Reconstructie: De dood van Milosevic

Zaterdagochtend 11 maart 2006 werd de oud-president van Joegoslavië dood aangetroffen in zijn cel in de Scheveningse gevangenis van het Joegoslavië-Tribunaal.

‘Het spijt me u te moeten mededelen dat uw echtgenoot is overleden.’

De eerste keer dat Hans Holthuis Mira Milosevic aan de telefoon had en haar in het Engels dit slechte nieuws moest vertellen, leek ze hem niet te begrijpen.

‘Wacht’, zei Holthuis, hoofd van de griffie van het Joegoslavië-Tribunaal. Hij haalde een collega erbij die Servisch sprak. ‘Anders lukt het niet.’

Hij probeerde het nog een keer, nu via de gelegenheidstolk die de weduwe de boodschap overbracht. Holthuis kreeg het idee dat ze het al wist. ‘Tenminste, ze reageerde aanvankelijk rustig, en niet verbaasd.’ Maar nadat hij haar had gecondoleerd, en haar had geprobeerd uit te leggen wat er verder zou gaan gebeuren met het dode lichaam van haar echtgenote, was het gedaan met het gesprek. Mira Milosevic, die haar Slobodan sinds 1958 kende en in 1965 was getrouwd, ontstak in een enorme woede.

Holthuis: ‘Ze was niet meer aanspreekbaar. Ze tierde door de telefoon: ‘Jullie hebben ’m gedood. Jullie hebben ’m vermoord. Vergiftigd!’ Er was geen doorkomen aan. Na tien minuten heb ik het gesprek beëindigd. Dit was het enige contact dat ik met haar heb gehad, in al die vijf jaar dat haar man in Scheveningen heeft gezeten. Meer was het niet.’

Die ochtend van zaterdag 11 maart zei zijn vrouw aan de ontbijttafel in hun Haagse onderkomen: ‘Hè fijn, eindelijk eens een weekend zonder iets.’ Niet veel later belde ‘zijn tweede man’: Slobodan Milosevic is dead. De ‘ergste nachtmerrie’ voor het International Criminal Tribunal for the former Yugoslavia en voor Holthuis was een feit: de belangrijkste verdachte was overleden, zonder voor zijn misdaden veroordeeld te zijn. Jaren van onderzoek en getuigenverhoren waren voor niets geweest. Een ramp voor de vele slachtoffers van de Balkanoorlog en hun families.

Holthuis stapte op de fiets, op weg naar het kantoor van het Joegoslavië-Tribunaal. Vloekte hij? Hij vloekte, maar dat hoeft niemand te weten. Hij moest aan het werk. En dat een week na de zelfmoord van nog een zeer prominente gevangene van het Tribunaal, Milan Babic, leider van de Kroatische Serviërs. ‘We waren nog maar net bekomen van zijn dood. En nu dus Milosevic.’

Zijn vrouw riep hem nog na: ‘Nu zal ik je dit weekend zéker niet zien.’ Hij zei niets terug. Een collega die op het punt stond op wintersport te gaan, werd van het vliegveld gehaald. Weer een collega stond al op de piste in Italië en pakte het eerste vliegtuig terug. Christian Chartier, die namens het Tribunaal de internationale wereldpers te woord moest staan, was op weg naar Zuid-Frankrijk en keerde om.

Holthuis: ‘Dit was een high profile-gebeurtenis. Alle verloven werden ingetrokken.’

Justitie en politie werden ingeschakeld. Hij belde de chef protocol van het ministerie van Buitenlandse Zaken die minister Ben Bot op de hoogte moest brengen. Het ministerie van Algemene Zaken werd geïnformeerd, en de raadsadviseurs meldden het aan minister-president Jan Peter Balkenende.

Holthuis belde de president van het Tribunaal, Fausto Pocar, en hoofdaanklager Carla del Ponte. Het bureau van Kofi Annan in New York werd gezocht, net als de contactpersoon van de Servische regering. Er moest een persbericht de wereld in, want de Servische televisiezender B92 zou het nieuws al op het spoor zijn. Christian Chartier zette zijn auto aan de kant van de weg en dicteerde een persbericht, in het Engels en het Frans.

Maar het allerbelangrijkste: de familie Milosevic moest zo snel mogelijk op de hoogte worden gebracht, voordat het nieuws zou uitlekken en zeker vóór het persbericht de dood wereldkundig zou maken. Zijn door het Tribunaal aangewezen liaison-officier had alle telefoonnummers van de familie en van de juridische adviseurs. Zoon Marko Milosevic, die later naar Nederland zou komen, was onbereikbaar. Mira Milosevic, die vele keren haar man in de Scheveningse gevangenis had bezocht, niet. Na dat gesprek met de ‘Rode Heks’, zoals ze ook wel wordt genoemd, liepen alle contacten via Zdenko Tomanovic, de juridische adviseur van de familie uit Belgrado.

‘Ik zag niet tegen het telefoongesprek met haar op’, zegt Holthuis. ‘Ik ben bijna 25 jaar officier van justitie geweest, en heb heel veel moeilijke gesprekken gevoerd. En ik kan ook niet zeggen dat het het moeilijkste gesprek uit mijn loopbaan was, maar wel het meest beladen. Maar goed, ik ben de baas van de griffie van het Tribunaal, dus ben ik de aangewezen figuur om het te doen.’

Om 13.27 uur op zaterdag 11 maart verspreidde het Tribunaal het bericht dat de 64-jarige Milosevic – een paar weken voor de mogelijke afronding van zijn rechtszaak – die ochtend dood in zijn bed in zijn cel in de gevangenis in Scheveningen was gevonden.

Vanaf dat moment werd het Tribunaal ‘bestormd’ door de wereldpers. Vanuit Servië werd het verhaal verspreid dat het Tribunaal schuldig was aan de dood. Een spannende week voor het Tribunaal en het gastland Nederland volgde, omdat snel en definitief duidelijk moest worden hoe Milosevic, oud-leider van de Servische communistische partij, oud-president van Servië en oud-president van Joegoslavië, aan zijn einde was gekomen. De twee schouwartsen die na de huisarts van de gevangenis het dode lichaam bekeken, wisten niet zeker of hij een natuurlijke dood was gestorven. Gerechtelijke sectie en toxicologisch onderzoek moesten de oorzaak van zijn dood vaststellen, sommeerde officier van justitie Saskia de Vries, die het onderzoek naar de dood van Milosevic leidde.

Michel Smithuis, afdelingshoofd van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) en verantwoordelijk voor de sectie op de voormalige regeringsleider, beschreef de dagen als: ‘De hele wereld keek over onze schouders mee’. En ook Holthuis had het gevoel ‘dat we even het centrum van de wereld waren’. ‘CNN en BBC zaten permanent op deze zaak. We moesten alles wat we zeiden en deden op een goudschaaltje wegen. We hadden geen scenario klaarliggen voor het geval het mis zou gaan. Wat we dan zouden doen, zouden we dan wel weer zien. Als zou blijken dat hij geen natuurlijke dood zou zijn gestorven, hadden we een groot probleem – een echt groot probleem.’

De grijze sluis van het NFI ging open, om acht uur die avond. Een zwarte auto van begrafenisonderneming Rouwtransport Haaglanden, begeleid door vier motoragenten van de KLPD, wachtte. Dit was de plaats waar het stoffelijke overschot van Milosevic het gebouw van de NFI in Den Haag binnenkwam voor de gerechtelijke sectie. Met een rijdende brancard werd hij in een lijkzak, voorbij de weegbrug, naar een van de drie gestapelde koelcellen van Doorgeest Koeltechniek gebracht. Er werd getekend door een functionaris van het NFI voor de ontvangst van het lichaam.

Milosevic werd in de middelste koelcel gelegd, in een temperatuur van vier à vijf graden. In de hoek van de grijze ruimte stond een blauwe vuilnisbak met daarin een groene vuilniszak. Iets verderop was de voorraadkamer van het NFI.

De koelcel van Milosevic werd op slot gedaan, en verzegeld. Pas de volgende dag zou het lichaam met de lift naar de sectieruimte A119 worden gebracht.

Vanuit Servië kwam ’s middags het verzoek ook twee Servische pathologen de sectie te laten bijwonen. Naast dus de onafhankelijke patholoog van de universiteit van Gent, professor Anne Piette, en twee pathologen van het NFI. Saskia de Vries stemde hiermee in, nadat eerst de Servische pathologen waren nagetrokken. ‘We moesten zeker weten dat het geen verklede Joegoslavische journalisten waren’, zegt zij. ‘Je moet op alles voorbereid zijn. Je bent bang dat er een foto van de sectie op de voorpagina komt te staan.’’

Maar Zdenko Tomanovic liet namens de familie optekenen dat de aanwezigheid van Belgische en Servische pathologen onvoldoende garantie vormde voor een onafhankelijk onderzoek. Hij eiste dat het lichaam onmiddellijk naar Rusland, verblijfplaats van de weduwe en van Milosevic’ broer, zou worden overgebracht. ‘No, out of the question’, liet Holthuis weten. Praktisch uitgesloten, dat vooral.

Ook een ander verzoek de sectie uit te stellen, zodat Russische artsen van de Bakoelev-kliniek naar het NFI zouden kunnen komen, werd van de hand gewezen. Geen denken aan, vond De Vries. ‘De sectie moest, gezien de snelle aftakeling van een dood lichaam, zo rap mogelijk gebeuren.’

Daarmee hield de lobby vanuit Moskou niet op. Vertegenwoordigers van de Russische ambassade meldden zich bij Holthuis, gestuurd door de Russische regering, om toch met een oplossing te komen. Net als in de jaren van de Balkan-oorlog was er Russische steun voor Milosevic, in dit geval voor de nabestaanden. De minister van Buitenlandse Zaken, Sergej Lavrov, verklaarde de sectie in Nederland niet voor honderd procent te vertrouwen.

De Vries: ‘We moesten iets bedenken. Het was een ongebruikelijke en zeer gevoelige situatie. Maar we konden absoluut niet langer wachten met de sectie. Ik vond dat als leider van het onderzoek absoluut ongepast. Het lichaam verandert en dat kan gevolgen hebben voor het onderzoek.’

Ook minister-president Balkenende werd op de hoogte gebracht, en hij liet weten dat ‘het onderzoek boven alle twijfel verheven moest zijn om, voor Nederland als gastland, schadelijke discussies achteraf te voorkomen’.

Bedacht werd dat naast de gebruikelijke fotografie van de technische recherche, de sectie ook uitgebreid gefilmd zou worden: twee camera’s op een vaste plek, en één cameraman die los in de sectieruimte zou filmen. De beelden zouden op dinsdag aan een grote Russische delegatie, onder wie vertegenwoordigers van de familie Milosevic worden getoond op een groot scherm, in een van de vergaderruimtes van het NFI. Het was voor de eerste keer in de geschiedenis van het instituut dat een sectie zo uitgebreid werd gefilmd. Kopieën van de film zouden in het bezit blijven van het NFI en de technische recherche van politie Haaglanden.

De Vries: ‘We wisten dat ze stelselmatig zouden denken dat het allemaal niet zou kloppen. Daar moet je rekening mee houden.’

Holthuis: ‘Dit was de beste oplossing, en technisch te doen. Alle partijen, ook de Russische, stemden ermee in. Je moet alle suggestie van verstoppertje spelen vermijden.’

Slobodan Milosevic mocht uitslapen die zaterdagochtend. De avond ervoor had hij met zijn medegevangenen zitten kaarten. Voordat zijn cel om half negen werd afgesloten, had hij Mira gebeld. ‘Slaap lekker, mijn liefste’, zei hij. ‘Ik bel je morgenochtend.’

Op zijn afdeling van het United Nations Detention Unit (UNDU) moest iedereen die ochtend sporten, maar hij hoefde niet mee te doen. Hij was moe en afgetobd, en had een chronisch gebrek aan slaap. Hij hoorde permanent een donderend lawaai in zijn hoofd. Zijn gezondheid liet aanhoudend te wensen over. Nog in november 2005 hadden ‘vooraanstaande deskundigen’ uit Frankrijk, Rusland en Servië hem onderzocht en een medisch rapport opgesteld. Hij zou last hebben van hoge bloeddruk, griep en uitputtingsverschijnselen. De artsen schreven Milosevic zes weken fysieke en mentale rust voor.

Milosevic stond normaal om zeven uur ’s ochtends op en deed zijn oefeningen. Buiten zijn cel begroette hij zijn medegevangenen met een opgewekt: ‘Goedemorgen kameraden’, dat door de Serviërs onder hen werd beantwoord met: ‘Goedemorgen, mijnheer de president’.

In zijn cel van drie bij vijf meter had hij kabeltelevisie, een koffiezetapparaat en een douche. Zijn enige nette pak hing in de hoek aan een knaapje. Ook kon hij zijn eigen potje koken.

Milosevic besteedde veel tijd aan zijn verdediging, maar las ook boeken van de Amerikaanse schrijvers John Updike en Ernest Hemingway. Uit zijn draagbare cd-speler klonken liedjes van Celine Dion en Frank Sinatra, the voice, en dan in het bijzonder My Way.

Holthuis had ’m, denkt hij, tien keer ontmoet, ontmoetingen die doorgaans in het Scheveningse kantoor van de United Nations Detention Unit-directeur plaats vonden en ‘een sterk zakelijk karakter’ kenden: Hoe gaat het ermee? Zijn er problemen? Hoe gaat het met uw verdediging?

Holthuis: ‘Hij was altijd heel rustig, beheerst. Hij koesterde zeker geen wrok. Hij zag ons als de neutrale partij die behept was met zijn well being. Hij zei altijd: ‘You do your job, I do mine.’ Het was een houding die ik wel kon waarderen.’

In een kleine van boeken en documenten uitpuilende kamer waar het rook naar sigaretten en koffie, ontving Slobodan Milosevic mensen die hij als getuigen wilde opvoeren, zoals Momir Bulatovic, de man die hij als laatste heeft gesproken.

De vriend van Milosevic, en voormalig premier van Joegoslavië, was de laatste drie dagen zijn gast. Ze spraken en passant over de dood en Bulatovic zei nadien dat Milosevic zichzelf nooit van kant zou maken door medicatie of vergif. In zijn directe omgeving was suïcide wel de belangrijkste doodsoorzaak; zowel zijn oom (1951), vader (1962) als zijn moeder (1972) hadden zelfmoord gepleegd.

‘Toen we vrijdag ophielden met ons werk, was hij uitgeput maar tevreden’, zei Bulatovic later tegenover journalisten. ‘Hij heeft gevochten tot het eind, tot zijn laatste adem, en dat is niet de geestesgesteldheid van iemand die op het punt staat zelfmoord te plegen.’

Om negen uur die ochtend haalden bewakers zijn medegevangenen op, en klopten bij Milosevic aan zijn cel – ‘het weksignaal’. Hij reageerde niet. Toen een uur later Milosevic weer geen gehoor gaf, zag de bewaker hem, om vijf over tien, levenloos in bed liggen. Paulus Falke, de Nederlandse huisarts van het UNDU, werd erbij gehaald. Vijfentwintig minuten later werd officieel vastgesteld dat Milosevic was overleden. Volgens het rapport van de schouwarts was hij ‘vermoedelijk’ om 7.45 uur gestorven.

Mira Milosevic wachtte die ochtend tevergeefs op het telefoontje van haar man.

Zo lag ‘de slachter van de Balkan’ daar in sectiekamer A119 op de begane grond van het NFI, naakt op een ijzeren tafel met gaten. Zijn hoofd naar de ingang waar de Nederlandse, Belgische en Servische pathologen, assistenten en fotografen en cameramensen de kamer binnenkwamen. In totaal waren er tijdens de vier uur durende sectie tien mensen aanwezig.

Op een andere tafel lag het basisgereedschap voor de sectie: twaalf instrumenten, waaronder de zaag waarmee zijn schedel werd opengemaakt en de boor die gebruikt werd om zijn schedelkapje terug te plaatsen.

Eerst werd het lichaam van Milosevic uitgebreid van buiten onderzocht door de vijf pathologen. Gezocht werd naar letsels en littekens. Daarna volgde het inwendig onderzoek, en werden zijn organen op een blauwe tafel gelegd. Van elk orgaan werd een stukje weefsel, zogeheten coupes, afgenomen om microscopisch te onderzoeken.

Milosevic werd opengemaakt met een zogeheten y-snede, die na de sectie werd dichtgemaakt. Op deze manier was van het onderzoek bijna niets meer te zien. De Servische pathologen die aanvankelijk zo sceptisch waren over de doodsoorzaak en de onafhankelijkheid van het onderzoek, waren al vertrokken voordat Milosevic werd dichtgemaakt. Zij moesten het vliegtuig halen. Ze hadden geen enkele twijfel meer, zo lieten ze weten.

Een standaard-sectie, anders kan Michel Smithuis, NFI-afdelingshoofd, het onderzoek naar Milosevic niet noemen. In de uitvoering een van de ‘650 gevallen’ die ze gemiddeld per jaar krijgen. ‘Alleen de context waarin we ons werk moesten doen, was uitzonderlijk’, vertelt hij.

Pas twee dagen na de sectie zag Smithuis Milosevic zelf, naakt in de lijkzak. ‘Het is toch een vreemd gevoel als je hem voor het eerst zo voor je ziet’, zegt hij. ‘Ik kende hem net als iedereen uit de media. Goh, ja, het is dan toch, zoals hij daar lag, een gewone man, een gewone beroemde man. In de sectiekamer is een mens een mens.’

’s Morgens moest officier Saskia de Vries langs een haag van internationale journalisten om het gebouw van de NFI binnen te komen. De dagen erna zou dat niet anders zijn. Na de moord op Pim Fortuyn en de sectie die in Den Haag werd gehouden, lagen er bloemen voor de deur. Nu een horde journalisten die volgens De Vries ‘met allemaal verhalen over vergiftigingstheorieën’.

‘Binnen merkte je niks van de mediadruk’, zegt Smithuis. ‘Technisch inhoudelijk was het niks anders dan anders. Maar natuurlijk beseften we dat er sprake was van een historische gebeurtenis. Dat proefde je, maar niemand zei het hardop. Daarvoor zijn we toch te veel bèta’s.’

De Vries pendelde de hele dag tussen het kantoor van het OM, een vergaderruimte binnen het NFI, en de camerawagen waar de sectie te volgen was. ‘Ik zag een open lichaam op een tafel liggen, en het zag er technisch goed uit.’

Om acht uur ’s avonds was de sectie klaar. ‘En hebben we met zijn allen een broodje gegeten’, zegt De Vries. Al tijdens de schorsing om zes uur was het duidelijk: Milosevic is overleden aan een hartstilstand. Hij had twee hartafwijkingen.

Hoewel het NFI het te vroeg vond om nu al de buitenwereld te informeren, ging er diezelfde avond een persbericht uit. Smithuis: ‘Wij zijn wetenschappers. Wij willen alles weten en dus wilden wij wachten tot het onderzoek, inclusief het toxicologisch onderzoek, compleet zou zijn. Maar de media en de publieke opinie moesten op de hoogte worden gebracht. Zo gaat dat. En we begrepen dat wel.’

Toen De Vries zag dat er een hoogwerker met daarop een cameraploeg zicht had op de vergaderkamer in het NFI, werd gezocht naar een andere plek in het gebouw. ‘Dit was toch wel het toppunt’, vond de officier. Ze wilden deze dag, dinsdag 14 maart, de veelbesproken Russische delegatie en de zoon van Milosevic, in alle rust kunnen ontvangen.

’s Morgens had rechter Patrick Robinson in twee minuten tijd het proces tegen Milosevic beëindigd. ‘We betreuren zijn overlijden’, verklaarde hij. Nog maar veertien dagen eerder snoerde Robinson hem tijdens het proces de mond, omdat hij bleef protesteren tegen de weigering van het Tribunaal hem naar Moskou te laten gaan voor behandeling van zijn hoge bloeddruk. Nu was zijn blauwe stoel leeg, net als die van zijn begeleiders.

Marko Milosevic kwam om kwart over tien aan op Schiphol, samen met vier Russische medici. Hij was ongeschoren, droeg een donker pak en had een droevige blik in zijn ogen. Zdenko Tomanovic en Branco Rakic, een andere familie-jurist, haalden hem op. Marko probeerde de pers te ontlopen en verklaarde terloops: ‘Hij is gedood, hij is niet gestorven. Hij is gedood, er is een moord verpleegd.’

Smithuis en De Vries ontvingen om twee uur de twaalf man tellende delegatie, inclusief Russisch ambassadepersoneel, bij het NFI.

Marko tekende in grote blokletters bij binnenkomst met ‘THE SON.’

Milosevic lag nog steeds in de middelste koelcel, verderop in het NFI-gebouw. Marko zou op zijn eigen verzoek, zijn dode vader pas in Servië voor het eerst opgebaard zien.

Hoewel De Vries het lichaam maandag al had vrijgegeven, werd het – zoals de bedoeling was – nog niet naar het mortuarium op Schiphol gebracht. ‘We wilden een ander mortuarium niet met een veiligheidsprobleem opzadelen’, zegt De Vries. ‘Hier in het NFI lag hij goed. Noem het maar een stukje service.’

Van de sectie was twaalf uur film gemaakt, maar nog niet bewerkt. Van het aanvankelijke idee om op een groot scherm de operatie vanuit drie camerastandpunten integraal te laten zien, werd afgezien. De Vries: ‘Het zou veel te veel worden, en dan zou de delegatie vier uur uit moeten zitten.’

Smithuis schudde de hand van Marko Milosevic en de andere leden van de delegatie. Ook een vertegenwoordiger van het Tribunaal was erbij. In een grote zaal werd de sectie besproken en deels getoond. De pathologen Van Ingen en Kubat verzorgden de toelichting. ‘Ik heb Marko voorafgaand geadviseerd de zaal te verlaten. Het leek mij moeilijk om te zien dat je vader wordt opengesneden. Hij ging naar een andere vergaderzaal.’

‘Marko maakte een bittere indruk’, vertelt de Vries. ‘Hij zag er moe uit, uitgeput. Hij wilde wel weten wat er was gebeurd, maar reageerde zich vooral af op het Tribunaal. Ik probeerde hem duidelijk te maken dat ik hier was namens de Nederlandse autoriteiten, en niet namens het Tribunaal. Het leek hem allemaal niet uit te maken.’

Ook over de voorlopige resultaten die hem via Tomanovic waren gestuurd, wilde hij niet praten. Hij nam het allemaal voor kennisgeving aan. Hij wilde vooral weten waar zijn vaders kleren voor de begrafenis lagen. Hij zocht een mooi pak. Maar daar had het Tribunaal al voor gezorgd.

Tegenover De Vries en Smithuis stonden aanvankelijk zeer kritische, argwanende Russen. ‘Ik snapte opeens de impact van ons onderzoek’, erkent De Vries. ‘Maar ik had me één ding vooral voorgenomen: ik ga niet in discussie over onze conclusies en bevindingen. Als ze nog steeds twijfels hebben, vragen ze maar een contra-expertise aan. We gaan niet eindeloos bakkeleien.’

De scepsis verdween vrij snel, zag Smithuis. Er ontstond tussen de Nederlandse en Russische medici ‘een open, vakinhoudelijke discussie over de sectie’. ‘Ze waren nieuwsgierig hoe we hadden gewerkt. Ze kenden zijn medische geschiedenis en wilden met name weten of hun diagnose, een hartkwaal, aansloot op onze bevindingen.’

De delegatie vertrok uiteindelijk om vier uur. Marko Milosevic had geen commentaar meer. Een van de Russische artsen verklaarde later voor de televisie. ‘Het onderzoek is op heel hoog niveau uitgevoerd, het was zeer gedetailleerd. Wij delen de voorlopige diagnose van een hartaanval.’

In het verhaal dat Milosevic zou zijn vergiftigd – zoals Tomanovic aan de politie had meegedeeld; een verhaal waarin inmiddels veel Servische aanhangers waren gaan geloven – bleken de Russische artsen niet geïnteresseerd. In januari was nog het – niet voorgeschreven – medicijn rifampicine aangetroffen in zijn bloed.

Het medicijn breekt andere geneesmiddelen af, zoals de pillen die Milosevic slikte om zijn hoge bloeddruk te beteugelen. De Nederlandse toxicoloog Donald Uges die het bloed van Milosevic eerder onderzocht, beweerde dat de oud-staatsman de rifampicine slikte om zijn ziektebeeld in stand te houden. Hij zou daardoor eerder naar Moskou worden gestuurd om zich te laten behandelen. En wat nog belangrijker was: hij kon zich daar bij zijn familie voegen.

‘Een non-verhaal’ noemde officier De Vries de theorie dat Milosevic zou zijn vergiftigd. ‘Ik ben een typische officier: ik word een beetje knorrig van dit soort verhalen. Het stoort als iedereen in dit soort zaken alle informatie maar op straat gooit.’

Het NFI-onderzoek was duidelijk, net als nadien het Duitse Institut für Gerichtsmedizin: geen vergiftiging, geen sporen van rifampicine. Ook achtten de beide instituten het ‘onwaarschijnlijk’ dat enkele dagen voor het overlijden rifampincine is ingenomen of toegediend.

Het lichaam van Milosevic werd uit de koelcel gehaald en in een grijze Mercedes gelegd dat voor de sluis klaarstond. In een konvooi, begeleid door wagens van de KLPD, reden ze om zeven uur naar Schiphol waar in het mortuarium een beveiligde plek voor hem was gereserveerd.

Er restte nog twee probleempjes: de overlijdensakte was nog niet getekend door de gemeente Den Haag, en er was nog geen lijkpas beschikbaar. Het lichaam van Milosevic kon daardoor het land nog niet verlaten. Wel was inmiddels duidelijk in welk land de begrafenis zou plaatsvinden: Servië-Montenegro. Uiteindelijk werden woensdagochtend alle papieren geregeld. Om tien uur steeg de lijnvlucht van de Servische maatschappij JAT op, op weg naar Belgrado. Met Milosevic aan boord, na vijf jaar Nederland. Hij droeg een donker pak, en een door Marko meegenomen stropdas in de kleuren van de Servische vlag.

Holthuis: ‘Een diepe, diepe zucht van verlichting’, dat was mijn reactie die dag. Het was een gigantische klus, en nu was het klaar.’

De Vries: ‘Toen het lichaam wegging, was ik gerustgesteld. Aan al het gedoe was een einde gekomen. Het gesol met dat lichaam kreeg iets mensonwaardigs. De man had daar al die tijd maar in die koelcel gelegen.’

Smithuis heeft zijn afdeling nog toegesproken en bedankt. ‘Want het was toch niet niks. Iedereen keek die week naar Nederland. En wij stonden hier als Nederlanders en moesten ons beste beentje voorzetten.’

Vanuit het hoofdkwartier van de Verenigde Naties in New York, al was het niet van Kofi Annan zelf, kreeg Holthuis ‘positieve feedback’. ‘Pas later kun je zeggen dat dit een historische gebeurtenis was. Nu zat ik er te dicht op. Mijn vrouw heeft alles gevolgd en bijgehouden. Ik heb achteraf van haar verslag gekregen hoe we het hebben gedaan. Ik geloof dat we het wel goed hebben gedaan.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden