloofde dat 'de fysieke aanwezigheid van het werk' niet meer dan 'een aanvulling op de catalogus' was - wat op zich al een mooie, want compacte definitie van conceptuele kunst is.

Het zijn dit soort gewaarwordingen die de tentoonstelling in het Stedelijk de moeite waard maken. Zeker, je moet er wat energie en aandacht in stoppen. Maar dan krijg je ook wel iets: een tijdsbeeld van een club kunstenaars die met de meest mallotige schrijfsels en bedenksels de aandacht op zich wisten te richten, gesteund door een enkele organisator: Seth Siegelaub.

Geen puur Amerikaanse uitvinding 

Seth Siegelaub vloog vaak naar Europa om ook daar kunstenaars te spotten. Conceptuele kunst, was dat geen Amerikaanse uitvinding uit de jaren '60? Die wat moeilijke kunststroming, die weinig laat zien en vooral bestaat uit opgetekende ideeën, zwart-witfoto's, ansichtkaarten en ingekleurde landkaarten? Nee. Alleen al uit het reisgedrag van Conceptual Art-organisator en belangenbehartiger Seth Siegelaub is af te leiden dat de beweging zowel aan de Amerikaanse kusten als in Europa een voedingsbodem had. Siegelaub verzamelde flink wat airmiles door met regelmaat over de Atlantische Oceaan te vliegen, om 'zijn' kunstenaars te spotten en te bezoeken. Naast de Amerikanen Carl Andre, Lawrence Weiner, Joseph Kosuth, Sol LeWitt en Douglas Huebler, waren dat ook de Nederlander Jan Dibbets, Richard Long (Engeland), Daniel Buren (Frankrijk), Niele Toroni (Italië) en Joseph Beuys (Duitsland).

Overigens is de uitstalling van de conceptuele artefacten maar een deel van de expositie. Niet minder dan de helft van de immense benedenzaal is ingericht met de eveneens immense collectie boeken (veel eerste drukken) en textiel die de Amerikaan gedurende zijn leven heeft verzameld; alles uitgestald in overweldigende, platte vitrinekasten.

Bij binnenkomst wordt de bezoeker al getrakteerd op een bonte verzameling 'hoedjes': een Filipijnse hoofdtooi van vogelveren, een Indiase muts met slagtanden van een everzwijn, een helm met hoorns uit Ghana. Er ligt een Thaise broek, boeddhistisch textiel uit Tibet, boomschorsdoek uit Congo, rood damast uit het 17de-eeuwse Italië. Alles is minutieus gecatalogiseerd; in naslagwerken kan je lezen over weeftechnieken, versieringspatronen, verfmethoden.

Blijkt de Man Op De Achtergrond er een verrassende nevenactiviteit op na te hebben gehouden. Het geeft aan dat Siegelaubs hang naar volledigheid dicht in de buurt komt bij de even eigenzinnige dwangmatigheid van de conceptuele kunstenaars die hij toonde. En dat hij voor hen niet onder doet als het gaat om de obsessie alles te willen noteren en te bewaren. Verrassend.

Seth Siegelaub: Beyond Conceptual Art.
Beeldende kunst
Stedelijk Museum, Amsterdam. T/m 17 april. stedelijk.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.